Een kostbare Naam!

Schriftlezing: Exodus 20:7 - Psalmen 86:8-13 - Handelingen 11:19-26
Datum: 16 november 2014
Download PDF


1. Vloeken…

U kent ze vast nog wel, de reclames van de Bond tegen het vloeken. Met die rode papegaai. Van die grote posters op treinstations met daarop woorden als: Wordt geen naprater! Vloeken is aangeleerd! Inmiddels zijn er heel wat andere posters bij gekomen. Op een ervan zie je een glas wijn kapot op de grond liggen, met daarbij de woorden: als er een vloek valt, breekt er iets. Of op een voetbalveld: een vloek mist ieder doel. Of: twee zwanen bij elkaar, en daarbij de woorden: vloeken is onnodig. Praat liever met elkaar!

Als geen ander komt deze bond op voor het derde gebod: gij zult de naam van de Here uw God niet ijdel gebruiken. Of zoals de Bond het zegt: Spreek vrijmoedig over God, maar misbruik nooit zijn Naam. Het blijkt nog steeds nodig te zijn, want wat wordt er een hoop af gevloekt in kantines, tijdens een voetbalwedstrijd of gewoon op het station, als er een storing is of de trein wel erg veel vertraging heeft. Nog altijd beseffen mensen niet wat ze zeggen als ze vloeken.

Er is een verhaal bekend van de Engelse prediker Spurgeon. Hij zat met iemand in de trekschuit die hard vloekte. Spurgeon had de naam van die persoon in z’n hoed gezien. Meneer Smith. Af en toe zei Spurgeon zonder op te kijken: ‘Smith’. Op een gegeven moment was de man het zat en vroeg hij: ‘Waarom noemt u mijn naam, als u mij niet nodig hebt?’ Spurgeon zei toen: ‘Waarom noemt u Gods Naam als u Hem niet nodig hebt?’

Het is terecht dat de bond tegen het vloeken daarvoor aandacht vraagt. Voor misbruik van de naam van God. Maar hebben we het derde gebod daarmee dan recht gedaan? Is dat alles wat er over te zeggen valt? Dan zijn we gauw klaar vanavond. Want vloeken doen we als gelovigen in principe niet. Of is er meer? Ja, er is meer, veel meer nog.

2. Achtergrond

Dat wordt duidelijk als we wat meer inzoomen op het Oude Testament. Eerst even iets over het misbruik van de naam van God. Dat gebeurt dus bij vloeken.

(a) Het tweede waar in de Bijbel aan gedacht wordt bij het misbruiken van Gods naam, is bij het zweren of het afleggen van een eed. Wanneer iemand bijvoorbeeld een belofte doet of getuigenis aflegt. Je belooft iemand iets en je zegt: Echt, ik beloof het, ik zal doen wat ik zeg. God is mijn getuige. Of als je in een rechtbank een getuigenis af moet leggen, dan spreekt je de eed uit. Je zegt dat je de waarheid spreekt, dat je betrouwbaar bent in wat je zegt en dat de Heere je getuige is. Wat ik zeg is net zo waar als dat het waar is dat de Heere leeft. In het OT is dit zweren bij de naam van God heel gebruikelijk. Je maakt God tot getuige van wat je tegen iemand zegt of belooft.

Dat is trouwens ook de achtergrond van de meest erge vloek, die we de gvd-vloek noemen. Veel mensen hebben geen idee wat ze zeggen als ze deze vloek uitspreken. Want deze woorden zijn  afkomstig uit een oude eedformule. In vroeger tijd, in de tijd van de  Middeleeuwen en daarna, als mensen wilden onderstrepen dat ze echt de waarheid spraken, dan spraken ze een eed uit: ‘God mag mij verdoemen als ik de waarheid niet spreek’. De gvd-vloek is dus een soort zelfverwensing. Je vraagt dus aan God of Hij je wil verdoemen (voor eeuwig wil veroordelen), als je de waarheid niet spreekt. Dat is nogal wat. Veel mensen beseffen niet wat ze zeggen. Ze roepen maar wat om hun frustratie te uiten of hun machteloosheid.

Dus het zweren bij de naam van God gebeurde om de waarheid van wat iemand zei, te onderstrepen. Dan is het dus wel zaak om eerlijk te zijn. Want als je de naam van God verbindt met iets dat niet waar is of met een leugen, dan speel je met vuur. Dan misbruik je de naam van God. Want als jij onbetrouwbaar bent, dan besmeur je daarmee ook de naam van God.

Ik denk dat daarom de Here Jezus in de bergrede zijn discipelen oproept om niet te zweren. Laat uw ja ja zijn en uw nee nee. Spreek de waarheid. Het was in die tijd gebruikelijk dat de Joden zwoeren bijvoorbeeld ‘bij de tempel’ of ‘het goud van de tempel’. En later in de Middeleeuwen zwoer bij Maria, Michaël, Gabriël, Petrus, de heilige hostie. Maar de woorden van de Here Jezus zijn eenvoudig. Haal niet overal de naam van God bij, wees eerlijk en spreek de waarheid.

