God (ver)schijnt in het donker!

Schriftlezing: Jesaja 9:1-6 - Lucas 1:67-79
Datum: 21 december 2014
Download PDF


1. Een belangrijke vraag

Soms kan je een gevoel van somberheid bekruipen, als je het nieuws een beetje volgt. De gijzeling in Sydney. De school in Pakistan, met zoveel onschuldige kinderen die gedood zijn door de Taliban. Het gaat maar door. Het ene slechte nieuws is nog niet gekomen of andere slecht nieuwsberichten staan al weer klaar. Crisis, problemen, tegenslagen, ze verdringen het goede en mooie dat er ook is zomaar naar de rand. En dat in de grote wereld, maar soms ook zo akelig dichtbij. De teleurstelling in je relatie, de lastige dingen op je werk, je gezondheid die zo ineens anders loopt. Om moedeloos van te worden. We maken ons klaar om Kerst te vieren, maar is er sinds de komst van Jezus wel echt wat in deze wereld veranderd? En zo ja, waarom merken we daar zo weinig van? Ik kan me de klacht van veel Joden wel voorstellen: Als Jezus werkelijk de Messias zou zijn, waarom ziet deze wereld er dan nog zo onverlost uit? Heeft het eigenlijk wel zin om jaar in jaar Kerst te vieren, met Advent prachtige liederen te zingen, en dan weer over te gaan tot de orde van de dag. En dat jaar in, jaar uit?

We voelen allemaal wel aan, dat dit niet de bedoeling kan zijn. We vieren dit jaar niet zomaar Advent en Kerst. Misschien is het wel de laatste keer dat we dit kunnen vieren. Wat zou dan de bedoeling van Kerst kunnen zijn? Waarom heeft God het Kerst laten worden en is Hij mens geworden? Wat zit daar achter? Wat is zijn plan hiermee? Waar wil Hij dat het op uitloopt? En: wat zou Hij van ons verlangen, als dit onze laatste Kerst zou zijn?

Weet u, ik wil hierover met u en jou nadenken vanmorgen. Over wat Gods plan is voor deze wereld en zijn passie voor ons leven. Daarom staan we vanmorgen stil bij de lofzang van Zacharias.

2. De lofzang is profetie!

Weet u waarom? Omdat de lofzang, het lied dat Zacharias zingt – eigen een soort nieuwtestamentische psalm – een profetie is. Want dat lezen we in Lucas 1:67: ‘En Zacharias werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde’. De lofzang van Zacharias is regelrecht een profetie. En dat betekent dat de inhoud bij God vandaan komt. Het zijn de woorden van Zacharias, maar ze zijn door God geïnspireerd. God laat via deze lofzang iets van zijn plan zien, van zijn passie en ook wat Hij van ons verlangt.

Dat Zacharias gaat profeteren is trouwens heel bijzonder. Want het was lange tijd stil geweest. Na de laatste profeet van het Oude testament Maleachi is het 400 jaar stil geweest. 400 jaar lang geen woorden van God. Geen visioenen en geen profetieën. Het was als in de dagen van Samuël: het woord van de Here was schaars en gezichten waren niet talrijk. Dus al met al een donkere tijd. En dat God dan opeens weer gaat spreken, als Zijn Geest mensen profetisch vaardig maakt, is dat met recht bijzonder. God neemt redenen uit zichzelf en neemt opnieuw het woord. Hij doorbreekt Zelf het zwijgen. Dan moet je extra goed luisteren naar wat God te zeggen heeft.

3. Het doel van de profetie

Als je de profetie van Zacharias aandachtig leest, en je afvraagt wat gaat het nu precies op, wat is nou de bedoeling, de strekking van deze woorden, de passie van God is en waar Hij op uit is, dan vind je dat denk ik het meest duidelijk uitgedrukt in het laatste vers van de lofzang. Het is alsof heel dit lied daarop uitloopt. Want in dat vers profeteert Zacharias over de Opgang uit de hoogte – dat was voor de Joden in die tijd een messiaanse term; een aanduiding voor de Messias die zou komen. Geënt op woorden van de laatste profeet Maleachi waar hij zegt: de zon der gerechtigheid zal opgaan, en onder haar vleugels, onder haar stralen, zal er genezing zijn – die Opgang uit de hoogte – een verwijzing naar de Here Jezus die zou komen – die zal komen om te verschijnen aan mensen die gezeten zijn in duisternis en schaduw van de dood. Heel de lofzang van Zacharias gaat over de verlossing die God gaat brengen voor zijn volk Israël – ik kom daar zo nog wel op terug – en dat werk van God loopt uit – via de wegbereider Johannes – op de verschijning van de Messias. De Opgang uit de hoogte is gekomen – het is Kerst geworden. Voor wie? Voor mensen die in het donker zitten. Voor mensen die leven in de schaduw van de dood.

