Gods leiding in ons leven

Schriftlezing: Psalm 25 - Johannes 14:15-17 - Johannes 16:13-14
Datum: 2 november 2014
Download PDF


1. Over leiding gesproken.

Een jonge piloot was aan het vliegen, toen het weer plotseling omsloeg. Er kwam een dikke mist opzetten, en het zicht was beperkt. Een spannende situatie. De piloot was nog maar net voor zijn vliegbrevet geslaagd. Nu moest hij op zijn instrumenten vliegen. Hij maakte zich zorgen over de landing. De luchthaven waar hij heen moest was druk en voor hem onbekend. Doordat hij totaal niets kon zien, raakte hij bijna in paniek. Twee keer stond hij bijna op het punt om een noodsignaal af te geven. Maar hij dwong zich om aan de woorden van zijn instructeur terug te denken. Deze had erop gestaan dat hij het vlieghandboek uit zijn hoofd leerde. Hij zag er toen niet zo het nut van in, maar nu was hij er heel dankbaar voor. Plotseling hoorde hij via de radio de stem van de luchtverkeersleider. Hij vertelde hem meteen over zijn situatie en vroeg toestemming om te landen. Ik vlieg nu in de mist, misschien kunt u mij helpen? Ik zal je helpen, klonk het antwoord. De piloot was dankbaar. De landing was nu in veilige handen. Hijzelf moest terugvallen op de vlieginstructies die hij had geleerd én tegelijk vertrouwen op de stem van iemand die hij niet kon zien. Zo leidde de verkeersleider de piloot naar de luchthaven. Met de lessen van zijn vlieghandboek in gedachten en de vriendelijke stem van de luchtverkeersleider, kon hij een veilige landing maken.

Gemeente, dit korte verhaaltje heeft denk ik veel met het thema van vanavond en met het Bijbelgedeelte te maken. De piloot kwam in de mist terecht en zag niet duidelijk hoe hij verder moest. Hij had leiding nodig. En die leiding kwam in de vorm van de luchtverkeersleiding, de stem die tot hem sprak, maar had ook alles te maken met het vlieghandboek. De stem en het boek. Woord en Geest. God leidt zijn kinderen door Woord en Geest. Het thema van deze preek.

2. Omstandigheden.

Er zit in het verhaaltje wel iets herkenbaars voor ons. De piloot had behoefte aan leiding omdat hij in de mist zat. Hij zag de weg niet duidelijk voor zich. Ik denk dat de vraag naar Gods leiding in ons leven, naar Zijn spreken, ook vaak opkomt in situaties dat het mistig is of in omstandigheden die moeilijk zijn, als er dingen gebeuren die ons geloof onder druk zetten. Dan kunnen we niet helder zien welke weg God wil dat we gaan of welke keuzes God wil dat we maken.

Zo is het ook bij de dichter van Psalm 25. Of het David is of niet (dat weten we niet precies. Het Hebreeuwse leDawid kan zowel voor David als van David betekenen; een lied gemaakt door hem of voor hem), maakt eigenlijk niet zoveel uit. De dichter is net als de piloot in zwaar weer terecht gekomen. Hij is in de problemen geraakt. Aan het einde van de psalm gebruikt de dichter allerlei beelden om zijn gemoedstoestand te beschrijven. Vers 16: ik ben eenzaam en voel mij ellendig. In vers 17 lezen we: de benauwdheden van mijn hart hebben zich wijd uitgestrekt. Het woord ‘benauwdheid’ drukt iets beklemmends uit. Er drukt iets op je hart. Het zit je niet lekker. Je bent niet gelukkig. En dat heeft zich wijd uitgestrekt. Het beïnvloedt je hele leven, heel je functioneren. En in vers 18 noemt de dichter zijn ellende en moeite. Met andere woorden: pittige omstandigheden, mistig, zwaar weer. Het heeft de dichter behoorlijk onzeker gemaakt. Hem ook wel in een isolement gebracht. Dat kan zomaar gebeuren als er van die moeilijke dingen in je leven gebeuren. Als ziekte je levenspad kruist, je op je werk aan de kant wordt gezet, je gepest wordt door klasgenoten, als je relatie onder druk komt te staan. Dan wordt er aan je leven geschut. Dan komen de dingen op scherp komen te staan. Dan kom je in de storm of in de mist. Dan heb je geen antwoorden, maar vragen, dan worden de vragen en gedachten vermenigvuldigd.

3. Oorzaken.

Hoe is het zover gekomen eigenlijk in het leven van deze dichter? Hoe is hij zo aan het twijfelen geraakt over de weg van God en de bestemming van zijn leven? Als ik het goed zie, noemt de dichter twee dingen. Twee mogelijke oorzaken van de mist in zijn leven.

3a. Mensen.

