Ora et labora

Schriftlezing: Nehemia 2:1-10
Datum: 24 juni 2018
Download PDF


1. Bid en werk

Je komt de uitspraak nog wel eens tegen op een oude boerderij of op een hek: Ora et labora. Bid en werk. Het idee achter zo’n spreuk is ongetwijfeld: op deze boerderij wordt hard gewerkt. Er is hier veel tot stand gebracht. Maar dat alles kon niet zonder de zegen van God. Er moet niet alleen gewerkt worden, maar ook gebeden. Bid en werk!

Dezelfde gedachte kwam ik ergens tegen in een kerkelijk centrum, dat naast de kerk lag. Daar was een steen gemetseld in de muur met daarop woorden uit Psalm 127: ‘zo de Here het huis niet bouwt, tevergeefs werken de bouwlieden.’

Ora et labora. Bid en werk. Een bekende uitdrukking, waarvan je zomaar zou kunnen denken dat hij uit de Bijbel komt. Maar dat is niet het geval. De uitspraak is waarschijnlijk van de monnik Benedictus. In de 6e eeuw had hij regels opgesteld van hoe kloosterlingen met elkaar moeten leven. De regels van Benedictus zijn tot op de dag van vandaag nog steeds van betekenis. De hoogleraar Wil Derkse publiceerde 10 jaar geleden een boek voor managers over deze leefregels, onder de titel ‘een levensregel voor beginners. Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijkse leven.De taken die een monnik volgens Benedictus had, wordensamengevat in het motto ‘ora et labora’, ‘bid en werk’. Met ‘werk’wordt daneenvoudig handwerk of werk op het land bedoeld.

De uitspraak komt niet uit de Bijbel, maar de inhoud is wel heel Bijbels. Op verschillende plaatsen in de Schrift wordt duidelijk gemaakt, dat bidden en werken bij elkaar horen. We vinden al in de schepping de opdracht dat de mens geroepen is de aarde te bewerken en te onderhouden (Gen. 2:15). Daarnaast lezen we veel plaatsen dat mensen opgedragen worden te bidden tot God. Voor allebei is een tijd en plaats. Het een kan niet zonder het ander. Maar – en dat is de vraag – hoe moeten we de verhouding tussen die twee zien? Op welke van de twee moet het accent liggen: op het bidden of op het werken?

In feite zijn er drie mogelijkheden: (1) Accent opora: je moet eerst voor iets bidden en dan pas aan de slag gaan; (2) Accent op labora: je gaat gewoon met je gaven en talenten aan slag en daarover vraag je dan zegen van God; of (3) het accent op het woordje et: bid én werk. Dan gaat het om de voortdurende afwisseling van bidden en werken. Je zou kunnen zeggen, dat je biddend werkt en werkend bidt.

Laten we eens kijken hoe dit was in het leven van Nehemia? Even een terugblik.

2. Het verlangen van Nehemia

Nehemia 1 vertelt ons dat Nehemia een ontmoeting heeft met zijn broer Chanani en met enkele mensen uit Juda. Ze vertellen hem hoe het er in Jeruzalem voor staat. En dat is niet best. De stad ligt in puin, er zijn geen muren ter bescherming, de dienst aan God ligt stil, de sabbat niet in ere gehouden en de mensen hebben veel problemen. Nehemia hoort dat aan en zijn hart breekt. Hoe kon dat gebeuren, nadat God zijn volk zo genadig was en een groot deel uit de ballingschap liet terugkeren. Er komt een verlangen in zijn hart om naar Jeruzalem te gaan. Om de muren te herstellen. De stad te helpen herbouwen. Een heilige ijver voor de dienst aan de Here. Zodat het leven weer beantwoordt aan Gods geboden. Een verlangen waarvan Nehemia gelooft dat God het in zijn hart heeft gelegd (2:12 ‘wat God in mijn hart gegeven had’).