(b) Het derde waaraan in de Bijbel gedacht wordt bij het misbruiken van de naam van God, is de valse profetie. Mensen die een mening geven, een boodschap hebben of een oproep doen aan het volk en zeggen dat ze het uit naam van God doen. Terwijl God hen helemaal niet heeft gestuurd. Hun boodschap is niet Gods boodschap. Hun woorden zijn niet Gods woorden. Daar heeft de profeet Jeremia zoveel mee te stellen gehad. Want in zijn tijd waren er zoveel profeten die het volk voorspoed en vrede beloofden. Ze zeiden: vrede, vrede, geen gevaar. God zal jullie zegenen en alles geven wat je nodig hebt. Maar het volk Israël leefde in zonde, ging achter andere goden aan en was de Heere ongehoorzaam. De valse profeten praatten de mensen naar de mond en gaven er soms een vrome draai aan door God erbij te halen. Maar in feite spanden ze God in voor hun eigen ideeën en plannen en praatten de mensen naar de mond. Ook dat kan dus, dat je van iets zegt dat God het ook wel wil of dat Hij het ook vindt. Dan gebruik je God in feite als legitimatie voor jouw zaken, jouw eigen mening en wensen. Dan misbruik je de naam van God.

3. Verdieping

Waarom was dat dan zo erg? Waarom neemt God het zo hoog op als we een verkeerd gebruik maken van zijn Naam? Is Hij soms snel beledigd ? Nee, dat niet. Maar het gebod heeft alles te maken met het bijzondere van de naam van God. God kennen in de Bijbel heet: Gods naam kennen. God liefhebben heet: Gods naam liefhebben. God loven heet: Gods naam loven. Als God ergens zijn nabijheid toont, dan doet Hij daar zijn Naam wonen. Het kennen van Gods naam is zo belangrijk, dat er een apart gebod nodig is om het te beschermen. In de wereld van de Bijbel is de naam niet alleen maar een stickertje dat je op iemand plakt. Je naam is ook niet alleen je faam of je reputatie. Maar als je de naam van iemand kent, dan heb je ook toegang tot die persoon.

Kijk wanneer er iemand bij ons voor de deur staat, die we niet kennen, zijn we meestal koel en gereserveerd. Zolang wij zijn naam niet kennen, weten wij niet wat wij aan hem hebben. Maar noemt iemand zijn naam, dan krijgen wij iets meer houvast. Is de naam die hij noemt, een goede naam of klinkt die ons bekend in de oren, dan wekt dat vertrouwen en kan er toenadering komen. Als de naam van het bedrijf dat iemand vertegenwoordigt, een goede naam is, dan kunnen wij ingaan op de aanbiedingen. De naam zegt dus iets over wie er voor ons staat. In de Bijbel is dit nog veel meer het geval. De naam was uitdrukking van iemands wezen. Kende je de naam van iemand, dan wist je iets over die persoon. Dan kende je zijn karakter, zijn wezen. Je naam, dat ben jezelf.

Zo openbaarde de naam van iemand dus iets over die persoon. Zo spreekt de Bijbel dus ook over de naam van God. God heeft een naam. Dat is niet het woord ‘God’, want dat is een titel, net als koning. Nee, de echte naam van God vinden we daar waar in de vertalingen HEERE in hoofdletters te vinden. Dat staat de Hebreeuwse naam van God. Yahwe. Als God Mozes de opdracht geeft om Israël uit Egypte te bevrijden en Mozes vraagt om de naam van God, dan antwoord Hij: Ik ben die Ik ben. Wat betekent: Ik ben erbij. Dat is de naam van God, die Mozes te horen krijgt. Nu heeft Mozes een houvast. De naam van God is hem bekend. Nu weet Hij wat Hij aan God heeft. Hij is de God die er altijd bij is. Die met zijn volk meetrekt. Dwars door de diepte heen.

Als God zijn naam bekend maakt, dan geeft God zijn naam uit handen, dan geeft Hij Zichzelf uit handen. En dat maakt Hem kwetsbaar, want dat kunnen mensen misbruiken. Dat voelen wij niet goed meer aan. In onze cultuur functioneren namen niet meer op die manier. Als wij onze naam geven, dan hebben we niet het gevoel dat we ons uit handen geven. Maar weet u hoe we het ons misschien kunnen voorstellen?

