Jezus is sterker dan de dood!

Schriftlezing: Lucas 24:1-12
Datum: 27 april 2016
Download PDF


1. Geloof je het?

Waar heb je in de kerk over verteld? vroeg het achtjarige zoontje van een predikant, die ziek was thuis gebleven. Het was die zondag over het koninkrijk van God gegaan. Over het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel, over God die zal wonen bij de mensen, en dat wie gelooft in Jezus daar bij mag zijn. Daar waar heel de geschiedenis op uitloopt. Daarom wordt er in de liturgie van het Joodse Paasfeest gezegd: ‘volgend jaar in Jeruzalem’. Het was gegaan over die nieuwe wereld van God. Maar ja, hoe leg je dat uit aan een kind van acht.

Hij herinnerde zich het verhaal van de juf van de zondagsschool. Over het vredeland waar niemand meer ziek is, niemand meer sterft waar geen oorlog meer woedt. Ik heb het over het vredeland gehad. O ja, mooi. Het kind wist het weer. Zijn vader zei hem welterusten en liep naar de deur. Papa, denkt u dat het er ook echt zal komen? Een vraag van een kind van acht. De man aarzelde. En jij, wat denk jij? Ja klonk het overtuigd. En u? De man slikte even maar zei voordat hij het licht uitdeed: Ja, ik ook.

Later zat hij nog wat te mijmeren over de vraag. Denkt u dat het er echt zal komen? Hij dacht aan gemeenteleden, die daar volmondig ja op zouden zeggen. Maar vooral ook hen die daar vragen bij hadden. Jongeren die op het punt stonden hun geloof op te geven, omdat ze stuk waren gelopen op de feiten van elke dag. Hij dacht aan mensen die het maar een verhaaltje vonden, wat niet waar kon zijn. Aan mensen die zoveel teleurstelling in hun leven hadden meegemaakt, dat ze de hoop maar moeilijk konden vasthouden. Ze hadden gebeden, zelfs om een teken, maar de hemel leek van koper. Als God zich nu eens overtuigend zou bewijzen, dan pas kon je echt Pasen vieren. Hij zag de mensen voor zich, die zo met hun leven overhoop lagen, en niet konden geloven dat ze erbij zouden horen. Het komt er wel, het vrederijk, maar ik kom er niet. Hindernissen van schuld en schaamte. Papa, denkt u dat het vrederijk er ook echt zal komen?

2. In verlegenheid

Gemeente, als we de berichten over de opstanding van Jezus goed lezen, komen we alleen mensen tegen die in verlegenheid zijn. We zien rond het graf van Jezus geen mensen die met opgeheven hoofd lofliederen lopen te zingen. Er is klinkt geen stem die galmt door gans Jeruzalem. Nee, we treffen mensen aan die somber en verslagen zijn. Mensen die uit het lood geslagen zijn. Mensen die niet weten wat ze overkomt. De opstanding van Jezus is onvoorstelbaar. Zo vergaat het de vrouwen die op de eerste dag van de week naar het graf gaan om Jezus hun laatste eer te bewijzen. In de vroege morgen van Pasen als het nog donker is, staan ze voor dag en dauw op, om naar de begraafplaats te gaan. Om definitief afscheid te nemen. Om nog iets voor Jezus te kunnen doen. Het is de liefde voor Jezus die hen drijft.

Maar als ze bij het graf komen, zien ze dat de steen weggerold. De grote zware grafsteen, die de toegang tot de tombe, helemaal afsloot, die steen is weggerold. De ingang ligt open voor ze. Ze gaan naar binnen en ontdekken tot hun grote schrik dat het lichaam van Jezus er niet meer ligt. Lucas schrijft dat ze erover in twijfel zijn (vs. 4). Het Griekse woord dat hij daar gebruikt aporeo betekent ‘in onzekerheid verkeren, in verlegenheid zijn, zich geen raad weten’. Dat betekent dus: helemaal van slag zijn. Wat ze meemaken is ongehoord. Niemand had daar eerder ooit enige ervaring meegehad. In het Nederlands kennen we het woord ‘aporie’, dat van dit werkwoord is afgeleid, en dat in de filosofie zoveel betekent als ‘het onvermogen om een bepaalde kwestie tot oplossing te brengen’. Je zou kunnen zeggen: het onvermogen om de puzzelstukjes bij elkaar te voegen. Ze begrijpen er helemaal niets van. Het is Pasen geworden in Jeruzalem: Jezus is opgestaan, Hij is sterker dan de dood,maar de mensen zijn er nog helemaal niet aan toe. Hoe zullen ze die ochtend wakker zijn geworden? Als je zelf hebt meegemaakt dat een geliefde van je is gestorven, kun je het je indenken. Je wordt wakker met het vreselijke dat er gebeurt is. Je denkt: O God, laat het een droom zijn, maar de werkelijkheid haalt je snel weer in. ‘Wakker worden is het moeilijkste’, zei eens iemand in zo’n situatie. Zo ook bij deze vrouwen. Het licht is nog niet aangegaan. Hun geloof is nog leeg.