Het eerste is dit: Hij is in problemen geraakt door mensen. Ze worden zelfs vijanden genoemd. Wat hebben ze gedaan? Ze hebben hem bedrogen, zijn vertrouwen geschaad. En in dat woord ‘bedriegen’ klinkt heel wat mee. Het wordt in de Bijbel gebruikt voor mensen die elkaar ontrouw zijn. In een huwelijk als de een de ander bedriegt of een dubbel leven heeft. Als afspraken niet worden nagekomen. Als mensen ja-zeggen maar nee-doen, of omgekeerd. Als er tegen je gelogen wordt. Als mensen over je spreken en de waarheid niet vertellen. Als er achter je rug om over je wordt gesproken. Dan wordt het vertrouwen in de relatie met anderen wordt geschaad. Hier gaat het zover dat mensen de dichter haten. Dan is de relatie helemaal vertroebeld. Dan is er iets grondig mis. Vers 19 ze haten mij met een dodelijke haat. In de grondtekst staat daar het woord: ‘chamas’. Iets wat ons wel bekend in de oren klinkt. De haat tegen het Joodse volk. De dichter heeft met een soortgelijke haat te maken. Van mensen met wie hij omgaat, op zijn werk of om hem heen. Haat of geweld kan zelfs een fysieke kant hebben, in de zin van mishandeling, en de verwondingen die je daardoor oploopt in je leven. Dus uit de psalm komt een beschadigd mens te voorschijn. Die het geweldig moeilijk heeft. En juist als die moeilijkheden te maken hebben met relaties die zijn verstoord, grijpt dat diep in je leven in. Dat is trouwens iets van alle tijden. De meeste pijn die wij mensen oplopen, wordt ons door mensen aangedaan. Ik denk dat dit voor ons wel herkenbaar is. En als dat gebeurt, als je in de omgang met de mensen zo teleurgesteld wordt of zo gekwetst, dan heb je de neiging om de ophaalbrug op te halen, en het contact met anderen mijdt. Die neiging had de dichter van deze psalm ook. Maar hij blijft er niet bij zitten, dan zien we zo.

3b. Zonden.

De dichter noemt nog een tweede reden. En daarin wijst hij niet naar de mensen om hem heen, maar naar zichzelf. Dat is moedig. Je kunt de schuld wel altijd aan anderen geven, maar wie is zelf zonder zonde? Wie heeft zelf nooit fouten gemaakt? Daar legt David of de dichter ook de vinger bij. Hij noemt ze de zonden van zijn jeugd (vers 7). De opstandige jaren, die hij misschien heeft gehad toen hij jong was. Ook dat is misschien herkenbaar. Voor mij in ieder geval wel. Dat ik dominee ben geworden is echt een wonder. Als er iemand is die zich verzet heeft tegen God, dan ben ik het wel. De dichter is dus wel eerlijk. Hij kijkt ook naar zichzelf. Here God, zou het kunnen zijn, dat de omstandigheden, dat het zo mistig is, misschien ook met mij te maken hebben, met de keuzes die ik heb gemaakt? Daar is moed voor nodig om die vraag te stellen? Doet u of jij dat ook, in je gebed? Kijk, het is natuurlijk lang niet altijd zo, dat als we het moeilijk hebben, en de weg van God niet helder zien, dat dit met zonden te maken heeft. Dat hoeft niet. Er is ook in deze wereld een hoop gebrokenheid. We leven buiten het paradijs. Bovendien is de tegenstander van God ook bezig om ons te belagen en ons de vreugde in God te ontnemen. Er zijn omstandigheden die wij zelf niet veroorzaakt hebben. Die overkomen ons. Maar het is niet verkeerd om je die vraag in je gebed, in je worsteling met God mee te nemen: zijn er misschien zonden in mijn leven, die de leiding van God in de weg staan, waardoor ik zijn Stem niet horen kan?

De dichter doet dat wel. En waar moeten we dan aan denken? De psalm wijst ons wel een richting. In het OT zijn er in totaal drie woorden voor zonde. En die komen alle drie hier voor. Het eerste is ‘Chataat’: je doel missen. Dat duidt op de verkeerde keuzes die je in je leven hebt gemaakt. En dat kan met alles te maken hebben: opleiding, studie, werk; relaties met anderen; financiële keuzes. Een verkeerde keuze kan soms een lange nasleep hebben. Het zou zomaar kunnen dat bepaalde keuzes ons eerder verwijderd dan dichter bij God hebben gebracht. Het andere woord ‘Pesha’ heeft met overtreding te maken in de zin van opstandigheid of rebellie. Dat je dingen doet of gedaan hebt waarvan je weet dat jet niet goed is. Dat je steeds maar weer de grenzen op zoekt van wat toelaatbaar is. In je relatie met je ouders, school, of vooral in de omgang met God. Nou dat zal Hij heus niet zo erg vinden en je doet wat je zelf graag wil. Rebellie is dat je over een grens gaat en dan is het niet zo gemakkelijke om er weer achter terug te gaan. Dat kan in je relatie, dat kan met occulte spelletjes te maken hebben, die je vrienden ook doen. Het derde is ‘Awon’ ongerechtigheid. Dan zou je aan seksuele zonden kunnen denken. Met jezelf of met anderen. Bij David moet je denken aan zijn zonde met Batseba, maar het kan natuurlijk van alles zijn.

