Het jubeljaar is begonnen!

Schriftlezing: Jesaja 61:1-3 - Handelingen 2:1-4, 37-47
Datum: 24 mei 2015
Download PDF


1. Wat gebeurt er met Pinksteren?

Afgelopen dinsdag waren we met een aantal mensen in Tilburg bij de kunstenaar Marc Mulders die een nieuw glas voor de Sint Jan gaat maken. Ter vervanging van Raam 1c. In zijn atelier had hij allerlei losse onderdelen van het raam voor ons klaar gelegd, in de vorm van het raam al, en legde hij iets uit van de achtergrond, van de bedoeling die hij met het raam en de verschillende afbeeldingen had. We stonden naast de verschillende onderdelen van het raam en probeerden ons voor te stellen hoe het zou worden. Het was mooi om zo iets van zijn werk te kunnen zien. Gelukkig stond er ook een soort trap bij, zodat je ook van een afstandje, vanuit de hoogte ook naar het raam kon kijken. Zo kon je iets beter het totaalplaatje van het raam zijn en hoe het in zijn geheel er gaat uitzien.

Soms is dat goed om even van een afstandje te kijken naar wat er om je heen te zien is of gebeurt. Als je trainer bent van een club, leidinggevende in een bedrijf, als je met een project bezig bent. Afstand hebt om de dingen in hun juiste perspectief te zien. Vanmiddag willen we eigenlijk hetzelfde doen. Even van een afstandje kijken naar wat er op de eerste pinksterdag in Jeruzalem gebeurt. Want dat helpt ons om beter te begrijpen wat Pinksteren betekent en waarom de heilige Geest gekomen is en wat Hij eigenlijk kwam doen.

Wat zien we als we door de ogen van Lucas kijken naar wat er daar in Jeruzalem gebeurt? Nou een aantal dingen vallen op. (1) Als eerste valt op dat er 120 discipelen, mannen en vrouwen, bijeen zijn om te bidden. We lezen dat in Hand. 1:14. Jezus had hen namelijk bij zijn hemelvaart de opdracht gegeven om in Jeruzalem te blijven. Ze moesten daar blijven totdat ze bekleed zouden worden met kracht uit de hoogte (Luc. 24:49), totdat Hij zijn heilige Geest zou zenden. En de 120 hebben gehoor gegeven aan Jezus opdracht. Elke dag komen zij samen en zoeken ze elkaar op. En dat doen ze nu al tien dagen lang. Want de hemelvaart van Jezus vond plaats 40 dagen na Pasen. En de komst van de Geest op de 50e dag. En de 120 zijn eensgezind en volhardend in het gebed. (2) Het tweede dat opvalt is, dat als Jeruzalem vol is van mensen, God zijn Geest schenkt aan de 120, die in gebed bijeen waren. Vanuit het hele land en zelfs daarbuiten waren Joden opgetrokken naar Jeruzalem om Pinksterfeest te vieren. Sjavoeot zoals het feest in het Hebreeuws heet, is in de eerste plaats een oogstfeest. Mensen komen naar de tempel aan het begin van de oogst om God voor het graan en de tarwe te danken. En de laatste eeuwen vierden men op de dag van het Pinksterfeest ook het feit dat God aan zijn volk de Wet had gegeven. Dat Hij hen had verkoren om deze bijzondere openbaring te ontvangen. En als de stad vol is van mensen, gebeurt er iets bijzonders. Uit de hemel komt een geluid, dat lijkt op een geweldige windvlaag. De HSV heeft het in vers 2 en 6 over een geluid. In het Grieks staat er in vers 2 het woord ‘echo’ en in vers 6 het woord ‘stem’. Er klinkt vanuit de hemel het geluid van een krachtige stem; een doordringend geluid. Een stem die galmt door gans Jeruzalem. Het is – denk ik – het geluid van een bazuin, van een sjofar. En nadat deze stem, deze sjofar heeft geklonken, ontvangen de 120 volgelingen van Jezus de Heilige Geest in hun hart. En op hun hoofd als bewijs en teken daarvan vlammetjes als van vuur. Ze staan in vuur en vlam voor Jezus, zoals we vanmorgen hebben kunnen horen. Als schroom valt van ze af en ze beginnen vrijmoedig over Jezus te spreken. Ze spreken de mensen aan in hun eigen dialect, in hun eigen taal. (3) Als derde zien we dat Petrus opstaat en een gloedvolle preek houdt over Jezus. Petrus vertelt En even later staat Petrus op. Over wat er met Hem is gebeurd. Hoe Hij aan het kruis is gestorven voor onze zonde en dat Hij is opgestaan is uit de dood, omdat Gods macht sterker is. Als de mensen de preek van Petrus horen, komen er wel 3000 tot geloof. Ze gaan elkaar opzoeken en zoals we gelezen hebben, verkopen ze hun bezittingen, verdelen de opbrengst onder elkaar; zodat niemand meer gebrek heeft en samen loven zij God.