Wat doe je vervolgens als God een verlangen in je hart legt? Als je graag je steentje ergens wilt bijdragen? Misschien is dat een vraag die jij ook wel hebt. Soms komt die vraag concreet naar je toe als je ergens voor gevraagd bent: clubleider, ambtsdrager, of een bepaald vrijwilligerswerk, een nieuw project op je werk, een andere uitdaging? Wat doe je dan?

Laten we kijken hoe Nehemia het aanpakt. Hoe gaat hij om met het verlangen in zijn hart? Vier dingen doet Nehemia.

3. Nehemia bidt heel concreet (1)

Nehemia spreekt een gebed uit. Een indringend gebed. We zagen dat vorige week. Het gebed begin met aanbidding, vervolgens het belijden van zonden, daarna herinnert Nehemia God aan zijn beloften, maar dan komt hij aan het slot met zijn concrete vraag aan God: ‘Doe uw dienaar vandaagtoch slagen en geef hem barmhartigheid bij deze man.’ Nehemia wil een bijdrage leveren aan de herbouw van de stad, maar hij kan dat niet doen zonder de toestemming van de koning. Hij is immers schenker aan het hof. Een positie van vertrouwen. Daarom bidt hij: ‘Here God help mij toch, geef mij openingen, zodat ik het vandaag aan de koning kan vragen.’

We zagen dat God dat gebed verhoord heeft, maar dat Nehemia er zeker drie maanden op heeft moeten wachten. Dat zal voor hem niet eenvoudig geweest zijn. Als je popelt om aan de slag te gaan, maar het goede moment komt steeds maar niet. Als je graag iets zou willen, maar er komt geen schot in de zaak. Dan is dat best heel moeilijk. Wachten op Gods tijd, Zijn leiding, Zijn aanwijzing. Dat kun je niet zonder de hulp van Gods Geest!

Van de engelse prediker Spurgeon wordt verteld, dat hij eens een student een examen moest afnemen. Hoewel de leerling keurig op tijd aanbelde, liet Spurgeon hem ruim een halt uur op de stoep staan. Gelukkig liep de student niet weg, maar bleef daar geduldig wachten tot de deur openging. Spurgeon drukte hem de hand en zei: ‘gefeliciteerd, je bent al geslaagd, want je kunt wachten. Natuurlijk moet je nog veel meer leren, maar wachten is een van de belangrijkste vakken op de leerschool van de Geest’.

Het wachten is Nehemia zwaar gevallen. Teleurstelling en verdriet zijn op zijn gezicht te lezen. Maar dan gebeurt, wat zo vaak de weg van God is: onze verlegenheid, is een gelegenheid voor Hem! De teleurstelling van Nehemia is een middel in Gods hand om de zaak in een stroomversnelling te brengen. De koning ziet zijn verdriet.

Verrassend hoe God werkt. Nehemia hoorde geen stem. God kan dat doen! Ook krijgt hij geen ingeving van de Geest. God kan het doen! Nehemia krijgt een gelegenheid gewoon tijdens zijn werk. Zo gewoon kan het gaan. Je hebt gebeden voor een andere baan, en zomaar doet zich een gelegenheid voor. Je wilt ergens anders gaan wonen, en zomaar heb je daarvoor de mogelijkheid. Is dat gebedsverhoring? Ja, het is verhoring als je ervoor gebeden hebt! Als je de Here bij je plannen en overwegingen betrekt, dan laat hij Zijn leiding blijken. Juist als je ergens bewust voor gebeden hebt, als iets je veel waard is, dan ben je erop gespitst. Bidden geeft je een soort antenne voor signalen van God. Voor antwoorden die hij geeft. En als er iets gebeurt, dan kun je dat verbinden met wat je de Here gebeden hebt.

Zo gewoon kan de leiding van God zijn. Een ‘toevallige’ samenloop van factoren. Een verrassende mogelijkheid. Een open deur.