Wat doet de dichter dus? Hij is heel open een eerlijk. Hij laat ons vanmiddag in zijn hart kijken. Hij zegt: weet je, al deze dingen (en daarom gebruikt hij alle drie de grondwoorden voor zonde, om het zo breed mogelijk te maken) kunnen je in de weg staan naar God toe, waardoor zijn leiding moeilijk waar te nemen is. Kijk eens in de spiegel! Hoe zit dat bij u of bij jou. Zou het kunnen zijn dat het mistig is in jouw of uw leven, omdat je vastzit aan bepaalde zonden? Of heb je zelf niet zuiver gehandeld in relatie tot anderen. Het zou kunnen dat het daardoor donker is in je leven en je weinig van Gods aanwezigheid en spreken ervaart. Als dat zo is, of als er – dat was het eerste punt – als er dingen is zijn gegaan in relatie met anderen, wat moet je dan doen? Dat moet je open kaart spelen naar God toe.

4. Gebed.

Wat deed de piloot toen hij in de mist terecht kwam? Hij zocht contact met de verkeerstoren. Dat moeten wij ook doen! Vers 1: Here tot U hef ik mijn ziel op. De dichter gaat de weg omhoog; hij gaat met de nood van zijn leven naar God toe. Hij heft zijn ziel op. Zijn ziel. Dat is die kwetsbare binnenruimte van zijn hart, zoals iemand dat eens vertaalde. Dat is zo belangrijk. Dat je alles, ook de pijn en zorgen, vragen deelt met God. De dichter houdt niets achter. Dat moeten wij ook niet doen. Niet is zo bevrijdend om alles bij de Here te brengen. Je zorgen, je noden, je vragen. En als het zo is, dat er bepaalde zonden zijn in je leven, waar je aan vasthoudt, dan moet je die belijden. De dichter doet dat ook in vers 7: denk niet aan de zonden van mijn jeugd of aan mijn overtredingen. Vers 18: Here ‘neem weg al mijn zonden’. Als de mist met mijn zonden te maken heeft, neem ze weg, reinig mijn hart, opdat ik uw stem weer kan horen. Zo is de dichter in gesprek met God. En weet u wat het mooie is? Dat God belooft hem te helpen. Dat is het vijfde punt.

5. Belofte.

Er staan zoveel beloftes in de psalm. Vers 8: Goed en waarachtig is de Here, daarom onderwijst Hij zondaars in de weg. Vers. 9: Hij leidt zachtmoedigen, Hij leert ze zijn weg. Of vers 12: De Here onderwijst hem in de weg die hij moet kiezen. Stuk voor stuk beloften, dat de Here ook daadwerkelijk ons leven wil leiden. Het trof me dat er in vers 8 zondaars staat. Hij onderwijst zondaars de weg. Deze belofte gaat over gelovigen, dat is in de psalm veronderstelt, mensen die de Here toebehoren, maar die daarin struikelen. Die ondanks hun relatie met de Here, zonde doen. Wat is mooie van de psalm? De Here trekt zijn hand niet van hen af, maar is zo genadig, dat Hij hen elke keer weer opricht en verder helpt. Met andere woorden: wij hoeven iet te twijfelen aan de Here, of Hij ook ons wil leiden. Niets liever doet Hij dat. Daarom vinden we in deze psalm drie keer de belofte: Ik zal je onderwijzen en leren de weg die je moet gaan.

Ja, dan moeten we dat ook willen. Dan moeten we daar ook open voor staan. Dat hoort er wel bij. De keerzijde van het zoeken naar Gods leiding is ook dat we daar ook naar verlangen en ervoor openstaan. Daar zit vaak nog wel een hobbel bij ons. We willen wel dat God bij ons is, maar durven we het ook echt toe te laten dat Hij ons de weg wijst? Is spannend, want dan mag Hij de koers bepalen. En moet je misschien opgeven wat jijzelf heel belangrijk vindt. Durf je dat? Wil je dat? De dichter van de psalm wel. Hij is zover gekomen, dat Hij echt niets anders meer wil. De mist duurt hem veel te lang. Luister maar naar zijn gebed: in vers 4 en 5: Here, maak mij uw wegen bekend, leer mij uw paden. Leid mij in uw waarheid. Dat zit heel sterk een besef in dat Hij het mag bepalen. De dichter vraagt niet naar de bekende weg, maar naar Gods weg. Dat is belangrijk. Als je de weg kwijt bent geraakt in je leven, dan moet je dus niet maar in een kringetje blijven draaien. Nee, je moet vragen of iemand je uitleidt. Daar bidt David om. De crisis, de problemen, hebben hem 1 ding geleerd: ik doe er goed aan, om niet bij mezelf te raden te gaan, maar te vragen naar de weg van God. De God van de Bijbel is een God die mensen uitleidt, uit het doolhof, uit de mist, en hen leidt naar een veilige haven. Dat is de boodschap van de Psalm. Maar hoe doet God dat dan?