Je bent iemand tegengekomen op een verjaardag en je vind hem of haar erg leuk. Sterker nog: je bent verliefd. Je komt elkaar wel eens tegen, je hebt weleens een gezamenlijk uitje. Maar op een dag trek je de stoute schoenen aan en je gaat naar die ander en je zegt: Ik houd van jou. Dat is een riskante stap. Als je dat gedaan hebt, kun je niet meer terug. Je hebt jezelf als het ware blootgegeven. Kwetsbaar gemaakt. Nu ben je aan die ander overgeleverd. Hoe zal hij of zij reageren? Die ander kan je afwijzen, kan onverschillig reageren, kan je belachelijk maken bij anderen. Of hij of zij kan je liefde beantwoorden.

Nou zo bijvoorbeeld. Dat God zijn naam geeft, is zijn liefdesverklaring aan ons. Aan u, jou en mij. Daarmee maakt de Here zich kwetsbaar. Hij heeft zich uit handen. Hij kan niet meer terug. Als je gedoopt bent, dan heeft God zijn naam aan je verbonden. Wat heb je ermee gedaan? Wat was je reactie op Zijn liefdesverklaring? Misschien ben je niet gedoopt, maar nu je hier in de kerk zit, zegt Hij ook tegen jou: dit is mijn naam: Ik wil er voor je zijn. Ik houd van je. Dat is zijn liefdesverklaring. Nu ben jij aan zet. Wat is je antwoord.

God maakte zijn naam bekend. Dat is voor de Israëliet een grote bron van vreugde. Heel het OT is er vol van, dat Israël de naam van God mag kennen. Daarom zongen we Psalm 8: Heer, onze Heer, hoe wordt uw naam op aard alom geprezen. De naam van de Heere is een sterke toren, de rechtvaardige vlucht daarheen, Spreuken 18:10. Psalm 116: ik zal uw naam met dankerkentenis verheffen. Ik zal met vreugde in het huis des Heeren gaan om daar met lof uw grote naam te danken. God heeft een naam! Hij is niet een grote onbekende. Hij kan gekend en aangesproken worden. Hij kan aangeroepen en bemind worden. Daarom is het misbruik van Gods naam ook zo erg, want als je Gods naam misbruikt, dan wijs je dus God zelf af, die in het geven van Zijn Naam, zichzelf aan je geeft, dan wijs je Hem af, zoals je iemand na diens liefdesverklaring achteloos aan de kans schuift. Daarom vindt God het misbruiken van zijn naam ook zo erg.

4. Misbruiken

In onze tekst staat: u zult de naam van God niet ‘ijdel’ gebruiken. Ik weet niet waarom de HSV nog steeds dat ouderwetse woord ‘ijdel’ gebruikt. Maar het Hebreeuwse woord ‘saw’ betekent leeg, iets wat geen inhoud heeft. Letterlijk staat er in de grondtekst: ‘u zult de naam van de Heere niet optillen voor een ‘nietig doel”, ‘niet opheffen ‘voor iets dat geen inhoud heeft, ijdel is”. Wat betekent dat? Nou, je kunt de naam van God naar beneden halen, wanneer hij voor een nietszeggend doel ter hand wordt genomen, waar Hij wordt gemanipuleerd, naar de hand gezet. Ik bedoel dit: je kunt de naam van God onderuit halen (niet alleen door vloeken en een vals getuigenis te geven, maar ook) door je manier van leven. Door te zeggen dat je in God gelooft en Jezus volgt, maar in je dagelijks leven tegen zijn geboden in gaan of dingen doen die niet passen bij God. Die haaks staan op zijn woord. In het OT worden daar veel voorbeelden van gegeven. Mensen die met de vroomste gezichten offers brengen in de tempel, maar ondertussen sociaal zwakke mensen uitknijpen of in onmin met anderen leven. Je buren weten dat je in God gelooft en naar de kerk gaat, maar als je niet vriendelijk omgaat met hen, als je in je relaties niet betrouwbaar bent, dan verbinden ze dat ook met God. God? Ja, dat is van die buren die je belazeren waar je bijstaat. Als Hij een beetje op de buren lijkt, dan kan het niet veel zijn.

5. Christus naam dragen

Ik trek de lijn maar even door. We hebben gelezen uit Handelingen 11 dat de volgelingen van Jezus in Antiochië voor het eerst ‘christenen’ werden genoemd. De naam die de gelovigen vanaf dat moment zijn gaan gebruiken is een naam die door anderen aan hen werd gegeven. Zij werden christenen genoemd. De mensen herkenden in hun leven, in wat zij zeiden en deden, iets terug van de Heere Jezus zelf. Zij herkenden hen als degenen die bij Jezus geweest waren (Hand. 4:13). Zij zagen in hun leven iets van Christus terug, van zijn liefde, van zijn overgave, van zijn betrouwbaarheid, van zijn geduld, van zijn ontferming. Waar ze ook maar waren, ze verspreiden de geur van Christus.