Wat is er aan de hand? Wat gebeurt er daar in Jeruzalem met Pinksteren?

2. De vijftigste dag

Het antwoord op die vraag, vinden we denk ik in het eerste vers van Hand. 2. Want wat staat daar? Toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd. In de HSV staat ‘feest’ in schuine letters. Dat wil zeggen dat het niet in de grondtekst staat. Letterlijk staat er: ‘toen de vijftigste dag vervuld werd’. Bedoeld is natuurlijk: ‘toen de vijftigste dag aanbrak’. Maar dat er ‘vervuld worden’ staat, is denk ik niet toevallig. Het is niet zomaar een dag zoals als alle andere dagen. Vervuld worden wil zeggen, dat deze dag voor de Here God een speciale betekenis heeft. Ons woord Pinksteren is afgeleid van het Griekse woord Pentekosté, maar letterlijk betekent dat woord zoals ik al zei: ‘vijftigste’. De Heilige Geest wordt uitgestort op de vijftigste dag, geteld vanaf Pasen. God zendt zijn heilige Geest op de vijftigste dag en waarom niet op de 45e of 53e dag? Waarom uitgerekend op de vijftigste dag? Wat is daar zo bijzonder aan? Dat is toch geen getal met een bijzondere betekenis, of wel?

Er zijn wel getallen met een bijzondere betekenis. Jongens en meisjes, dat weten jullie wel. Het getal 3 bijvoorbeeld. Hoeveel dagen zat Jona in de vis? Na hoeveel dagen is de Here Jezus opgestaan? Of het getal 7. Hoeveel dagen zijn we in een week? Hoeveel geesten zijn er voor de troon van God? Of het getal 12. Hoeveel stammen kende Israël? Hoeveel apostelen zijn er? Die getallen hebben betekenis. Maar 50? Wat is er zo bijzonder aan 50?

3. Jubeljaar

Nou gemeente, wat 50 betekent lezen we in het boek Leviticus, in hoofdstuk 25. Dat hoofdstuk gaat over het jubeljaar. God geeft aan Israël wetten. Zo moet er elke 7 jaar een sabbatsjaar gehouden worden. En sabbat betekent ‘niet werken’. In het zevende jaar moest het land braak liggen. Mocht er niet op gewerkt worden. Zo kon het land tot rust komen. En als er zeven periodes van zeven jaar geweest waren, 49 jaar in totaal, dan brak daarna het 50e jaar aan. En dat jaar was het Jubeljaar. Mensen konden weer jubelen. Waarom? In het 50e jaar gebeurden er twee dingen:

a. Er waren in Israël mensen die arm geworden waren. Ze hadden bijvoorbeeld een paar jaar een slechte oogst gehad; of ze hadden geen goede gezondheid, of er waren problemen in het gezin, of ze hadden gewoon tegenslagen gehad. Het gevolg was dat ze daardoor geen belastingen meer konden betalen, niet meer goed voor zichzelf konden zorgen, en zo in de problemen raakten. Soms moesten ze het stuk land dat ze hadden verkopen. Land dat altijd in de familie was geweest, raakten ze kwijt. Ze mochten er misschien nog wel op werken, maar het was niet meer hun eigendom. Door het te verkopen, ontvingen ze geld en konden dan weer even verder.

b. Maar soms bleven de problemen, als er weer een slechte oogst was, of als de ziekte weer terugkwam, dan kon het gebeuren, dat ze zichzelf moesten verkopen als slaaf. Dan was men niet alleen het land kwijt, maar eigenlijk ook zich zelf. De Here God had dat verboden. In Israël mochten geen slaven zijn. Maar in de praktijk hadden veel mensen het moeilijk en werd het land vaak getroffen door droogte en hongersnood. Zoals we dat nog steeds zien bij bepaalde landen in Afrika. Zo raakten veel Israëlieten hun bezit kwijt en werden ze ook nog eens slaaf. En zoals dat gaat, er zijn altijd mensen die van de problemen van anderen profiteren. De profeet Amos gaat daar in zijn boek geweldig tegen te keer. Dat binnen het volk, dat de Here verlost had uit Egypte, mensen zo uitgebuit konden worden, dat vond hij mens- en Godonterend.

