De zegen van de ark: lessen voor een nieuw seizoen!

Schriftlezing: 2 Samuel 6:1-19
Datum: 30 augustus 2016
Download PDF


1. Kostbaar bezit

Jaren geleden stond er in een Amerikaanse krant een persbericht over een man uit Noord-Carolina. Hij verzamelde voor zijn collectie mooie en bijzondere edelstenen. Hij was in de bergen op zoek gegaan naar mooie en bijzondere stenen, in een gebied waar deze te vinden waren. Op een van zijn tochten had hij een grote mooie blauwe steen gevonden. Hij vermoedde dat deze steen wel een paar 100 dollar zou opbrengen, maar hij verkocht hem niet en bewaarde hem meer dan 18 jaar in een doos in een kast. Totdat hij op TV een programma zag over een man die een soortgelijke steen gevonden had, en die heel veel waard bleek te zijn. Hij zocht contact met iemand die verstand had van edelstenen, die deze stenen slijpt en polijst. Wat bleek? Het bleek een blauwe saffier te zijn, van 2,1 karaat. Een uitmate kostbare steen. Wat de steen nog bijzonderder maakte, was dat in de steen een patroon te zien was, dat leekt op een ster van David leek. Zo’n ster met zes punten, die op de nationale vlag van Israël staat. De steen bleek 2,7 miljoen waard te zijn, en is bekend geworden onder de naam Ster van David. De man had iets in zijn bezit, maar had geen idee hoeveel het waard was.

Soms gebeurt het, dat mensen iets bezitten, en dat later veel waard blijkt te zijn. Je ziet dat soms in het programma tussen Kunst en Kitsch, waar mensen soms voor verrassingen komen te staan. Je kunt dingen in je bezit hebben, waarvan je pas later de waarde inziet. Kan ook met andere dingen zijn. Soms krijg je wel eens iets van mensen, een boek of bijbeltje, en als die persoon dan overleden is, en je bekijkt het, zitten er soms briefjes in, en krijgt het een speciale betekenis. Je had het al, maar opeens besef je de waarde ervan.

2. Achtergrond

Dat is wat David overkwam met de ark. Hij was jaren geleden door Samuël tot koning gezalfd (1 Sam. 16). Aangewezen als de beoogde opvolger van koning Saul, die zich daar voortdurend tegen verzetten. David moest vaak voor Saul vluchten. Er gebeuren allerlei dingen in zijn leven, maar dan komt het moment in 2 Sam. 5 dat David officieel door de stammen van Israël als koning wordt aanvaard. Ze sluiten een verbond met hem en maken Jeruzalem tot de hoofdstad van het rijk. David bouwt er een paleis en hij neemt gaandeweg toe in aanzien, want God was met hem, lezen we in vers 10 van het vorige hoofdstuk. Maar dan komt er een moment, dat David denkt: waar is de ark eigenlijk? De ark van het verbond. Moet die ark ook niet in de hoofdstad een plekje krijgen?

