Opruimingsverkoop: alles moet weg!

Schriftlezing: Psalm 32:1-6a - 1 Petrus 2:21-25
Datum: 14 juni 2015
Download PDF


1. Opruiming houden

Soms zie je in de krant van die grote advertenties staan met woorden als ‘opruimingsverkoop’, ‘grote opruiming’, ‘outlet’. Bedrijven die er mee stoppen, winkels die gaan verbouwen of verhuizen, ze willen graag van hun voorraad af. Er zijn mensen die dat in de gaten houden, want je kunt soms met veel korting dingen kopen. De spullen moeten immers weg, want ze staan alleen maar in de weg. Dan moet je een grote opruiming houden. Een verhuizing is vaak ook zo’n moment, dat je grote schoonmaak houdt en veel dingen opruimt, omdat ze oud zijn of je er niets meer mee doet. Van tijd tot tijd is het goed op dingen op te ruimen. In je kamer kan zoveel rommel liggen, van dingen waarmee je bezig bent, voor school of je studie, kleren, boeken, cd’s, van alles en nog wat. Dat het heerlijk is om orde op zaken te stellen.

Dat beeld bleef bij mij hangen, toen ik met het bijbelgedeelte bezig was. We lezen in de laatste twee verzen (24 en 25) over Jezus die onze zonden op het hout heeft gedragen, over striemen die tot genezing zijn, over schapen die dwalen en zich bekeren tot de Herder. Verschillende beelden en gedachten, maar die allemaal – denk ik – maar met één ding te maken hebben. Namelijk: wat gebeurt er als Jezus je leven binnenkomt? Wat verandert er in je leven als je tot geloof komt in Jezus? Daar is veel over te zeggen. Ik vat het samen en noem twee dingen. Het eerste is dit: Jezus maakt schoon schip, Hij brengt orde op zaken, Hij ruimt de rommel op. Dat wordt bedoeld met dat kleine zinnetje: ‘voor de zonden dood’. Het tweede dat verandert: Jezus geeft je een nieuwe oriëntatie, een nieuwe roeping, een nieuwe hoop. Dat wordt bedoeld met ‘voor de gerechtigheid leven’. Vanmorgen staan we stil bij het eerste, vanmiddag bij het tweede.

2. Jezus komt en ziet

Wat treft de Here Jezus eigenlijk aan als Hij ons leven binnenkomt? Petrus zegt: dan vindt Jezus onze zonden. Dat is nogal een negatief antwoord. Hij treft toch wel meer aan? Hij ziet onze verlangens, onze gevoelens, de dingen die we doen en dat wat we nalaten. Hij ziet ontzettend veel. In een oogopslag heeft Hij ons leven getaxeerd. Waar kijkt Jezus vooral naar? Hij kijkt vooral naar wat ons in de weg staat, wat ons belemmert om tot bloei te komen, naar obstakels die verhinderen dat we leven zoals God ons bedoeld heeft. Wat zou Jezus zien als Hij naar ons leven kijkt, als Hij ons leven binnenkomt? Wat staat onze relatie met God in de weg? Wat belemmert dat we groeien en worden zoals Hij ons bedoeld heeft. Petrus zegt: wat ons in de weg staat, is onze zonde. Dat is het grootste obstakel.

Maar wat is zonde dan? Daar valt veel over te zeggen, maar in het laatste vers gebruikt Petrus het beeld van schapen die dwalen. En dat is best verhelderend. Wij hebben vaak een romantisch beeld van schapen. Van die lieve beesten die allemaal achter de herder aanlopen. Maar dat beeld klopt niet. Dat zegt iedereen die er verstand van heeft. Schapen zijn soms heel vervelende beesten. Schapen kunnen zomaar van de kudde afdwalen. Enerzijds omdat ze onwijs koppig zijn en eigenwijs. Ze gaan gewoon hun eigen gang. Anderzijds doordat het zo opgaat in wat het aan het doen is. Het is lekker aan het grazen. Het ziet dáár nog een plukje lekker gras, en dáár nog één, en op een gegeven moment kijkt het op, en het schrikt er zelf van: ‘Waar zijn alle anderen?’ Zomaar, ongemerkt, is het contact met de kudde weg!