Die houding van de vrouwen moet voor ons wel herkenbaar zijn, denk ik. Wij zijn mensen die gepokt en gemazeld zijn door onze Westerse cultuur, beïnvloed las we zijn door wetenschap en techniek. Die hebben ons geleerd rekening te houden met het heden, zoals dat vanuit het verleden te voorspellen is. We doen onderzoek en proeven. Proberen dingen te onderzoeken, en vast te stellen. En op basis daarvan trekken we lijnen door naar de toekomst. Het verleden bepaalt in grote mate ons heden. Zo gaat het op heel veel terreinen. Neem bijvoorbeeld het weer. De huidige stand van zaken. Luchtdruk. Temperatuur. Vochtigheid. Windsnelheid. Geven ons een indruk van het weer. Op basis hiervan kunnen we voorspellen, wat er morgen zal gebeuren. Zo gaat dat overal. Op tal van andere terreinen in het leven. Het verleden bepaalt in grote lijnen wat wij in het heden over de toekomst denken.

Daarom hebben we zoveel moeite met de opstanding. Eigenlijk net als deze vrouwen. Mensen van toen en nu, we verschillen op dit punt niet zoveel van elkaar. Als God inbreekt in onze werkelijkheid. Van buiten of van boven. Als hij deze openbreekt naar voren, als Hij de dood overwint, dan staan wij aan de grens, dan blijft bij ons de aporie, de twijfel, het onvermogen om het te plaatsen. Wat God hier doet is onvoorstelbaar. Jezus staat op uit de dood, en wij zijn verbijsterd. Net als de vrouwen. Ze staan daar met hun gezicht naar de grond gebogen. Doodgelopen op de feiten.

3. God zoekt ze op

Wat doet God? Hoe reageert de hemel? Op het moment dat de vrouwen in grote verwarring zijn, stuurt Hij twee boodschappers uit de hemel. Vers 4: ‘toen ze in twijfel waren, zie, twee mannen stonden bij hen.’ God in zijn goedheid en genade, komt deze vrouwen tegemoet in de diepte van ongeloof en twijfel. Daar treft het evangelie van Pasen hen. Als ze met gebogen hoofd naar beneden kijken. Als ze de puzzelstukjes niet kunnen leggen. Dan komt God hen tegemoet! Weet u, dat is zo bemoedigend. Dat is de Here God ten voeten uit. Als wij voor een rivier staan en geen doorwaadbare plaats zien, als wij gesloten deuren zien, ons in een steeg zonder uitweg bevinden, dan komt Hij ons tegemoet. Juist als wij met lege handen staan, als we er niet meer doorheen zien, als we denken: hoe moet het verder?, dan verschint God. Dan zoekt Hij ons op. Dat is Pasen. Pasen is dat God je opzoekt waar je bent, en dat Hij tot je begint te spreken. Zijn Woord doorbreekt de twijfel. Zijn woord komt via de boodschappers naar deze vrouwen toe. Als een woord van de andere kant. Als een woord van Boven. God breekt de twijfel binnen met een vraag en met een opdracht. Daar zit een belangrijk les in, ook voor ons. Hoe wordt het Pasen in je leven? Hoe breekt de overtuiging in je leven door dat Jezus leeft, dat Hij sterker is dan de dood? Hier zien we het.

3a. De vraag

Allereerst door een vraag. God geeft geen antwoorden. Geen verklaringen hoe het zit. Hij stelt een vraag. Dat betekent: hij zet je aan het denken? Pasklare antwoorden zetten ons niet in beweging. Daar kun je alleen instemmend op knikken. Dat verandert je hart nog niet. Maar deze vraag wel, want die stoot door tot de kern. Het is de vraag naar wie God is. Weet je wie God is? Veel mensen hebben daar vandaag wel een idee over. Iets of Iemand. Een oude man met een baard die op een troon zit, of zo. Het woordje God is tot een containerbegrip geworden. Iedereen kan daar zijn gedachten in werpen. Maar hier stoten de boodschappers door tot de kern. Weet je wie God is? Hij is de levende! En de Levende moet je niet zoeken bij de doden.

