Ik zal u niet als wezen achterlaten!

Schriftlezing: Johannes 14:15-26 - Handelingen 1:4-11
Datum: 17 mei 2015
Download PDF


1. Wezen

De zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren wordt ook wel wezenzondag genoemd. Deze zondag ligt namelijk tussen het vertrek van de Here Jezus naar de hemel en de komst van de heilige Geest met Pinksteren. Het is een hele oude traditie in de kerk – en daar is de naam van deze zondag ook aan ontleend – om stil te staan bij die woorden van Jezus: ‘Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik zal u een andere Trooster geven, die bij u blijven zal (Joh. 14:16, 18).

Jongens en meisjes, jullie weten wel wat een wees is. Een wees is iemand die geen vader en moeder meer heeft. In onze stad Gouda hebben wij daar wel ervaring mee. Net achter de Sint Jan, in de Spieringstraat, bevindt zich sinds 1642 een van de twee weeshuizen van de stad. Tot net na de 2e WO was het weeshuis nog in gebruik. Tot vorige jaar waren de bibliotheek en het streekarchief erin gevestigd. Kinderen van arme ouders, die hun vader en moeder verloren waren er welkom. Er waren moeders, regentessen, die voor de kinderen zorgden. Ze kregen een vorm van catechisatie, moesten vragen en antwoorden van de catechismus uit hun hoofd leren en o zondag voor de preekstoel opzeggen. Verder kregen de meisjes les in spinnen, spoelen en weven (zeg maar het maken van kleren) en de jongens leerden een vak. Mooi dat er zo concreet voor wezen, kinderen zonder vader en moeder gezorgd werd!

Wezen. Mensen zonder vader en moeder. In een van zijn geschriften – de dialoog Phaedo – beschrijft de Griekse filosoof Plato de laatste uren van zijn leermeester Socrates. Socrates is ter dood veroordeeld en moet een beker vol gif leegdrinken. Zijn beste vrienden en leerlingen zijn bij hem in deze laatste uren. Plato schrijft dan wat zij voelen: ‘wij waren het volkomen met elkaar eens, dat wij nu, als het ware van een vader beroofd, als wezen ons verdere leven moesten doorgaan’. De vrienden en leerlingen voelen zich als ‘wezen’. In de steek gelaten door hun meester.

2. Discipelen alleen gelaten?

Zo moeten de discipelen van Jezus zich gevoeld hebben, als zij in de bovenzaal luisteren naar de laatste woorden van Jezus. Ze vieren het avondmaal met hun meester. Tijdens die maaltijd vertelt Jezus hen dat Hij weg zal gaan. Die woorden maken indruk. Ze kunnen het niet bevatten. Jezus die al zo lang bij hen was. Hij had hen nota bene zelf geroepen. Drie jaar waren ze met Hem opgetrokken. Ze hadden zoveel van Hem geleerd. En: er was nog zoveel te leren. Ze hebben het idee dat ze nog maar in de kinderschoenen staan. Jezus was nog lang niet klaar met ze. Hoe moet het nu verder met het werk van God als Hij er niet meer is? Zal hun kleine groep niet helemaal uit elkaar vallen? Ze zullen zich eenzaam en verlaten voelen. Niemand had hen zoveel aandacht geven als Jezus, zelfs hun eigen ouders niet. Niemand heeft hen zo gekend als Hij. Door Hem waren de Schriften opnieuw tot leven gekomen. De beloften van God waren zo concreet voor hen geworden. Zij zagen de wereld met andere ogen. Ze voelden zich opgenomen in een geestelijk gezin. Ze hadden van Jezus een tweede opvoeding gehad. Hadden hun ouders het vooral over de daden van God in het verleden gehad, Jezus had hen een nieuwe toekomst geopend. Hoe moet het verder? Een diep gevoel van verslagenheid maakt zich van hen meester. Dat gevoel dat wij wel kennen, als iemand weggaat van wie je veel houdt, die belangrijk voor je is geweest, met wie je jaren samen bent opgetrokken of samen hebt gewerkt. Hoe moet het nu verder? Zal dat hele project van het Koninkrijk niet als een kaartenhuis instorten. Alles wat Jezus met zijn discipelen begonnen is, hoe moet dat verder? Nee, Hij mag echt niet weggaan. Hij moet ons niet alleen laten.