Dat verlangen van David lijkt heel positief. Hij is dankbaar dat het hem zo goed gaat en wil God in zijn nieuwe hoofdstad ook een plekje geven. De Ark van het verbond moet in Jeruzalem staan! Tijdens de regering van zijn voorganger Saul was de ark in vergetelheid geraakt. Niemand keek er nog naar om. Hij was er, maar niemand besefte de waarde ervan. David wil dat veranderen. Hij wil de Ark in ere herstellen. Hij doet zijn uiterste best. Maakt een nieuwe wagen voor de ark. Trommelt mensen op uit hele omgeving. Zorgt voor groot koor. Maar alles gaat dramatisch mis. Als de runderen struikelen grijpt Uzza de ark en sterft hij. Hij wil voorkomen dat de ark op de grond valt, maar moet dat met de dood bekopen. Tragisch verhaal. Moeilijk te begrijpen voor ons. Dat deze man zomaar sterft. Ja, maar er zit meer achter. Dat deze man sterft, dat is de schuld van David. Hij had als koning en gezalfde beter moeten weten. Er gaat echt van alles mis: 1. Hij raadpleegt God niet. Hij bidt niet of God het ook een goed idee vindt. 2. Ark niet gedragen door priesters. Zij waren enige die de Here mochten dienen. (later heeft David de les wel geleerd). 3. Wel muziek, nieuwe wagen, veel spektakel, geen offers. Er lijkt geen enkel besef van betekenis van de ark. De cherubs op het deksel waren zijn troon. Op deksel van de ark, besprenkelde de hogepriester bloed. Ter verzoening van de zonden. De ark symboliseert de aanwezigheid van God. In de tabernakel, en later in de tempel, was God aanwezig, als de heilige God. Dat moest het volk Israël leren en weten. Je mocht hem nooit voor je karretje spannen. Je moest hem altijd met respect en ontzag benaderen. Dat is allemaal afwezig hier. 4. Juiste gezindheid ontbreekt. David wordt woedend op God (vers 11). Hij is boos dat God het feest verstoort. Uiteindelijk lezen we dat David bevreesd is. Anders vertaald: bang is voor God. David krijgt een hele dure les. Met de Here God valt niet te spotten. Hij laat zich niet voor het karretje spannen, van wat David gepland heeft. Hij wil niet zomaar het feest van David bekronen. Hij laat zich niet zomaar manipuleren. Hij is de heilige God van Israël.

Dan beseft David dat hij de ark niet naar Jeruzalem kan brengen. Nu nog niet althans. God heeft blijkbaar andere plannen. Hij is er blijkbaar nog niet klaar voor. Dan besluit hij de ark maar ergens neer te zetten, en brengt hem naar Obed-Edom. Waarom daar? Weten we niet? Wie is deze man? In vers 11 lezen we dat hij een Gethiet was. Iemand die afkomstig was uit Gat, net als Goliath. Dat zou kunnen betekenen dat hij een Filistijn was. En zijn naam: Obed-Edom betekent dienaar van Edom. Edom was een naburig volk. Een vijandig volk zelfs, dat het Israël later knap lastig heeft gemaakt. Geen Israëlieten. Dus Obed-Edom was iemand van buiten Israël, die niet in de God van Israël geloofde. Dat geeft aan deze geschiedenis een bijzondere betekenis. Een niet-gelovige die de ark in huis krijgt. Misschien zal David wel gedacht hebben; laat ik de ark daar maar plaatsen, dan kan het geen kwaad. Het is toch een heiden.

3. Levensveranderend

Maar als de ark bij Obed-Edeom komt te staan, dan gebeurt er iets bijzonders. Obed-Edom wordt gezegend door de Here. Zijn huis en alles wat hij had. In 2 Sam. 6:11 staat er nog extra bij: De HERE heeft het huis van Obed-Edom en al wat hij bezit, gezegend, vanwege de ark van God. Vanwege het feit dat ark bij hem stond, heeft God Obed-Edom gezegend. Dat is bijzonder. Waarom doet God dat? Wat wordt deze man en zijn gezin gezegend? Ik denk hierom. Drie dingen wil ik voor het voetlicht halen.

3a. De plaats waar de ark staat

David brengt de ark bij Obed- Edom. Verder staats er niets. Waar zal hij de ark geplaatst hebben? Ergens in de schuur? Buiten op het erf? Of bij hun in huis? Ik stel me zo voor dat ze het daar samen over gehad hebben. Obed-Edom en zijn vrouw. Waar zullen we de ark neerzetten? Ik denk dat ze er heel voorzichtig mee zijn. Ze hebben wel gehoord wat er pas nog met de ark gebeurd was. Al helemaal als ze zien hoe de ark eruit ziet.

Jongens en meisjes, hoe ziet de ark eruit? Een kist van 1,25 m bij 75cm. Helemaal van goud. Met twee cherubs erboven op, die met hun vleugels naar elkaar staan. Ook van goud. Een prachtige kunstwerk. Zoiets zet je niet buiten of in een oude schuur.