4. Nehemia maakt een plan (2)

Als de koning ziet dat Nehemia verdrietig is, vraagt hij wat er aan de hand is. Zijn vrouw zit naast hem. Opvallend detail. De koning is gevoelig voor vrouwen. God gebruikt deze omstandigheden. De vraag van de koning is wel spannend voor Nehemia. Enige tijd geleden was er een brief gekomen van de Perzische gouverneur van Samaria, Rechem en zijn secretaris Simsai (Ez. 4:8). Zij bekeken de Joodse plannen om de stad te herbouwen met grote argwaan. Ze verzochten de koning om de werkzaamheden stop te zetten. Ze waren bang dat de Joden zich van de koning wilden afkeren, als de muren herbouwd zouden worden en de tempeldienst hersteld zou worden. Ondanks dat, ontvouwt Nehemia zijn plan.

Hij pakt het tactisch aan. Hij spreekt over Jeruzalem als de stad waar zijn voorouders begraven liggen (vers 3). Hij banjert niet als een olifant door de porseleinkast. De band net het voorgeslacht en piëteit jegens de voorouders was een wezenlijk onderdeel van de cultuur in het Midden Oosten. Nehemia maakt daar gebruikt van. Dat maakt het hart van de koning zacht. En dan, als de gelegenheid zich voordoet, benut hij die om de koning te vertellen wat hij bedacht heeft. Het gebed tot God gaf Nehemia de gelegenheid, nu mag hij zijn plannen delen met de koning. En dan blijkt dat Nehemia goed over de dingen heeft nagedacht.

a. Hij vraagt verlofaan de koning om naar Israël te gaan. Hij heeft het op zijn hart om een bijdrage te leveren aan het Koninkrijk van God in Jeruzalem. De herbouw van de stad en van de tempel.

b. Hij vraagt voor goede papieren. Hij heeft een vrijgeleide nodig om zonder problemen te kunnen reizen: brieven voor de landvoogden, zodat zij hem toestemming zullen geven; een vergunning voor de aankoop van bouwmaterialen. Aan al deze dingen heeft Nehemia gedacht. Hij heel een concreet actieplan gemaakt, en weet wat hem te doen staat.

c. Hij heeft ook een tijdsplanninggemaakt. De koning vraagt hoeveel tijd hij denkt nodig te hebben, en Nehemia heeft daar over na gedacht.

Met andere woorden: wat zien we hier? We zien een samenspel van goddelijke bronnen en menselijke hulpbronnen. Een samenspel van volhardend gebed en praktisch bezig zijn. Beide lijnen komen samen in het leven van Nehemia. Enerzijds een vertrouwen op God en anderzijds menselijke inspanning.

Voor het werken in Gods koninkrijk zijn goddelijke bronnennodig: de Bijbel waarin God zijn wil bekend maakt; het gebed om de leiding van de Heilige Geest. Daarnaast zijn er ooknatuurlijke hulpbronnen: kennis van zaken, opleiding, verstand, ervaring, en niet te vergeten: andere christenen. Ook dat speelt een belangrijk rol in de uitvoering van je taak. Zonder wijsheid en inzicht komt geen enkel werk tot een goede afloop. Goddelijke en natuurlijke bronnen. Ze zijn allebei nodig.

Zo is het trouwens op veel terreinen in het leven. Ook in de opvoeding. Ik denk even aan jullie als doopouders. Het is in de opvoeding van je kinderen trouwens ook zo. Je wordt als ouder ingeschakeld. Je vertelt je kinderen over de Here Jezus. Over wat jij van God hebt geleerd. Je leest de kinderbijbel. Je leert ze bidden en bijbelse liederen. En veel meer. Dat is onze verantwoordelijkheid. En tegelijk doen we het biddend, dat God het gebruikt om geloof te werken in de kleine harten, dat ze ook van de Here Jezus gaan houden. Bid en werk. Het gaat samen op.