Maar als het dan 50e jaar aanbrak, kwam daarin verandering. Op grote verzoendag, als het volk samenkomt, om hun schuld voor God te belijden, Hem om vergeving te vragen, met Hem in het reine te komen – een feest dat Israël elke jaar vierde – op die dag, op grote Grote verzoendag in het 50e jaar, klonk dan het geluid van de bazuin. Dan was het het geweldige geluid van de sjofar in het hele land te horen en kondigde het begin van het jubeljaar aan. In Lev. 25:10 lezen we: ‘U moet het 50e jaar heiligen en vrijlating in het land uitroepen voor alle bewoners ervan. Het is jubeljaar voor u: ieder zal terugkeren naar zijn eigen bezit en ieder zal terugkeren naar zijn familie’. In het jubeljaar gebeurden er dus twee dingen:

a. Het bezit dat mensen kwijt waren geraakt: hun huis of het stuk grond dat ze hadden, kregen ze weer terug. Ze kregen letterlijk: grond onder de voeten. Bestaansgrond. Hun schulden werden kwijt gescholden.

b. Mensen die slaaf waren geworden, of als arbeider ergens moesten werken, werden bevrijd en waren weer vrije burgers. Slaven werden vrije mensen.

Waarom gebeurde dat? In Lev. 25 lezen we dat de Here zegt: het land is van Mij en de mensen zijn van Mij. De Here wilde dat ieder mens één keer in zijn leven de kans kreeg om opnieuw te beginnen! Dat al zijn schulden vergeven zouden worden. Dat mensen die slaaf waren geworden, bevrijd zouden worden uit de slavernij. Een keer in je leven, schoon schip maken. Een nieuwe start. Een nieuw begin! Als het geweldige indringende geluid van de bazuin klonk, op de Grote verzoendag, in het vijftigste jaar, dan was het jubeljaar begonnen. Dan maakte God een nieuw begin.

4. Pinksteren: het jubeljaar!

Zo gebeurt het in Jeruzalem, op de vijftigste dag na Pasen, dat het geweldige geluid van de sjofar klinkt. Het geluid begint bij de 120 die biddend samen zijn, maar dringt door tot in Jeruzalem. De menigte hoort het ook. Het jubeljaar is aangebroken. God schenkt Zijn Geest juist op die dag, op de vijftigste dag na Pasen, om het iedereen te laten weten – en dat is wat de Heilige Geest komt vertellen – je krijgt van God een nieuwe kans, gelegenheid om opnieuw te beginnen. Iedereen! Hoe je verleden ook is geweest, of je nu ver bij de Here vandaan was of niet, of je Hem door zonde telkens weer verdriet deed of niet, God kondigt vanuit de hemel aan, dat er een nieuwe tijd is begonnen. Je hoeft niet bang voor God te zijn, want het oordeel over de zonde is gedragen, door Jezus aan het kruis. Onze zonde heeft Hij gedragen. En daarom verkondigt de Geest: er is vergeving van schuld en bevrijding uit de slavernij van de zonde, voor wie? Voor iedereen die in Jezus gelooft. Iedereen die weet: zo kan ik niet verder, ik heb de Here Jezus nodig. En dat is de Heilige Geest ons komen vertellen: Het Jubeljaar is aangebroken.

Pinksteren komt in die zin niet uit de lucht vallen. Het is niet toevallig dat God zijn Geest uitstort juist op de vijftigste dag. Want wie goed naar de Here Jezus heeft geluisterd, weet dat dit het plan was van God. Om ieder mens een keer in zijn leven de gelegenheid te geven om opnieuw te beginnen. Om grond onder de voeten te krijgen. Hoop voor de toekomst. Om uit zin hand eeuwige leven. Want God heeft ons niet voor de dood maar voor het leven over. Daarover heeft de Here Jezus in Nazareth gesproken. Weet u nog wat Hij daar zei? De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn,om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken. (Luc. 4:18-20)

Dat was waarvoor onze Heiland gekomen was. Dat was zijn missie. Dat was zijn passie. Vanaf het begin heeft Hij de mensen erop gewezen, dat met Zijn komst, het jaar van het welbehagen van God is aangebroken. Het jubeljaar. En dat er vrijspraak en vergeving, vernieuwing en eeuwig leven is voor wie gelooft in Hem. Pinksteren heeft dus alles met Pasen te maken. Wat de Heilige Geest uitdeelt en aan mensen schenkt, dat is door de Here Jezus verworven. Toen Hij stierf aan het kruis. Toen Hij zei: het is volbracht! Toen Hij terugkeerde naar de hemel. Toen pas kon de Heilige Geest komen.