Maar voordat de discipelen de kans krijgen hun gedachten uit te spreken, neemt Jezus het woord. Het is alsof Hij hun diepste gedachten peilt. Hij zegt tegen hen: Ik zal jullie niet als wezen achter laten. Denk niet dat ik jullie in de steek zal laten, als wezen zonder vader.

Dat beeld van wezen, dat Jezus gebruikt, roept veel op. Want in de Bijbel horen we dat God een speciale liefde heeft voor de wees, de weduwe en de vreemdeling. In het oude Oosten was het wees-zijn een verschrikking. Je was helemaal aan je lot overgelaten. Zonder ouders was je enorm kwetsbaar. Daarom roept God zijn volk op om naar deze groep om te zien; om het recht niet zo te verdraaien, zodat zij er het dupe van worden. Doe recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak der weduwe (Jes. 1:17). Of – met de woorden van Jacobus – Zuivere godsdienst voor God is: ‘omzien naar wezen en weduwen in hun druk’ (Jak. 1:27). Een wees is bij uitstek iemand die geen helper heeft.

3. Niet alleen gelaten: andere trooster!

Wat doet Jezus? Hij belooft aan zijn discipelen een helper die altijd bij hen zal zijn. In vers 16 zegt Hij het zo: ‘Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid’. Een andere Trooster. De Here Jezus heeft het dan over de heilige Geest die met Pinksteren zal komen. Opvallend aan deze belofte is, dat de Persoon die komt, precies hetzelfde zal doen als wat Jezus heeft gedaan. Een andere Trooster. Iemand anders, die ook een Trooster wordt genoemd. Hij zal precies hetzelfde dingen doen als Jezus heeft gedaan. Hij gaat met de discipelen in hetzelfde spoor verder. Jezus wijst daar ook op in vers 26: De Geest zal jullie in alles onderwijzen – dat heeft Jezus ook steeds gedaan, onderwijs over het Koninkrijk van God – en zal u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb. De heilige Geest richt de schijnwerper op de Here Jezus. Aan het onderwijs van Jezus heeft Hij niets meer toe te voegen. Wel helpt de Geest de discipelen van Jezus in de vorm van bijles en repetitie. Hij is als een docent die de lesstof nog eens met de discipelen zal doornemen en herhalen. Het gaat om begrijpend leren. Geheugentraining, met een groeiend begripsvermogen. De kostbare woorden van Jezus zullen dus niet verloren gaan. De Geest zorgt ervoor dat de gelovigen het woord van Jezus bewaren en zich steeds meer eigen maken.

Een andere trooster? Er zijn uitleggers die de belofte van de Geest zien als een soort compensatie voor de afwezigheid van Jezus. De Vader stuurt een ander in zijn plaats. Dan is de Geest de plaatvervanger van Jezus op aarde. Na de hemelvaart van Jezus komt er een ander, die zijn werk op aarde zal voortzetten en voltooien. Maar zo moeten we het niet zien. Jezus heeft steeds benadrukt dat hoewel Hij naar de hemel gaat, Hij doorgaat met zijn werk. Vanuit de hemel is Jezus bij de Vader een voorspraak voor de gelovigen en ondersteunt Hij hen met zijn gebeden. Zoals Jezus in de hemel bezig is, zo is de Geest – tegelijkertijd – op aarde bezig de gelovigen te ondersteunen en te leiden. Samen werken ze aan hetzelfde doel. Ze ondersteunen en versterken elkaar. Er is tussen Jezus en de Geest een hele diepe synchronie, een hele bijzondere eenheid.