Als je wil weten wat Gods passie is, als je wilt weten van Zijn plan is, dan vindt je hier aan het slot het antwoord. God komt in de Messias voor mensen die in het donker zitten en voor wie de dood het enige is dat telt.

4. Oude woorden

En weet u, met deze laatste woorden brengt Zacharias oude woorden in herinnering. Woorden die eeuwen eerder door de profeet Jesaja waren geprofeteerd. In een uitermate moeilijke en donkere tijd had Jesaja deze woorden van God ontvangen: Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; zij die wonen in het land van de schaduw van de dood over hen zal een licht schijnen.

Want wat was er gebeurd? Hoe was het volk in het donker terecht gekomen? Nou er is maar een reden eigenlijk: de vertrouwelijke omgang met God was op een laag pitje te komen staan. In allerlei moeilijke situaties, keuzes met betrekking tot relatie, huwelijk, werk, gezondheid, zoekt het niet langer de Here. Men houdt Hem er steeds meer buiten? Hij is ver. Hij hoort ons toch niet. Wat merken we eigenlijk van Hem. Zou het allemaal wel waar zijn wat de profeten ons vertellen. De omgang met God verschraalt, en dan komen we moeilijkheden. Juist in dit tijd. Het is de achtste eeuw voor Christus. De inwoners van het land Israël zitten ingeklemd tussen grote wereldmachten. In het Noorden zitten de Assyriërs. Ze zijn onderweg met hun legers om Israël onder de voet te lopen. Het is volk met een enorme expansiedrift. In het zuiden worden ze bedreigd door Egypte. Het drukkende juk, de zweep van de drijver, de stampende laars en de mantel waar bloed aankleeft zijn méér dan alleen beeldspraak. Ze beschrijven de realiteit van een donkere en dreigende wereld, vol geweld, verdrukking en ellende. En in plaats dat Israël naar de Here toevalt, valt het juist van Hem af. Dat is de tragiek van de donkerheid waarin Israël zit.

Want een paar verzen voorafgaand aan de profetie van Jesaja 9, in hoofdstuk 8, lezen we aangrijpende woorden. Want wat doet Israël? Het zoekt zijn heil bij kwakzalvers. Zo lezen we in Jes. 8:19: ‘wanneer zij dan tegen u zeggen: raadpleeg de geesten van doden, en waarzeggers met hun gelispel en geprevel – zeg dan tegen hen – moet een volk Zijn God niet raadplegen? Moet men voor de levenden doden raadplegen? Terug naar de Wet en naar het getuigenis!’. Dat is de tragiek van het volk in die dagen. Men bestrijd de angst en de onzekerheid door geesten van doden te gaan raadplegen. Een vorm van wat wij vandaag spiritisme noemen. We kennen dat wel vanuit verschillende televisieprogramma’s dat mensen via een medium contact zoeken met overleden geliefden, om te weten of hun kind, vader of moeder, opa of oma, goed terecht is gekomen, het goed maakt. Maar wat mensen niet beseffen – en wat Israël toen ook niet besefte – is dat dit je allemaal niet helpt. Wie God verlaat en de leegte die ontstaat opgaat vullen met iets anders, en zijn hulp bij andere goden, mensen of machten zoekt, krijgt smart op smart te vrezen. Als mensen om hun angst te bezweren naar de wereld van het occulte grijpen (waarzeggers, helderzienden, magnetiseurs, astrologie, spiritisme, magie), weet u wat de vrucht daarvan is? Dat laat Jesaja ook zien. Lees maar in de verzen die volgen. Vs. 20: ze zullen geen dageraad hebben. Geen licht. Vs. 21: ze zullen honger lijden honger. Geestelijke honger. Er zullen uitbarstingen van woede zijn. Men zal gaan vloeken op de koning en op God. Op overheden en gezagsdragers, maar ook op God. Er zal zegt vers 22 benauwdheid en duisternis zijn, angstaanjagende donkerheid. Men zal voortgedreven worden, het donker in. Dat is aangrijpend gemeente. Als je God verlaat, kom je – vroeg of laat – in het donker, dan valt steeds meer de schaduw van de dood over je leven. Dat was niet alleen toen, dat is ook nu nog steeds zo. Jesaja heeft het over schaduw van de dood. Zacharias spreekt over de schaduw van de dood. En dan geldt helaas nog steeds. Zal ik u wat voorbeelden geven?