6. Via het Woord.

De Here God heeft veel manieren om tot ons te spreken: door het gebed, via mensen, een droom of een visioen, omstandigheden, maar hier gaat het over het Woord. Daar leg ik vanmiddag even de vinger bij. Nou ja, niet ik, maar de psalm. Want het was u natuurlijk ook wel opgevallen, dat Psalm 25 een alfabetische psalm is. Elke vers begint met een letter van het Hebreeuwse alfabet. 22 letters. 22 verzen. Wat wil dat zeggen? Om Gods stem te kunnen verstaan, is het Woord van God dus heel belangrijk. Zoals je de letters van het alfabet nodig hebt, om een taal te kunnen leren, zo heb je de letters van het Woord nodig om de taal van God te leren. Om de golflengte te leren kennen, waarop Hij spreekt. Voor de dichter is dit heel belangrijk. Daarom bidt hij ook steeds: Heer, maak mij bekend, leer mij, onderwijs mij. Hij wil dat Woord van God leren kennen. Hoe meer hij thuis is in het Woord van God, hoe meer woorden God heeft om tot Hem te spreken.

Hoe meer je thuis bent in de Bijbel, hoe beter je de Stem van God kun leren verstaan. Want heel vaak gebruikt de Heilige Geest een Woord uit de Bijbel om tot ons te spreken. Als je in de Bijbel leest, en er is een tekst die je raakt of bemoedigt, en later op de dag of in de week komt dezelfde tekst nog een keer naar je toe, via een kaartje dat je kreeg, meditatie die je leas of in een dienst die je bijwoonde. In Chili zeiden we dan: God spreekt vaak ik stereo. Je moet voor je werk op reis, en Psalm 121 komt in je gedachten: de Here zal je uitgang en je ingang behouden. En je weet: Hij zorgt voor me. Je staat voor een operatie, en je herinnert je: maar de Heer zal uitkomst geven. En je weet: ik kom er doorheen. Je staat voor een moeilijke beslissing, en je krijgt vrede over een keus, omdat je je de woorden van de Here Jezus herinnerde: ik geef je mijn vrede. Je moet met iemand praten, je ziet er tegen op, en je moet steeds denken aan Jozua: wees moedig en sterk, ik zal je niet verlaten. Zo concreet gebruikt de Heilige Geest het Woord om tot je te spreken. Zo ontvang je antwoord op een gebed, of de leiding van God die je zo nodig hebt. Je begrijpt wel, hoe belangrijk het is om het Woord van God niet dicht te laten, maar erin te lezen en ermee bezig te zijn. Het liefst zo vroeg als het kan. Dat je je kinderen vanaf het begin het ABC van de Bijbel leert, door de verhalen te vertellen, en door het Woord steeds weer open doen. God zal het zegenen. Hij zal erdoor spreken. Hij zal in de mist, zijn Stem doen klinken en ons leiden door zijn Geest. Net als bij die piloot. Het handboek en de stem. Woord en Geest. En wat is de vrucht? Dat is het laatste punt.

7. De vrucht.

Het zo bezig zijn met het Woord, bidden en luisterend, brengt je dichter bij de Here Jezus en geeft je liefde voor Israël. Wat bidt de dichter in vers 5? Here, u bent de God van mijn heil. Daar staat hetzelfde grondwoord als de naam van de Here Jezus. Yesha: heil. Yeshua: Jezus. U bent de God van mijn Jezus. Het Woord brengt ons altijd dichter bij Jezus. Het is via Hem dat wij God onze Vader mogen noemen. Het Woord is het boek dat gaat over Hem. Hij die zijn leven voor ons wilde geven. Hij die er alles voor over had om ons van zondaren tot Gods kinderen te maken. God is de Vader van Jezus en door genade ook van ons. Het Woord geeft ons ook liefde voor Gods volk. Vers 22: O God verlos Israël van al zijn benauwdheden. Het kan niet anders of die twee horen bij elkaar. Dankzij het werk van Jezus zal God Israël en ons leiden en verlossen uit alle benauwdheden. Uit de mist. En ons brengen in de veilige haven. Amen.