Een andere Trooster. Toch nog iets over de naam van de heilige Geest. Hij wordt de trooster genoemd, in onze Bijbelvertaling. Het woord ‘trooster’ geeft niet helemaal de betekenis weer van het grondwoord. In onze taal denken we bij Trooster gelijk aan verdriet. Als iemand huilt of verdrietig is, als je gevallen bent en je knie geschaafd hebt, dan ga je naar je moeder om getroost te worden. Dan legt ze haar arm om je heen en spreekt ze bemoedigende woorden. Dat doet de Geest ook wel. Het Griekse woord dat Johannes gebruikt ‘parakletos’ wordt soms ook wel door mensen gebruikt als ze de Geest de Parakleet noemen. Misschien hebt u deze uitdrukking wel eens gehoord. Parakletos is afgeleid van het werkwoord parakaleo, dat ‘iemand erbij roepen betekent’. Het gaat om iemand die opgeroepen wordt om een ander, die hulp nodig heeft, met raad en daad terzijde te staan. In de geschiedenis van de kerk is de term parakletos op twee manieren vertaald. De latijnse kerkvaders vertaalden deze term met ‘advocaat’. Dan ging het om de Geest als iemand die rechtsbijstand geeft bij God. Er is een beklaagde die voor een rechtbank staat, en de advocaat verdedigt zijn belangen, zijn rechten voor de rechter. De Griekse kerkvaders vertaalde de term als ‘trooster’, iemand die in het verdriet erbij komt staan en bemoedigt en troost biedt. Ik denk dat we de term parakletos het best kunnen vertalen met ons woord ‘helper’. De Geest wordt door Jezus beloofd aan zijn discipelen om hen bij te staan na zijn vertrek, als Hij er niet meer is. De Helper die tot in eeuwigheid bij hen zal zijn. De helper staat voor je in als advocaat en troost je als je verdriet hebt.

4. Ja maar

Dat is een hele mooie belofte die Jezus geeft aan zijn leerlingen. Vindt u niet? Ja zeg je, maar is dat dan helemaal hetzelfde? Als Jezus weggaat, komt er een ander. Die ander is toch iemand anders. Tenminste, zo is dat bij ons. Je hebt een juf op school die zwanger is, en met verlof gaat. De directeur vertelt op een morgen dat er een vervanger komt. Een andere juf. Dat is fijn, denk je, maar ze is toch echt iemand anders. Kan ik net zo’n band met haar krijgen als met mijn vorige juf? Dat is een goede vraag. Kun je met de Geest net zo’n band krijgen als met de Here Jezus? Ja dat kan! Want het is niet zomaar een Geest. Het is de Geest van de Here Jezus zelf. En zo kun je zeggen: als de Geest er is, dan is eigenlijk Jezus zelf bij ons. Hij in de hemel en wij op de aarde, maar weet je wat de Geest doet? Hij komt bij ons en wil in ons wonen en maakt dat Jezus bij ons is en dat wij bij Hem zijn. We zijn aan Hem verbonden zoals een baby’tje met de navelstreng vastzit aan de moeder. Door die navelstreng klopt het bloed van de moeder en dat bloed houdt ook het kindje in leven met zuurstof en voeding en alles wat het baby’tje nodig heeft. Verbonden door een navelstreng: eigenlijk zijn het geen twee aparte wezens, de moeder en haar baby, maar via die levende en kloppende verbinding zijn ze één met elkaar. Zo mag je het zien: door de Heilige Geest die in je woont, blijf je hecht met de Here Jezus verbonden, blijf je verbonden met zijn leven, liefde en kracht.