De vraag van de boodschappers moet bij de vrouwen wel een lampje hebben doen branden. In het Oude Testament, het eerste deel van de Bijbel, kom je die uitdrukking heel vaak tegen, dat God de levende God. In Deut. 5 wordt het volk Israël opgeroepen om naar de stem van de levende God te luisteren. Als de leider Jozua met het volk Israël voor een ondoorwaadbare rivier staat, zegt hij: ‘vandaag zal openbaar worden dat de levende God in uw midden is.’ God maakt dwars door het water een weg. Later zegt David in zijn strijd met Goliath tegen zijn strijdmakkers: ‘we laten die Filistijn toch niet de legers van de levende God honen?’ En Daniel wordt een dienaar van de levende God genoemd. De levende God. Telkens weer kom je deze belijdenis tegen, op cruciale momenten in de geschiedenis van Israël. Als de dingen vastlopen, moeilijk zijn, en de mensen geen uitweg zien, wordt er gesproken over de levende God, die machtig is en uitkomst geeft.

In de Joodse traditie is er een verhaal bekend over Mozes. Als Mozes en Aäron bij de Farao in Egypte aankomen, en tegen hem zeggen: We komen in de naam van de God van Israël, van Jahwé, en die zegt: ‘Laat mijn volk gaan’. Dan zegt de Farao: ‘Wacht even, ik moet even kijken wie dat is’. En dan gaat hij naar binnen in zijn paleis, en opent hij de boeken om te kijken. Als hij dan weer terugkomt, zegt hij: ‘ik heb hier wel een god van Moab, en een god van Sidon, en een God van Ammon, maar Jahwé, de God van Israël die ken ik niet’. En dan antwoordt Mozes tot farao: ‘Gij dwaas, wat zoek je de levende bij de doden?’

Er zit in de vraag van de boodschappers aan de vrouwen ook een kritisch aspect. Als ze God een beetje hadden gekend, dan hadden ze het geweten, dat Hij de God van het Leven is, voor wie de dood niet het laatste woord kan hebben. Waarom zoekt u de Levende bij de doden? Op de vroege paasmorgen laat God zien dat Hij de Levende is: Hij wentelt de steen weg en overwint de dood. Dat is iets wat niet alleen de vrouwen, maar ook wij dus niet moeten vergeten. De vraag van de boodschappers gaat dus over de identiteit van God. Wie is de God in wie wij geloven? Wie is de God die wij belijden? Als Hij de Schepper is van alles wat is en leeft, dan is Hij per definitie de levende God. De God die handelt. Die in beweging is. Die betrokken is in woorden en daden op de wereld en de geschiedenis van ons mensen. De vraag van de boodschappers doet een appel op ons, om dat niet alleen voor waarheid aan te nemen, maar te geloven en ons leven er naar in te richten. Want wat moeten we doen als we voor een onmogelijk situatie staan, als we niet weten hoe het verder moet, dan moeten we zingen en belijden, elkaar bemoedigen: maar de Heer zal uitkomst geven, want Hij is de levende God!

3b. De opdracht

Naast de vraag, krijgen de vrouwen een opdracht van de boodschappers. Ze moeten zich de woorden van Jezus in herinnering brengen. Herinner u hoe Hij tot u gesproken heeft, lezen we in vers 6. Nu is dat woordje ‘herinneren’ niet zo gelukkig gekozen. In de oude statenvertaling staat hier het woord ‘gedenken’. Dat is beter. Gedenken is iets heel anders dan je herinneren. Herinneren is graven in je geheugen. Herinneren is een activiteit van je geest, van je verstand. Weet je nog? Maar herinneren doet je vooral terugdenken aan vroeger. Herinneren voedt vaak de nostalgie naar hoe het was. Gedenken is iets anders. Het betekent dat de woorden van God, die tevens daden zijn, je te binnen worden gebracht. Ze worden je verkondigd van de andere kant. Het wordt je gezegd. Gedenken is niet in nostalgie terugblikken, maar in het nu, in het heden, die woorden in je hart laten komen, in je hoofd, en je erdoor laten bepalen. Hij heeft gezegd, dat Hij zal opstaan, zeggen de boodschappers. Dat woord van Jezus moet dus de blik bepalen waarmee je naar de toekomst kijkt. Dat woord van Jezus schept verwachting voor de toekomst. Als God het zegt, dan zal het zo zijn, want Hij is eeuwige God, altijd dezelfde in zijn trouw.