Met Pinksteren is de Heilige Geest gekomen, en heeft Hij de harten van de 120 mensen in Jeruzalem vervuld. Ze worden door de liefde van God aangeraakt. Ze ervaren op dat moment, dat al hun schuld van hen afvalt. De last van de zonde. Ze worden door de Heilige Geest in de vrijheid gezet. Je ziet dat ook. Ze spreken vrijmoedig over Jezus. Onbevangen. Er is geen belemmering meer. Ze voelen zich vrij. Niet gehinderd door mensen. Niet door hun verleden. Het valt allemaal van ze af. Ze hebben maar één passie, één verlangen: Jezus. Hij is het! Hij heeft dit gedaan. Hij is voor mij gestorven aan het kruis. Nu ben ik vergeven. Nu mag ik opnieuw beginnen. Mijn verleden achtervolgt mij niet langer. Nu heb ik weer toegang tot God. Nu mag ik leven voor Zijn aangezicht, alle dagen van mijn leven. Ze spreken er over. Ze hebben er van gezongen: Mijn Jezus, Mijn Redder. Heer er is niemand zoals U!

Het Jubeljaar is begonnen. De 120 gaan erop uit. Ze beginnen het evangelie van Jezus te vertellen. Mensen komen tot geloof. We lezen aan het slot van Hoofdstuk 2, dat ze zelfs bezittingen en eigendommen gaan verkopen en die gaan verdelen onder mensen die dat nodig hebben. Dat is het Jubeljaar in de praktijk. De Geest brengt mensen ertoe om de vergeving die ze ontvangen, de zegen van de nieuwe start die ze mogen maken, te delen met anderen. In het Jubeljaar mag niemand gebrek hebben.

Het gaat verder. Het evangelie van Pasen doorbreekt grenzen. Eerst Jeruzalem, Samaria en daarna de wereld in. Eerst de Joden, dan Samaritanen, armen en rijken, slaven en vrije, iedereen moet het evangelie horen. Heel de wereld moet weten dat God niet veranderd is, en Zijn liefde als een lichtstraal doordringt in de duisternis.

5. Het is begonnen…

Gemeente, dat is nog steeds zo, als de Heilige Geest gaat werken. Wat gebeurt er dan in je leven:

a. Dan ga je de Here Jezus meer lief krijgen. En dat kunnen mensen aan je merken. Ze kunnen zien dat je van Hem houdt. Dat je Hem niet kunt missen. Dat stempelt je leven.

b. Dan krijg je meer last van de zonde in je leven. Je beseft nog beter met welke dingen je de Here verdriet doet. Met je woorden, houding of daden. Je krijgt meer oog voor de prijs die de Here Jezus voor je zonde moest betalen. Je bent soms verdrietig, als je de Here Jezus teleurstelt, of als je onder de maat leeft. Maar ook dankbaar omdat je weet, dat je dankzij Hem grond onder je voeten hebt. Eeuwig leven hebt ontvangen. Geen angst voor het oordeel, omdat Hij dat voor je heeft gedragen.

c. Dan weet je steeds beter, hoezeer je de Heilige Geest nodig hebt, om in vrijheid te leven en geen slaaf te zijn van zonde of van mensen. Dat leer je dat je met hulp van de Heilige Geest zondige gewoontes kunt overwinnen, breken kunt met verslavingen. Dan groeit het verlangen om de wil van God te zoeken, met de dingen van Hem bezig te zijn.

6. En wij?

Tot slot nog een ding: Pinksteren vraagt wel geloof van ons. Het wordt niet zomaar Pinksteren in je leven. Op de eerste Pinksterdag zijn er mensen die spotten. Ze vinden het helemaal niets, dat gedoe met de Geest. Als je er zo instaat, dan kun je niet vervuld raken. Dan gaat de Geest aan je voorbij. Dan deel je niet in de vreugde van het Jubeljaar. Hoe kun je er dan wel in delen? Je hoeft er niet veel voor te doen. Een ding maar. Wat deden de 120 mensen in Jeruzalem? Ze waren eensgezind en volhardend in het gebed. Ze zochten elkaar op. Ze hielpen elkaar om te bidden. O God, vul mijn hart, en laat uw jubeljaar aanbreken in mijn leven.

Zul je dan altijd jubelen? Nee, dat vraagt God niet van ons. Want we weten allemaal, dat er geweldig veel dingen zijn, die ons leven zwaar en moeilijk maken. Die ons naar beneden trekken. Maar als de Geest stroomt in je leven, dan kun je toch je in de Here verheugen. Al bloeit de vijgenboom niet, en zijn er geen vruchten aan de wijnstok toch zegt Habakuk, zal ik mij in God verheugen. Hij is de God van mijn heil. Hij zal mij sterken en kracht geven om de weg te gaan die ik moet gaan. Ja, dat is het geheim van Pinksteren. De Geest is de kracht van God tot behoud, voor een ieder die gelooft. Gelooft u dat? Geloof jij dat? Dan heb je een gezegend pinksterfeest!

Amen.