5. Voor wie?

Een mooie belofte die Jezus geeft. Hij beloofd zijn Geest als Helper. En voor wie is die belofte? Jezus geeft deze belofte aan discipelen. Wie zijn dat? Dat zijn de mensen die Jezus liefhebben. Dat komen we een paar keer tegen in het Bijbelgedeelte. Als u Mij liefheeft. Wie Mij liefheeft. Als iemand mij liefheeft (vs. 15; 21; 23). Tot tot drie keer toe zegt Jezus dat. Blijkbaar is dat voor Hem belangrijk. De heilige Geest, de Helper, komt wonen in de harten van mensen die God liefhebben. En Jezus voegt er nog aan toe – dat hoort er helemaal bij – en je zijn geboden in acht neemt. De Here liefhebben en Zijn Woord bewaren, ermee bezig zijn. In zulke mensen wil de heilige Geest graag woning maken. Zo was het bij de discipelen begonnen. Jezus had hen geroepen om Hem te volgen en te gehoorzamen. Zo is het ook bij ons: God roept ons op – elke zondag, elke keer als we in de Bijbel lezen – om in de Here Jezus te geloven, om Hem lief te hebben. De heilige Geest is met ons bezig, als we in de kerk zijn, als we bezig zijn met het Woord. En dan komt er een moment, dat je de Here lief hebt, dat je het fijn vindt om met de dingen van Hem bezig te zijn. Er komt verlangen om voor Hem te kiezen. Dat heeft de Geest dan in je gewerkt. En als je dat verlangen hebt, dan mag je de heilige Geest vragen om in je leven te komen. Het gaat dus niet buiten je eigen beslissing om, je moet het willen. Als je de keus hebt gemaakt, zul je altijd erkennen, dat God het was die in je heeft gewerkt en je het verlangen hebt gegeven.

Liefde tot de Here Jezus en tot het Woord van God. Dat is wat God van ons vraagt. In die weg zal Hij ons zeker zijn Geest schenken!

6. Zonder de Geest kan het niet!

Wat hebben de discipelen de Geest ook hard nodig gehad! Want inderdaad ze zijn kwetsbaar gebleken. Er komt ongelooflijk veel op ze af. Ze zullen straks door Jezus de wereld in gezonden worden. Als getuigen van zijn kruis en opstanding. Ze zullen dan net als Jezus de ervaring hebben, dat er voor hen geen plaats in deze wereld is. Ze zullen belaagd worden, gelasterd, vervolgd omwille van het evangelie. Juist dan zullen ze helemaal aangewezen zijn om de Helper die Jezus hen heeft beloofd. In eigen kracht kunnen ze nooit staande blijven. Jezus weet dat en daarom geeft Hij ze een machtige belofte.

Ook wij hebben Gods Geest zo hart nodig. Het valt ons niet gemakkelijk om in deze moderne tijd, met zoveel afleiding en verleidingen, tijd en rust te nemen voor het Woord van God. Op je werk, in je klas, in de collegezaal, kun je je soms diep eenzaam voelen en is de kloof tussen wat je zondags hoort en wat je in je Bijbel leest zo groot met wat je dagelijks meemaakt of moet bestuderen. Er kan in je leven ook zoveel gebrokenheid zijn; onopgeloste zaken; dingen die maar niet veranderen. Kwetsbaarheid waarmee je elke dag geconfronteerd wordt. Gebreken naar lichaam en ziel. Dat het je waarachtig niet meevalt om moed en kracht aan het geloof of aan het Woord van God te ontlenen. Soms voel je je ontheemd of als een wees.

Vergeet dan deze belofte van Jezus niet. De Geest is de Helper die tot in eeuwigheid bij je zal zijn. Het is de heilige Geest, die als je Hem uitnodigt, komt met raad en wijsheid, moed en kracht. Elke dag weer opnieuw.

Jezus heeft ook aan ons de belofte gegeven, ik zal je niet als wezen achterlaten, maar je een andere Helper zenden. Een belofte. Wat moet je met een belofte doen? Daarmee moet je naar de Vader gaan. Here dit is wat u in Uw Woord aan mij beloofd heeft. Vervul mij toch met uw Geest. En dan mag je weten: Als je erom vraagt, zal Hij komt. Waarom? Omdat Jezus het beloofd heeft. En beloofd is beloofd.

Amen.