Ik denk dat Obed-Edom de ark in zijn huis geplaatst heeft. De tekst zegt dat God het huis van Obed-Edom zegent. Het huis. De plaats waar de ark stond. In de huiskamer. En elke morgen, dat ze wakker worden, gaan ze even kijken. Staat hij er nog? Is alles goed? De ark krijgt een plekje in hun leven. Al gaande weg gebeurt er iets met hen.

3b. De betekenis van de ark

Ik stel me voor dat ze samen ook na gedacht hebben, over waarom de ark gebouwd was. Als ze zelf de geschiedenis niet kenden, zullen ze het wel aan anderen gevraagd hebben. Hoe meer ze erover praten, hoe meer ze gaan begrijpen waar de ark voor staat.

Jongens en meisjes, weten jullie waar de ark voor staat? In Ex. 25:8 lezen we dat God de opdracht geeft om voor Hem een heiligdom te maken, zodat Hij in hun midden kan wonen. Dat heiligdom is de tabernakel. Een tent waarin een speciale plaats gereserveerd was voor de Here God. Het had twee ruimtes, en in de binnenste ruimte, het heilige der heilige, waar mensen niet mochten komen, daar was God aanwezig. Het enige dat daar stond, was de ark. De ark van het verbond. Een kleine kist van met goud overtrokken. Met die twee cherubs er boven. Deze ark werd gezien als de troon van God. De Here God, die je niet kon zien, had als het ware deze ark tot zijn troon op aarde. We lezen dat in vers 6. Die tussen of op de cherubs troont. Ook in de psalmen zongen we daarover (Ps. 80 en 99). God was te midden van zijn volk aanwezig. En de ark was zijn troon.

Het volk Israël verschilde hiermee van alle andere volken uit die tijd. Hun goden woonden in de verre hemel. Onbereikbaar voor de mensen. Maar deze God, de Here, de God van Israël, wilde te midden van zijn volk aanwezig zijn. Hij hoorde bij hen. Hij was hun God. Hij was die God die met zijn volk meeging, hen leidde en zegende.

Die ark herinnerde Israël eraan, wie hun God was. De Schepper van hemel en aarde. De God die hen uit Egypte bevrijd had. De God die hen in het beloofde land had gebracht. Daarom was het ook zo verdrietig, dat in 1 Kron. 13:3 staat, dat in de dagen van Saul niemand naar de ark vroeg. Met andere woorden: tijdens de regering van Saul, was men God en de ark vergeten. Had hij een plekje gekregen ergens op een heuvel, en niemand keek naar Hem om.

Dat God woonde te midden van zijn volk was bijzonder. De Here was een heilige God. Zonder zonde. Volmaakt. Het volk helaas niet. Het zondigde. Het was ongehoorzaam. Daarom moesten er offers gebracht worden. Verzoening gedaan worden voor de zonden. Een keer per jaar kwam de hogepriester, met het bloed van de offers, de tent binnen, ging hij naar het heilige der heilige, en sprenkelde hij op het deksel van de ark het bloed. Tussen de cherubs. Daarom heet dat deksel ook wel het verzoendeksel. Dat bloed werd als het ware neergelegd voor de voeten van God. Als een soort gebed: Here, wilt u alstublieft toch bij ons blijven. We hebben het niet verdiend. We hebben het er niet naar gemaakt. Maar wees ons alstublieft genadig. Blijf bij ons, Here.

Obed-Edom en zijn vrouw, zijn kinderen, leren deze geschiedenis kennen. Ze krijgen ontzag voor deze God. Voor de onvoorstelbare genade, dat de grote en heilige God, toch te midden van zondige mensen wil wonen. Ze zijn op hun knieën gegaan. Ze hebben God ervoor gedankt. Ze hebben Hem geprezen, voor het feit dat Hij ook in hun huis wilde zijn. En weet u wat ze ook ervaren hebben?

3c. Dat God spreekt vanaf de ark?

