I am God’s original recreation…?!

Schriftlezing: Efeze 2:1-10 - Mattheüs 5:14-16
Datum: 11 januari 2015
Download PDF


1. Inleiding

Veel mensen worstelen vandaag met de zin van hun leven. Ze leven, werken, gaan relaties aan, maar vroeg of laat – vaak als er moeilijke dingen gebeuren – komen de vragen. Het zijn de grote vragen van het leven: waar komen wij mensen vandaan? Waarom ben ik hier? Zit ik op de goede weg? Wat is het doel van mijn leven? Is er meer tussen hemel en aarde? Wat als ik straks dood ben, is dan alles over? Vanmorgen licht ik een van die vragen er even uit: wat is het doel van mijn leven? Waarom ben ik hier?

Voordat we antwoord op deze vraag zoeken, vanuit de Bijbel, eerst een kort verhaal over opa Martin en zijn kleindochter Eveline. Martin had een hobby: hij maakte vogelhuisjes van hout. Hij zocht berkenstammetjes in het bos en maakte daar in zijn schuur vogelhuisjes van. Zijn kleindochter Eveline van zes jaar kwam vaak kijken. Als ze kwam, wilde ze opa helpen. Ze kon al aardig een spijker in het hout slaan, maar het ging ook nog vaak mis. Maar dat vond Martin niet zo erg. Hij genoot van die uurtjes met zijn kleindochter. Ze vertelde over school en haar vriendinnetjes of over haar ouders en de hond. Ook wel eens over de keren dat ze gepest werd of over de nare dromen die ze had, nadat er bij de buren was ingebroken. Ze had gezien dat de woonkamer helemaal overhoop lag. Haar opa luisterde en af en toe knikte hij instemmend. Zijn handen bleven bezig. Hij vroeg haar wat aan te geven of liet haar geschikte stammetjes bij elkaar zoeken. Ondertussen genoot hij van haar gekwebbel, en werd hij deelgenoot van haar wereldje. Tot Eveline er genoeg van had. Dan huppelde ze blij weg. Martin haalde dan de scheefgeslagen spijkers uit het hout, herstelde haar fouten en maakte het werk af. Als Eveline zag hoe hij het vogelhuisje voor het raam neerzette, verklaarde ze trots aan oma: Die heb ik samen met opa gemaakt! Zonder haar was het werk sneller klaar geweest. En was het herstelwerk niet nodig. Maar als ze het niet samen hadden gedaan, zouden ze er beiden niet zoveel vreugde in hebben gehad.

Zo is het in het geloof ook: het geeft God vreugde als Hij samen met ons aan Zijn plan kan werken. Als Hij op ons kan rekenen. Als Hij ons kan inschakelen. Als Hij met ons en door ons heen Zijn werk tot uitvoer kan brengen. Niet vanwege onze prestatie, maar omwille van de relatie. Daar heeft God ons voor geschapen, dat is wat Hij met ons leven voorheeft. Met ieder mensenleven! Ook met dat van jou en van jullie kinderen!

2. Tekst

Daarover gaat het in Efeze 2. De apostel Paulus verwondert zich erover dat God zo werkt, dat Hij mensen inschakelt. En in dit bijbelgedeelte probeert hij Zijn verwondering onder woorden te brengen. Hij wil uitleggen wat Gods plan is en hoe dat werkt. Het betoog van de apostel loopt uit op vers 10. Als een soort samenvatting zegt Paulus dan: Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen. Als je dit vers goed leest, zijn er drie dingen die er uit springen: (1) Wij zijn Zijn maaksel. Dat gaat over onze schepping. (2) Geschapen in Christus Jezus. Dat gaat over de herschepping. En tenslotte (3) gaat het over een doel: goede werken doen die God heeft bereid. Laten we bij het eerste beginnen.