De opdracht van de boodschappers laat de vrouwen dus bezig zijn met de woorden die Jezus sprak. Ik denk, dat hier ook voor ons een belangrijke aanwijzing zit. De woorden van God, het Woord van God, die spelen dus een belangrijke rol in het paasevangelie. Het is alsof de mannen zeggen: ga naar het Woord. Daar staat alles in wat je moet weten. Wil het Pasen worden in je leven, wil je kracht van de opgestane Heer in je leven gaan ervaren, dan moet je dat Woord gaan lezen, overdenken, mediteren. Het is als met een goede roman. Als je erin gaat lezen, wordt je gegrepen door het verhaal. Je krijgt een voorstelling van de karakters in het boek. Al gaande weg leer je de Hoofdpersoon steeds beter kennen. Zo ook hier. Wil je Jezus leren kennen, als de Opgestane, ga dan Zijn woorden lezen, laat zijn woorden je hart en denken bepalen, dan zul je zijn opstandingskracht zelf ook in je leven ervaren. Ja, dan zal het zelfs zo zijn, dat je Hem in je dagelijkse leven gaat ontmoeten. In allerlei situaties en onverwachte momenten, ontdek je het: Hij was er. Hij was erbij. En weet u, als je dat ontdekt hebt, dan ben je zo gelukkig, kun je – ondanks dat heel veel dingen in je leven nog niet verandert zijn, ondanks dat je misschien nog voor die rivier staat en geen uitkomst ziet – toch vrede hebben, en blijdschap, en vertrouwen, dat Hij je kent en dat Hij raad weet.

4. De uitwerking

Het is pasen vandaag. Jezus is opgestaan. Hij heeft macht van de dood overwonnen. Wat nemen we mee voor als we straks weer naar huis gaan. Ik vat het samen. De vraag en de opdracht die de vrouwen kregen, zijn richtingwijzers, ze willen ons in beweging willen zetten om op deze God ons vertrouwen te stellen. Op de paasmorgen laat God zien dat Hij een God is die stenen wegwentelt. Ook jouw steen, waar je zo mee worstelt. Hij laat zien, dat verandering en vernieuwing mogelijk is, dat alles in je leven niet bij het oude hoeft te blijven. Er zijn dingen waar je geen gat in ziet, misschien. Dat je in vertwijfeling afvraagt, of het nog goed komt? In je relatie. Op je werk. Met je kinderen. Of dingen van het verleden. Je loopt steeds weer tegen aan. Je komt er niet mee verder. Vanmorgen komt het evangelie naar je toe. Vestig je hoop op God. Hij is de levende God. Hij weet wat Hij met die steen van jou aan moet. Wentel je weg op de Heere, want Hij zorgt voor je! Misschien zegt God wel vanmorgen tegen jou of u: zie, Ik maak alle dingen nieuw, want het is Pasen geworden!

De vrouwen komen in beweging. Ze keren terug. Maar het is veel meer dan teruglopen waar ze vandaan komen. Het betreft een ommekeer, een bekering. Want – vers 8 – ze herinneren zich de woorden van Jezus. Hetzelfde woord als zo even. Het gedenken van Jezus’ woorden, komt in hun hart en in hun hoofd, en ze laten zich erdoor gezeggen. Ze worden de eerste getuigen van de opstanding. Zo is het Pasen geworden in hun leven. Helaas wordt hun boodschap niet aanvaard door velen. Nog niet op dat moment. Later wel. Nu komt alleen Petrus erdoor in beweging. Hij gaat op onderzoek uit en de feiten brengen hen tot verwondering. Later zal Petrus een krachtige getuige worden van de opstanding van Jezus. Wie had dat ooit gedacht. Petrus die Jezus verloochende, later een getuige. De opstandingskracht van Jezus is in zijn leven gaan werken. Dat gebeurt – ook bij ons – als je door de vraag en de opdracht vanuit de hemel in beweging laat zetten. Dan wordt het pasen in je leven en ga je steeds meer ontdekken, wat het betekent dat Jezus leeft en dat hij sterker is dan de dood!

Ik weet niet of u of jij de Passion hebt gezien in Amersfoort. De slotwoorden van Lenette van Dongen waren: ‘Dood en lijden hebben niet het laatste woord. Of je het geloof of niet. Het is een verhaal dat begint waar het lijkt te eindigen. Kies zelf maar hoe het afloopt. Als een verhaal met hopeloos einde of een verhaal met een hoopvol nieuw begin.’ Ik hoop dat je kiest voor het laatste. Dat is een teken dat je het begrepen hebt, dat Jezus leeft.

Ik keer terug naar het begin van de preek. De predikant van het begin, lag jaren later ernstig ziek op bed. Weet je nog waarover we het toen hadden, vroeg zijn inmiddels volwassen zoon? Over het koninkrijk, het vredeland van God. Geloof je dat het er echt komt? Ja, zei een zwakke stem, tegen de klippen op, voordat het licht doofde. Tot ziens in Jeruzalem, mijn zoon.

Amen.