In Num. 7:89 lezen we over Mozes dit: God spreekt vanaf het verzoendeksel. Ik denk dat Obed-Edom en zijn gezin de stem van deze God hebben gehoord. Zo sprak Hij tot hen. De levende God in hun midden. Hun leven is er door veranderd. Ze hebben God de plek gegeven die hem toekomt. En: God zegende Obed-Edom en zijn gezin, vanaf de ark. Wat is die zegen van God? De priesterlijke zegen: De Here zegene U en Hij behoedde u: dat is (1) God gaf bescherming. Hij doet zijn aangezicht over u lichten en Hij zij u genadig: dat is (2) genade, God schonk hen vergeving. Hij verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede: dat is (3) shaloom, de diepe vrede die God geeft. Bescherming, genade en vrede, kwamen over het huis en gezin van Obed- Edom. Ze hebben het tegen elkaar gezegd, stel ik me zo voor, toen ze deze zegen van de Here in hun leven, in hun gezin en op hun werk ontvingen: Geloofd zij God met diepst ontzag, Hij overlaat ons dag aan dag met zijne gunstbewijzen.

4. En wij?

Gemeente, nou trek ik de lijn door. Wij staan aan het begin van een nieuw seizoen. De ark stond voor de aanwezigheid van God. Hoe staat het met de aanwezigheid van God in ons leven? En dan kunnen wij in het bijzonder denken aan het Woord dat God ons gaf en aan de Heilige Geest die ons geschonken is, toen we tot geloof kwamen. Weet u niet – zegt Paulus – dat u een tempel bent, en dat de Heilige Geest in uw woont? Vergeet je niet dat het eigendom van de Here Jezus mag zijn?

Weet u wat ik hoop voor het nieuwe seizoen? Dat we meer en meer gaan waarderen wat God ons heeft geschonken: Zijn Woord en Zijn Geest! Dat er net als bij Obed-Edom een bezinning komt in ons leven, een verdieping, gesprek met elkaar in het gezin, over de plaats die de Here in ons leven heeft.

5. Leerpunten

Ik loop de drie leerpunten van Obed-Edom nog eens langs.

5a. De plaats 

Welke plaats heeft de Here God in ons leven? Ik las een interview met een topsporter, hij was boogschutter. Hij vertelde dat hij veel beter kon schieten, omdat hij door zen-meditatie had hij geleerd zich te ontspannen. Hij zei: de zen-meditatie krijgt de eerste plaats in mijn leven, al het andere, het schieten, komt er uit voort. Wie staat er op de eerste plaats in ons leven? De Here God? Zijn Woord? Dan krijgt dat een vaste plaats in ons dagelijkse leven, in het gezin aan tafel. Persoonlijk ook. Dan investeer je in het geloof, in de band met de Here. Dan laat je Hem niet buiten je beslissingen.

5b. De betekenis

Dan komt er ook verwondering in je leven. Dat de Geest van God, de heilige Geest in je leven wil wonen, dat is zo bijzonder. Dat is een geschenk van God. Dat geschenk geeft Hij aan iedereen die in Jezus gelooft. Wie het evangelie aanvaardt, de Heiland omhelst, ontvangt de inwoning van de Heilige Geest. Maar weet u, daar was wel een offer voor nodig. Jezus moest eerst verzoening doen voor onze zonden. Er moest eerst bloed vloeien, op Golgotha. Toen pas kon de Heilige Geest komen. Je wordt er stil van als je besef: dat deed Hij ook voor mij!

5c. De stem

Wie God op de eerste plaats zet in zijn leven, gaat ook de stem van God leren verstaan. God sprak vanaf het altaar. Van boven het verzoendeksel. God spreekt nog steeds door de Heilige Geest. Hoe meer je de Here leert kennen, hoe beter je naar zijn stem leert luisteren. In al die stemmen om je heen, is er eigenlijk maar een stem die je echt interesseert. Dat is de stem van de Geliefde. Dat is de stem van Hem die zijn leven voor je gaf. Die stem wil je horen. Elke dag. Door het Woord en de fluisterstem van de Geest.