Voor ons is dat ook een heel kostbare naam. Want wie de naam van Christus aanroept, die wordt gered. Door zijn offer aan het kruis, hebben we in het geloof de toegang tot God. Dankzij de Here Jezus, mogen wij God zelfs Vader noemen. Die naam van Jezus is ons alles. Toch?! Zonder die naam gaan we verloren. Is er voor ons geen toekomst. Door die Naam te kennen, en Gods liefdesverklaring te aanvaarden, worden we het eigendom van God. Mogen we zijn kinderen zijn. Die naam druk zo ongeveer alles van het evangelie uit. Als je het in een woord wil samenvatten: dan is het Jezus Christus. Hij alleen.

Maar wat is er met die naam gebeurd? Hij is sindsdien als een vlag door het slijk gehaald. Want wij gebruiken die naam voor zo ongeveer van alles. We zijn gewend om allerlei acties christelijk te organiseren en allerlei bewegingen christelijk te noemen. Soms zelfs nog met extra toevoegingen als gegrond op Gods Woord of op de drie formulieren van enigheid. Zo kennen we christelijke sportverenigingen, een christelijke vakbeweging, christelijke scholen, christelijke politiek. En ik wil echt niet alles over een kan scheren, maar is de zaak waarvoor wij staan ook inderdaad de zaak van Christus. Wordt erop een voetbalvereniging net zo hard getackeld en gescholden als op een neutrale vereniging? Wordt er in de christelijke vakbeweging net zoveel machtspolitiek en machtsspelletjes gebruikt als in welke andere vakbond ook? Wat betekent christelijk voor een school als er leraren zijn die openlijk niet geloven of de kernpunten van het christelijk geloof verlaten hebben, en de bijbel in de klassen niet echt meer een rol speelt? Wat betekent christelijk voor een politieke partij die iedereen toelaat, net zo achter de schermen regelt en lobbyt voor zijn standpunten als elke andere partij en dingen naar de media laat uitlekken om dingen gedaan te krijgen?

Is alles wat zich vandaag christelijk noemt ook echt op Christus, de gekruisigde en opgestane Heer betrokken? Dient het echt de zaak van Hem en van Zijn koninkrijk of is het slechts een mooi etiket. Gaat het in al deze christelijke zaken ook echt om de zaak van Christus of om onze eigen zaak? Hoe vaak gebeurt het niet dat onze zaak op een lijn gesteld wordt met de zaak van Christus. Hoe werelds gaat het er soms aan toe in de christelijke wereld. Ook hiermee heeft het derde gebod mijn inziens te maken. Elke christelijke vereniging of beweging, elk woord of elke mening die zich op Christus Naam beroept, maar ondertussen zichzelf en eigen zaak bedoelt, overtreedt het derde gebod.

Als het kruis van Christus niet centraal staat en de inhoud bepaalt, laten we dan zo gauw mogelijk de naam christelijk verwijderen, om niet nog meer de naam van Hem die ons lief is door het slijk te halen en voor het oog van de wereld te verkwanselen, want die begrijpt er niets meer van. De katholieken en protestanten in Noord Ierland, die al eeuwen ruzie maken; terwijl ze allebei zeggen christen te zijn. De president van Zuid Soedan die van de week met zijn rivaal een verbond sloot, waarvan niemand geloofd dat ze het zullen houden, en waar al zoveel bloed vergoten is, die van een andere stam zijn, maar zich allebei als christen beschouwen. Wie begrijpt het nog? Of dichter bij. Wie begrijpt het nog als christelijke kerken elkaar verketteren en zwart maken, terwijl ze allebei de naam van Christus dragen? Of als gemeentes, die zich vrijzinnig christelijk noemen, op de stations posters ophangen met teksten als: ‘Mijn God laat me zelf denken’, ‘Mijn God trouwt ook homo’s’ en ‘Mijn God dwingt me tot niets’. Is dan de verwarring niet groot. Wie weet nog dat de naam Christen alles met Jezus te maken heeft, en alleen met Hem? Laten we zuinig zijn op die naam en zijn naam niet misbruiken voor onze eigen belangen of ideeën.

6. Slot

God houdt namelijk niet voor onschuldig wie zijn naam misbruikt. Dat wil zeggen: Hij geeft alleen zijn Zegen aan hen die Zijn naam eren, bij wie Hij welkom is. Aan mensen die Hem zoeken en naar Hem verlangen. Die met vallen en opstaan, vrijmoedig of stamelend, belijden: Heer, er is niemand als U. Dank u dat ik Jezus mag kennen. O, Jezus hoe vertrouwd en goed klinkt mij uw naam in het oor. U naam die mij geloven doet, u gaat mij reddend voor.

Laten we zuinig zijn op de naam van Jezus en ook in de week die komt, goede ambassadeurs zijn van Christus. Want aan Zijn naam, hebben wij ons leven te danken.

Amen.