3a. Schepping 

Als eerste herinnert de apostel de gelovigen aan hun bijzondere afkomst. Want wij zijn Zijn maaksel. Maaksel klinkt voor ons niet bijzonder, maar in het Grieks staat daar poiema. Zijn werkstuk, zijn kunstwerk. In het Spaans kennen we dit woord als poema: gedicht. De mens is – zegt Paulus – een bijzondere creatie van God. Wij zijn niet het toevallige product van de liefde van onze ouders. Wij zijn ook niet zomaar op deze aarde geworpen. Nee, wij zijn door God gemaakt en gewild. De Schepper heeft ons toegerust met gaven en talenten. Wij zijn uniek. Zijn maaksel. Zijn kunstwerk. Zoals dat bij een kunstwerk het geval is, zo ook hier: er zit toewijding achter. Een schilder heeft vaak uren besteed aan de compositie, de kleuren, de vorm van zijn schilderij. Je ziet hem bezig in zijn atelier. Hij doet zijn uiterste best om zin idee werkelijkheid te laten worden. Tot in de kleinste details. Maar dan komt het moment dat het klaar is. Het is iets van hemzelf dat hij nu uit handen geeft, in de hoop dat het gewaardeerd wordt, een mooie plaats ergens krijgt, tot zijn recht komt. Zie jezelf zo, zegt Paulus, als het kunstwerk van God. Zijn maaksel zijn wij. Je proeft bij de apostel verwondering. Hij wil de mensen daar in Efeze en ons vanmorgen daarin meenemen. Zie je zelf als een unieke creatie van God. I am Gods original creation. Dat zie je soms op een slap of mutsje van een babytje staan. Ik ben Gods unieke creatie. Je mag er zijn zoals je bent. Dat mag je als ouders ook doorgeven aan je kinderen. Hoe klein ze ook zijn. Je bent door de Vader geschapen en geliefd!

Ziet u of zie jij jezelf ook zo? Als uniek mensenkind, dat geliefd is door God de Vader. Of heb je daar moeite mee. Je hebt van-huis-uit niet geleerd om van jezelf te houden. Of misschien is er wel te veel in je leven gebeurd. Je hebt niet zo’n positief zelfbeeld. Anderen kregen altijd de voorrang en jij kwam maar achteraan. Of je werd vaak gepest vroeger. Misschien is je zelfbeeld ook wel bezoedeld, door keuzes die je hebt gemaakt en worstel je nogal met je karakter of je zonden. Dan is het goed dat we verder lezen.

3b. Herschepping

Paulus voegt aan dat eerste zinnetje nog iets toe. Wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen. Het woord ‘geschapen’ heeft hier betrekking op de herschepping, de vernieuwing dit God tot stand brengt als iemand tot geloof komt in de Here Jezus. Zoals Paulus elders zegt: zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping. Dat is hier bedoeld. Geschapen in Christus wil zeggen dat je een nieuw mens bent geworden. Door het geloof heb je een nieuwe identiteit gekregen. Je bent niet langer van jezelf, maar het eigendom van de Here Jezus. Je leeft niet langer meer voor jezelf, maar voor Hem!

Dat was het wonder dat er in de levens van de mensen in Efeze was gebeurd. Ze waren mensen die van huis uit totaal ongevoelig waren voor de plannen van God. Mensen die dood waren. Ze leefden wel, maar waren dood, hielden zich dood, voor de signalen van God. Ze hadden geen antenne voor de golflengte waarop God sprak. Ze waren doof voor de stem van de levende God. Het mobieltje stond uit. Het kon geen berichten meer ontvangen. En omdat ze met God geen rekening hielden, deden ze gewoon wat ze zelf graag wilden. Ze volgden de begeerten van het vlees. Ze waren vatbaar voor de heersende opinie. Zo had de duivel, de tegenstander van God hen in de greep. God sprak, maar niemand luisterde. God belde, maar niemand nam op.

Het was als met die kapitein van een reddingsboot. Zijn boot lag in een haven, vlakbij de plek waar het vaak hevig stormde en hoge golven de schepen teisterden. Als hij dienst had mocht hij niet van zijn schip af, want als er een schip in nood was, dan moest hij uitrukken. Soms duurde het wachten lang. En viel hij in slaap. Ook die ene keer, toen er een schip in nood was. De marifoon ging hevig te keer, maar de man had het niet in de gaten. Hij was helemaal van de wereld. Er was een schip in nood, maar de reddingsboot rukte die avond niet uit. Helaas, het liep niet zo goed af met de boot die in nood was.