Nehemia is een man van gebed en een man van de daad. De biddende bouwer. Woord en daad gaan bij hem samen. Eigenlijk is dat nog steeds belangrijk voor ons als christen: bid en werk; ga in de binnenkamer en sta in de frontlinie; leef van binnen naar buiten en ga steeds weer van buiten naar binnen. Dat is dus de roeping die het Woord ons doet. En dan het derde

5. Nehemia bidt tussendoor (3)

Dat lezen we in vers 4. Op het moment dat de koning hem een vraagt stelt, bidt Nehemia tot God. Weliswaar een schietgebedje. Een kort gebed, maar wel krachtig. Als een lichtpijl van een schip in nood. Hij bidt – zoals ze vroeger zeiden – met de pet op. Tijdens zijn werk. Op het moment dat het erop aankomt. ‘Toen bad ik tot de God van de hemel’. Nehemia beseft: nu komt het erop aan. Dit is de opening die God geeft. Nu moet ik de juiste dingen zeggen. Ik vermoed dat hij dat ook aan God gevraagd heeft: Here, help mij, geef mij wijsheid, leg de woorden in mijn mond.

Gemeente, ik denk dat dit is wat Paulus bedoelt, als hij zegt: ‘bid zonder ophouden’. Dat is dat je ook gedurende de dag met de Here verbonden bent. Dat je ook tijdens de vergadering of in een gesprek het contact met je hemelse Vader zoekt: Here help mij, wat moet ik zeggen, wat moet ik doen. Dat je dus zo leeft en je werk doet in afhankelijkheid van God. Je zoekt het contact met Hem elke keer weer, als er dingen op je af komen. Blijvende afhankelijkheid. Niet aan het eind. Ook tijdens het project blijf je afhankelijk. En het vierde

6. Nehemia is dankbaar (4)

Als dan God uiteindelijk een opening geeft, ziet Nehemia daarin de goede hand van God. Zo vertelt hij dat in vers 8 en 18: ‘de hand van mijn God doe goed over mij was geweest’. Nehemia heeft er even op moeten wachten, maar God heeft zijn gebed willen verhoren. De goede hand van God. In dat vertrouwen leefde Nehemia. Hij had gebeden om openingen en nu het zo ver is, spreekt hij daar zijn dank voor uit.

Dat is dus ook belangrijk. Dat we de dankbaarheid achteraf niet vergeten. Want het gebeurt zo vaak dat we veel aan God vragen, maar zo weinig Hem danken. Dat is een aandachtspunt. Ook wat de voorbede in de kerk betreft.

Natuurlijk wil het niet zeggen, dat God elk gebed van ons verhoord. In vers 12 zegt Nehemia dat God het verlangen in zijn hart gegeven heeft. Dat is dus spannend. Lang niet altijd zal dit bij ons het geval zijn. We kunnen ook zo met dingen bezig zijn, die voor God geen prioriteit hebben. Dat is best spannend soms. Misschien wil Hij met ons soms een andere weg gaan. Dat weet je niet altijd op voorhand. Daarom is het goed om dat in je gebed mee te nemen: maak mij uw weg bekend. Here, dit wil ik nu wel, maar past dit bij uw weg met mijn leven? Ik geloof, dat de Here ons dat dan zal duidelijk maken. Als ons verlangen oprecht is, laat hij ons niet in de kou staan.

7. Bid en werk

Vier dingen die we meekunnen nemen: (1) bid concreet, (2) maak een plan, (3) blijf afhankelijk en (4) vergeet niet te danken achteraf. Zo mag je leven in vertrouwen op God. Hij laat niet los was Zijn hand begon.

Dus ora et labora! Het accent ligt op het woordje et. Maak je plannen én wees tegelijk in alles afhankelijk van God.

Wie zo leeft en werkt, mag onder de zegen van onze goede God vruchtbaar zijn in Zijn koninkrijk.

Niet gemakkelijk, dat zullen we volgende week zien. Er zal tegenstand komen. Maar ook dan geldt, wat Nehemia aan het slot van dit hoofdstuk zegt: ‘De God van de hemel zal ons doen slagen en wij Zijn dienaren, zullen opstaan en bouwen.’

Amen.