6. Levensveranderend, ook bij ons

Je leven verandert, als de Here meer en meer de ruimte krijgt. Kijk nog even mee naar Obed-Edom. Als de ark later door David weer gehaald is, en in Jeruzalem geplaatst wordt, wie vinden we dan in de nabijheid van die ark? Ja, Obed-Edom. We komen hem tegen in 1 Kron. 15. Hij doet mee met het koor (vers 18); hij speelt de harp (vers 21); Hij bewaakt de ark (vers 24); Hij doet mee aan de eredienst (16:5); Hij blijft de rest van zijn leven dienst doen bij de ark (16:38); En tenslotte lezen we ook van zijn kinderen: het waren strijdbare mannen, bekwaam tot het dienstwerk (1 Kron. 26,8). Het leven van deze Obed-Edom cirkelt rond de ark. Deze heiden heeft God gevonden. Hij staat in het centrum. Dan wordt je gezegend. En zal je leven voor anderen tot zegen zijn.

Zou je daar niet naar verlangen? Dat je zo in je leven, gezin en werk gezegend wordt door de Here? Als je dat nou niet hebt, gemeente, als de Here niet de liefde van je hart is, en je niet zo vol passie bent voor Hem? wat dan?

Dan moet je terug gaan naar het begin? Waar staat de ark in uw leven? Op zolder? In de schuur? Of in de woonkamer? Welke plaats heeft u de Heilige Geest gegeven om u te leiden, te vernieuwen? Welke plaats het Woord in uw leven? Komt u er aan toe om het zelf te lezen en tijd met de Here door te brengen? Het zou goed kunnen dat u keuzes moet maken.

Minder televisie. Minder programma’s die je van binnen vervuilen. Minder sociale media. Altijd maar online zijn en op anderen reageren. Andere keuzes op uw werk misschien of in de besteding van uw geld. Opnieuw kijken naar uw prioriteiten en uw agenda. U zelf afvragen: wat is eigenlijk bij mij de drive in mijn leven, waar ga ik voor? Laat die vraag eens met u meegaan in het nieuwe seizoen.

Als je bij jezelf tot de conclusie komt, ja, eerlijk gezien, moet het anders. Misschien dat de Here vanmorgen wel op de deur van uw of jouw hart klopte. Ga dan op de knieën en verootmoedig je voor God. Vader ik heb u niet de plek gegeven die u toekwam. Wil het mij vergeven en neem de plek die u toekomt in mijn hart. Weet u, Ik kan één ding u beloven. Wie de Here zoekt, zal zijn zegen ontvangen.

Dat ondervond ook de Russische schrijfster Tatiana Goritcheva. Ze was atheïst, geloofde niet in God. Ze vertelt in de krant hoe zij omging met haar negatieve gevoelens als haat en prikkelbaarheid. Zij deed aan yogaoefeningen en gebruikte daarbij mantra’s, spreuken die ze steeds herhaalde. Het idee is dat daar dan kracht van uitgaat. Ze had een yogaboek met teksten. Daar stond ook een christelijk gebed in dat als mantra werd voorgesteld, het Onze Vader. Die tekst die voor haar totaal onbekend was, gebruikte ze een keer als mantra. Over wat er toen met haar gebeurde, schrijft ze: ‘Tot op dat moment had ik nog nooit gebeden en ik kende geen enkel gebed. Ik begon het als mantra zonder expressie en automatisch in stilte op te zeggen. Ik herhaalde het ongeveer zes keer en toen werd ik als het ware binnenstebuiten gekeerd. Ik begreep – niet met mijn belachelijke verstand, maar met mijn hele wezen – dat Hij bestaat, Hij, de levende. Op dat ogenblik veranderde alles in mij.’

Het Onze Vader is een bijzonder gebed. Want het begint bij God: Uw Naam, Uw Wil, Uw Koninkrijk. Wie bij God begint, wordt altijd gezegend! Bescherming, genade en vrede. Geen makkelijk leven misschien. Maar de grootste zegen is dat Hij bij je is.

Amen.