5. Bitter actueel

Yanet was alleen thuis. Ze was wakker geworden en kon niet meer slapen. Haar hart klopte in haar keel. Ze was geschrokken. Het leek wel alsof er iemand in haar kamer was. Ze opende haar ogen, maar kon niemand zien. Het was alsof er iets zwaars op haar drukte. Ze kon haar armen en benen niet bewegen. Ze wilde schreeuwen, maar er kwam geen geluid uit haar keel. Ze was bang. Wie kon haar helpen? Na 5 minuten had ze het idee dat het weg was. Wat een nare droom. Was het wel een droom? Het leek zo reëel.

De kleine Roberto uit Santiago. Een jongen van 7 jaar. Had al twee keer poging tot zelfmoord gedaan. Wat was zijn probleem? Kon ’s nachts niet slapen. Zag elke nacht een enge man staan in zijn kamer, die hem wilde hem doden. En dan rende hij gillend naar zijn moeder. Maar zij kon hem niet helpen. Ze was actief in het spiritisme. Gaf lezingen en congressen. Wist alles over het contact met geesten, maar was niet instaat de angst van haar zoon weg te nemen.

Abner kwam laat uit zijn werk. Hij was moe. Hij had een drukke dag gehad. Het enige waar hij naar verlangde was rust. Hij parkeerde zijn auto en ging naar binnen. Zijn vrouw zat achter de tv. Het was rommelig in huis. En daar had hij een hekel aan. Hij voelde zich boos worden. Waarom zette ze zijn eten niet klaar? Gisteren hadden ze een woorden wisseling gehad. Financieel liep het niet lekker. Ze konden niet rondkomen. Steeds waren er van die dingen. Hij was het zat dat hij altijd de schuld kreeg. Hij offerde zich toch op. Ze moest ook haar goede kant laten zien. Het maakte hem woedend. Het was niet de eerste keer dat hij haar geslagen had.

Tom was thuisgekomen. Erg van slag. Zijn handen beefden nog. Dit was nog niet eerder gebeurd. Meestal was het wel leuk geweest. Samen met zijn vrienden had hij met het ouija bord gespeeld. Zo’n spel waarmee je geesten kunt oproepen. Hij had het bord voor het eerst gezien in het huis van een klasgenoot. En toen ze hem uitnodigden leek het hem wel interessant. Af en toe ontvingen ze boodschap voor iemand. Maar deze keer was heel verschillend. Het plankje bewoog over de letters. Zijn naam werd gespeld. ‘Je bent een kind van de dood’ volgde erop. Anderen moesten erom lachten. Maar het was alsof hij aan zijn stoel genageld werd. Tom wist niet hoe snel hij naar huis moest gaan. De woorden bleven rondzingen in zijn hoofd.

Zij die gebonden zaten, in schaduw van de dood, omdat zij God vergaten, vervielen in die nood, zegt Psalm 107. Vandaag is het Advent. Jezus is gekomen om te verschijnen aan het die gezeten zijn in duisternis en schaduw van de dood, zegt Zacharias. Dat is de passie van God! Na 400 jaar zwijgen neemt Hij opnieuw het woord. Zie je die nood. Zie je die mensen. Dit is Mijn wereld. Als zij niet naar Mij vragen, dan kom Ik zelf. Dat is mijn passie. Voor hen klopt Mijn hart! Daarom is het Kerst geworden. God wordt mens voor mensen in het donker.

Ken u mensen die in het donker leven? Of ben je zelf zo iemand? Dat kan ook. Leef je in de schaduw en ervaar je de zuigkracht van het negatieve. Dat je naar beneden trekt. Die macht die aan je trekt en zoveel kapot maakt. In je relatie, op je werk. Die boosheid. Die verslaving. Dat donkere in je hart. Die negatieve spiraal waar je niet van loskomt. Zou het kunnen dat in verkeerde dingen hebt geïnvesteerd en dat je relatie met God op een laag pitje is gekomen. Je ervaart dat je niet bij machte bent om het te veranderen. Hoor dan vanmorgen het Evangelie. God is gekomen voor mensen die zijn blijven zitten. Die niet meer in beweging komen. Hij spreekt ons toe vanmorgen: sta op, ik ben je Heiland. Je kwam niet naar Mij toe, maar ik ben naar jou gekomen om je te verlossen. Geef Mij je angst en je zorgen, je zonden, dan geef Ik je Mijn vrede en Mijn vergeving.