Zo was het in Efeze. De mensen waren doof en dood voor de signalen van God. Maar toen, opeens kwam daar verandering in. God liet het er niet bij zitten. Hij stuurde mensen naar Efeze toe. Apostelen die het goede nieuws kwamen brengen. Dat er een God is die ons geschapen heeft. Dat Hij ons liefheeft. Dat Hij een bestemming voor ons leven heeft. De mensen veerden op. Er is blijkbaar meer in dit leven dan wij voor mogelijk houden. Ja, zeiden de apostelen, luister, wij komen je over Jezus vertellen. Hij is het die je leven zin geeft. Hij heeft je lief. Je hoeft niet angstig door het leven te gaan. Er is er Een die je kent en weet wat je nodig hebt. Er is er Een die je werkelijk gelukkig kan maken en je vrede geeft. Ja, die boodschap vond weerklank. Er kwam iets van licht in hun donkere leven. De boze machten die hen omringden en die ze op allerlei manieren probeerden gunstig te stemmen, konden hen niet langer meer boeien. Ze hoorden van Jezus en zagen in Hem het Vaderhart van God kloppen. En terwijl ze luisterden, opende de Geest hun harten, voor de wijdse perspectieven van het evangelie. Dat ze Gods poiema, Gods maaksel waren, en dat de Here Jezus gekomen was om ze nieuw leven te schenken.

Die boodschap raakte hun hart. Ze gaven zich gewonnen aan de Here Jezus. En werden als nieuwe ranken geplant in de wijnstok. Ze raakten verbonden met Jezus. Kregen hem steeds meer lief. En de Geest opende hun ogen voor plannen die God met hen voor had. Ze ontdekten dat waar zij een punt hadden gezet – dit is het dan dus, hier zal ik het mee moeten doen – God een komma zette. Hij had een doel met hun leven. Ze kregen oog voor het grote plan van God om via hun leven zijn goedheid in deze wereld te verspreiden.

Zo was het in Efeze gegaan. Zo gaat het nog steeds, ook in Gouda. Gods verlangen is nog steeds hetzelfde. De barmhartigheid van God waar Paulus zo vol passie over spreekt in vers 4: God die rijk is in barmhartigheid. Die passie en bewogenheid van God is niet veranderd. Elke keer weer als het Woord opengaat, zegt Hij het tegen ons: Ik ben je Schepper! Ik heb je lief. Je bent mijn unieke creatie. Ik weet van de gebrokenheid. Ik weet van je zonden. Hoe vaak je doof bent geweest voor mijn signalen en voor mijn Stem. Ik weet het, maar Ik zeg het je vanmorgen opnieuw: luister toch naar Mij. Ik heb je zoveel te zeggen. Kijk naar wat mijn Zoon voor je heeft gedaan. Aan het kruis toonde Hij Mijn liefde voor jou en droeg Hij je schuld. Ik heb met je zonden en je verleden afgerekend. Het telt niet meer voor Mij. Laat je door Mijn Geest meenemen naar de Here Jezus toe. Hij is je Redder. Hij maakt je tot een nieuwe Schepping.

Gemeente, als je nog niet op die uitnodiging van God bent ingegaan, dan kun je daar vandaag nog mee beginnen. Vouw je handen en zeg het maar tegen God: neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn tot uw eer. Weet je dan ben je niet alleen Zijn Schepping, maar ook Zijn Herschepping. Dan ben je twee keer van Hem!