Zo kan het gaan in een mensenleven, zegt Petrus. Je kunt in je leven het contact met God kwijtraken, en ook met de kerk. Soms is dat echt heel bewust, pure eigenwijsheid. Je gaat je eigen weg, en dat weet je drommels goed. Je kiest voor een zondige weg, en de stem van je geweten, die eerst nog opspeelt, die wordt van lieverlee steeds zachter en zachter. Maar het kan ook anders gaan. Je wordt zó in beslag genomen door allerlei dingen. Het is helemaal geen kwade wil, het is zelfs niet eens een bewuste keuze, maar God raakt steeds meer uit beeld. Of misschien is het alleen maar op bepaalde terreinen dat God uit beeld raakt. Dat kan ook. Je gaat dan gewoon naar de kerk, maar God raakt uit beeld op je werk, of in het zakenleven, of in de manier waarop je vormgeeft aan je relatie, of waar dan ook.

En dat is wat Jezus ziet als Hij je leven binnenkomt. Hij kijkt als Herder. En Hij ziet ook de gevolgen ervan. Hoe kwetsbaar je wordt voor het gevaar van aanvechting en twijfel, van eenzaamheid en somberheid. Daar waar de verbinding met God verstoord raakt, daar lopen we gevaar! Zonde maakt ons altijd kwetsbaar. Relaties tussen mensen gaan eraan kapot. De harmonie van binnen, die diepe vrede die God geeft, die raken we kwijt. En vóór ons ligt niet het eeuwige leven, maar het oordeel! Als wij gaan dwalen en God afwijzen, loopt onze weg volkomen dood, in de diepste duisternis.

3. Jezus ruimt de rommel op

Wat doet Jezus nu? Hij ziet die dingen die niet op orde zijn. Hij ziet de gevolgen van verkeerde keuzes, het resultaat van verkeerde prioriteiten. Hij ziet dat dwalen van ons en dat we Hem niet oprecht zoeken. Dat wat als obstakel naar God toe in de weg staat. En wat doet Jezus ermee? Petrus zegt: Hij Zelf heeft onze zonden in Zijn lichaam gedragen op het hout. Dat hout verwijst naar het kruis. Het werkwoord gedragen in het Grieks is ana-phero, dat letterlijk ‘opheffen’, ‘omhoogbrengen’ betekent. Zo moet je het ook zien, als Jezus hangt aan het kruis, dan heft Hij onze zonden op. Dan heft Hij deze als hetware omhoog en zegt Hij tegen zijn Vader: Vader dit is wat er in het leven van al die mensen is misgegaan, dit is hun zonde, dit is waardoor ze niet tot hun bestemming komen, dit is waarmee ze u verdriet doen. Ik bid u Vader, reken ze het niet toe. Vergeeft u alstublieft hun zonden. Dan kijkt de Vader naar de Zoon en ziet Hij de diepe liefde in de ogen van Zijn Zoon. Zijn liefde voor zondaren. En dan vergeeft de Vader alles omdat Zijn eigen Zoon het Hem vraagt. Dat is het geheim van wat Petrus hier schrijft. Die zelf onze zonden opgeheven heeft op het hout. Dat is het geheim van het evangelie. Die onvoorstelbare boodschap, dat ons alle zonden, wat er ook gespeeld heeft in ons leven, wat er ook speelt in ons leven nu, dat wat niet goed is, dat wordt ons om Jezus wil vergeven.

4. Tafel van de vergeving

Het avondmaal dat wij vandaag vieren, is van die vergeving een zichtbaar teken. Brood en wijn zijn symbolen, Ze verwijzen naar wat Jezus voor ons heeft gedaan. Naar zijn opheffende werk, waardoor Hij verzoening brengt. De tafel die klaar staat, is de tafel van de verzoening. Jezus laat ons delen in de vergeving en de vrede die Hij verworven heeft.

Wat is er nodig om die vergeving te ontvangen? Slechts een ding: geloof. Geloof het evangelie en je zult gered worden, je zult Gods vergeving ontvangen. Geloof en God wist de rekening uit en laat je opnieuw beginnen. En wat is dat dan geloof? Ach daar is zoveel over te zeggen: Geloof is dat Jezus liefhebt. Geloof is dat is dat je Jezus niet meer kunt missen. Geloof dat zijn de lege handen die je naar God uitstrekt. Geloof dat is het gebed om ontferming: wees mij zondaar genadig. Geloof is dat je weet dat je het van Jezus moet hebben en niet van jezelf.

Jezus nodigt ons vanmorgen aan Zijn tafel. Zijn stem roept ons, laat je oude leven achter, kom bij Mij en Ik zal maaltijd met je houden. Ik zal je mijn vergeving zelf laten proeven.

Amen.