6. Evangelie met een opdracht

Gemeente, er is in dat laatste vers een wonderlijke wending. God is gekomen om aan mensen te verschijnen die gezeten zijn in duisternis en schaduw van de dood en Hij is verschenen om onze voeten te richten op de weg van de vrede. Het slotvers van de lofzang is een uiterst missionaire tekst. Hoe verschijnt God aan de mensen die zitten in het donker en in de schaduw van de dood? Door onze voeten te richten op de weg des vredes. De passie van God voor deze wereld in nood, krijgt navolging in het leven van Zijn kinderen. Hij richt ze op. Hij nodigt ze uit om de weg van de vrede te gaan. Om vredestichter te zijn, om Zijn vrede uit te delen. God stuurt zijn kinderen op pad om in deze gebroken wereld, in deze duisternis lichtdragers te zijn. Om andere te vertellen en ze voor te leven, dat er maar een echte vrede geeft. En dat is de Here Jezus. Die gekomen is in de nacht, om Zijn Licht te ontsteken. In onze harten, en door ons heen, in al die huizen, op al die plekken, waar mensen het niet meer zien zitten. Om onze voeten te richten op de weg van de vrede.

7. Ja maar; en toch!

Nu kan ik me voorstellen, dat je denkt, dat is nogal wat. Kan ik dat wel. Ben ik daartoe bekwaam. Er is in mijn eigen leven toch ook nog zoveel duisternis. Wie ben ik? Ik ben geen haar beter.

Gemeente, dat is helemaal waar, maar kan natuurlijk nooit een excuus zijn. God wil via zijn kinderen, via ons, in deze wereld werken. De Here Jezus is gekomen om het zonde probleem in ons leven aan te pakken. Toen Hij stierf aan het kruis, heeft Hij de macht van de zonde gebroken. Sinds kruis en opstanding mag de zonde en onze zondige natuur nooit een excuus zijn om niet in beweging te komen.

Het is ook Pinksteren geweest. God heeft Zijn levendmakende Geest uitgestort op Zijn gemeente. Wie de Here Jezus toebehoort, heeft die Geest ook ontvangen. Wij hoeven de dingen nooit in eigen kracht te doen; dat kunnen we ook helemaal niet. Maar als God ons opricht, ons oproept om in beweging te komen, om niet voor onszelf te leven, om Hem te dienen zonder vrees, om met Zijn ogen naar de wereld te kijken, naar al die mensen die in het donker leven, die gezeten zijn in de schaduw van de dood, je buren, collega’s of vrienden, dan mag ons antwoord zijn: ja Here, als u het zegt, dan kan het, dan zullen we opstaan, dan mag u op ons rekenen. Als u zo’n hoge prijs voor mijn leven wilde betalen, dat u ervoor stierf aan het kruis, wie ben ik om hier te blijven zitten, wie ben ik om Kerst jaar in jaar uit te vieren, en nooit in beweging te komen.

Het is zo eenvoudig wat God van ons vraagt: een kaartje, een telefoontje, een bemoedigend woord, een bezoekje, een arm om iemands schouder, een luisterend oor, een stil gebed, voor een jongere of een oudere, die weet wat duisternis is.

Het is Kerst geworden. Jezus is gekomen om verlossing te brengen van onze vijanden, zegt Zacharias. Dat staat nog uit. God zal Israël verlossen van al zijn vijanden, maar Hij kwam eerst om de grootste vijand te verslaan: de vijand van de zonde en het eigen vlees. Jezus is gekomen opdat wij De Here zouden dienen, zegt Zacharias in vers 74-75, zonder vrees, in heiligheid en gerechtigheid, dat wil zeggen: helemaal Hem toegewijd, alle dagen van ons leven.

God wil dat zijn passie, onze passie is, Zijn verlangen ons verlangen. Opdat deze wereld in nood Hem kent die de vredevorst is, die gekomen is om te verschijnen aan mensen in het donker. Gezegende Kerstdagen toegewenst.

Amen.