Zoals bij die jongen die een kleine zeilboot van hout voor zijn verjaardag had gekregen. Hij was ermee aan het spelen op het water. Maar toen brak het touw en ging de boot er met de wind van door. Hij zag hem kleiner worden. En weg was de boot. Tot groot verdriet van hem. Een paar maanden later liep hij met zijn moeder in de stad. Ze liepen langs een winkel met tweedehands speelgoed. En opeens zag hij daar zijn boot in de etalage. Hij zag er gehavend uit. Hij kon natuurlijk niet bewijzen dat de boot van hem was geweest. Maar hij wist het zeker. Zijn moeder ging de winkel binnen en kocht voor hem de boot. Hij was zo blij om de boot weer in zijn handen te hebben. Mama, zei hij, deze boot is nu twee keer van mij.

Ja, als je lief krijgt, als je in Hem gaat geloven, dan ben je twee keer van Hem! En dan ontdek je dat God een doel met je leven heeft.

3c. Doel

En dat doel is, om de goede werken te doen die God voorbereid heeft. Goede werken, dat zijn geen werken die je doet om bij God in een goed blaadje te komen. Nee, het zijn werken die voortkomen uit het geloof, uit de verbondenheid met de Here Jezus. Werken die vrucht zijn van de Heilige Geest. God schakelt je in om met de gaven die jij hebt gekregen Hem te dienen. Dat is heel concreet.

In het NT komen we de uitdrukking goede werken een paar keer tegen. Zo wordt in Hand. 9 komen van Tabita of Dorkas gezegd dat zij overvloedig was in goede werken en liefdegaven. Wat deed ze? Zij kon als geen andere kleren maken. Dat was de gave van God die zij gekregen had. Zij schonk deze kleren aan mensen die het nodig hadden. In 1 Tim. 5 komen we weduwen die uitblinken in goede werken. Wat doen ze? Zij voeden kinderen van anderen op, ze zijn gastvrij voor vreemdelingen, ze zorgen voor noden van andere gelovigen en zien naar mensen die het moeilijk hebben of hulp nodig hebben. In dezelfde brief stimuleert de apostel rijke mensen om goede werken te doen. Om met wat ze van God gekregen hebben, anderen te dienen.

Met andere woorden: God wil graag dat je Hem dient met de gaven die je van Hem hebt gekregen. Hij heeft je geschapen én gered om goede werken te doen. Het maakt niet uit of je getrouwd bent of niet, weduwe bent of weduwnaar, alleenstaande of vrijgezel, of je kinderen hebt of niet. God kan ook door jou leven iets goeds tot stand brengen, zodat je niet verbitterd hoeft te zijn of je nutteloos hoeft te voelen.

Hoe werkt het dan? Het zijn goede werken die God heeft voorbereid. Dat wil zeggen, dat Hij ons in situaties of omstandigheden brengt, waarin wij zo kunnen instappen. Hij doet een appel op ons hart om soms iets te zeggen, dan weer iets te doen. Wil je voor mij iets doen? Een kaartje, bezoekje of telefoontje, een luisterend oor, een pan macaroni, een liefdevolle gift. Kan ik op je rekenen? En elke keer weer als wij gehoor geven – met vallen en opstaan – zoekt Zijn goedheid een weg naar mensen en mogen zij via ons iets van de goedheid en liefde van God ervaren. Zo eenvoudig is en zo concreet. Je mag erin wandelen, zegt Paulus. Wandelen dat kun je ook nog met je stok of rollator. Dat is niet aan leeftijd gebonden. Wandelen. Niet dat jachtige en stressvolle dat onze maatschappij zo kenmerkt, maar ontspannen, want het zijn werken die God heeft voorbereid.

4. Slot.

Doopouders, zul je dat ook aan jullie kinderen doorgeven. Dat God ze liefheeft. Dat Hij ze tot een nieuwe schepping maakt, en dat Hij hen graag inschakelt. Ja, dan zal Hij misschien net als de opa van Eveline, wel vele spijkers recht moeten trekken en zal Hij allerlei dingen moeten herstellen. Want ons werk blijft vaak stukwerk. Maar het gaat de Here er vooral om dat wij naar Hem luisteren en met Hem spreken, en dat we voor Hem beschikbaar zijn.

Wat een wonder eigenlijk: dat ik Gods original recreation mag zijn! Amen.