Samen bouwen in Gods Koninkrijk!

Schriftlezing: Nehemia 3
Datum: 22 juli 2018
Download PDF


1. Een saaie lijst?

Wat dacht u toen we aan het hoofdstuk begonnen? Moeten we dat hele hoofdstuk echt doorlezen? Al die namen en feiten. Als je aan tafel uit de Bijbel leest, sla je zulke stukken meestal over. De namen zeggen ons vaak niet zoveel. De feiten ook niet. Wat moeten we daar nu mee?

Ja, dat is een goede vraag. Zo’n namenlijst zegt je pas wat, als je er zelf mee te maken hebt. Je gaat naar een nieuwe school, je krijgt de envelop met namen van de klassen, en je kijkt gelijk wie er bij jou in de klas zitten. Dan is een lijst met namen opeens wel interessant. Of je wilt iemand bellen, en dan opeens is een telefoonboek wel handig. Of als er mensen in je bedrijf ontslagen moeten worden, en er komt een lijst met namen van mensen die weg moeten, dan wordt alles anders. Heb je er niet mee te maken, dan zegt zo’n lijst je niets. Maar als je er werkt, dan wel. Of denk eens aan een monument met slachtoffers van de 2e WO, de namen van mensen die weggevoerd zijn. Als daar een familielid tussen staat, dan wint zo’n lijst aan betekenis.

2. Een interessante lijst!

Ik denk, dat dit ook voor de mensen in Israël zo geweest moet zijn. Dat ze later tegen elkaar zeiden: kijk hier staat de naam van mijn opa, of mijn overgrootvader, die heeft nog meegebouwd aan de herbouw van de muur. Ik was eens ergens in een kerk, die gerestaureerd was, en toen zij iemand tegen me: kijk die balken, die heeft mijn opa nog mee helpen plaatsen.

Als we die lijst vanmorgen samen bestuderen, dan blijken er toch wel een paar interessante dingen in te staan. Niet zonder reden heeft Nehemia natuurlijk deze lijst in zijn boek opgenomen. Een paar dingen vallen op als we naar de lijst kijken. Ik noem er vier.

3. Start bij de schaapspoort

Nehemia laat het werk aan de herbouw van de muur beginnen bij de schaapspoort. Zo lezen we in vers 1. Waarom doet hij dat? Nou om dat te kunnen begrijpen, moeten we even letter op de namen die de poorten hebben. Dat was u al opgevallen. Je hebt de Vispoort. Deze poort was de plaats waar vis werd verkocht. Dat kwam van de kust, en werd hier verhandeld. De Dalpoort, was de poort waardoor je naar het achterliggende dal van Hinnom kon gaan. DePaardenpoort. Dit was de plek waar de paarden van het leger onderdak hadden en werden verzorgd. Het volkIsraël gebruiktehet paard niet als lastdier, maar voor de strijd. Even omhoog is daar de Oostpoort. Dat is de poort die uitkijkt op de olijfberg. Door deze poort zal de Messias de stad binnen komen, als hij terugkomt.

En dan isdaarboven de Schaapspoort.Daar begint volgens Neh. 3 de herbouw. We lezen in vers 1: ‘Toen stonden Eljasib, de hogepriester, en zijn broeders, de priesters, op en herbouwden de Schaapspoort. Zij heiligden die en plaatsten de deuren ervan’. De is een bijzondere poort. De naam zegt het al. Door deze poort werden de schapen de stad binnengebracht die nodig waren voor de offer. Bij de poort van de stad konden Israëlieten dieren kopen voor het brengen van een offer. In het bijzonder schapen, rammen en lammeren. In de heuvel rond Jeruzalem, waren veel herders. Denk maar aan de tijd dat de Here Jezus geboren werd. Toen hielden de herders de nachtwacht over hun kudden. Deze herders waren ingehuurd door rijke mensen en soms ook door priesters, om voor de schapen en lammeren te zorgen, die in de offerdienst werden gebruikt. Elke morgen en avond werd er het standaard-offer gebracht voor de koning en het volk. Verder werden er allerlei andere offers gebracht. Schuldoffer, als iemand een bepaalde zonde wilde belijden. Dankoffer, als iemand de Here wilde dank voor de geboorte van een kind of een goede oogst. Dus: als je een offer wilde brengen aan God, dan moest je met je offerdier door de schaapspoort naar binnen of bij die poort een offerdier kopen. Vandaar de naam: Schaapspoort. De dieren waren nodig voor verzoening met God. Om de aanwezigheid van de heilige God temidden van een zondig volk mogelijk te maken. Schapen voor de offerdienst. Maar er gebeurde meer bij de tempel. Daar werd Gods lof gezongen. Daar vond onderwijs plaats. Daar zegenden de priesters het volk. Daar leerden zij aan het volk Gods geboden.

Dus de Schaapspoort heeft een belangrijke functie. Je ziet dat ook, want het is de enige poort die geheiligd wordt. Er vindt een speciale ceremonie plaats bij deze poort. Ze zingen en bidden, en wijden deze poort aan de dienst van God.

Wat betekent dat? Ik denk dit: dat als het gaat om werken in Gods Koninkrijk, er dingen zijn, die bovenaan de lijst moeten staan. Die prioriteit hebben. De Schaapspoort, de toegang tot de tempel, de offers, en daar doorheen de omgang met de Here, dat moet de kern. In al het opbouwwerk in de gemeente, dan gaat het allereerst om de levende omgang met de Here. Dat is het hart. Dat moet geheiligd worden. Apart gezet in ons dagelijkse leven. In zekere zin herinnert de Schaapspoort ons aan de Here Jezus. Hij is daar geweest. Op Golgotha heeft Zijn kruis gestaan. Daar heeft zijn bloed gevloeid. Hij heeft in Jeruzalem en buiten de stad geleden. Wie in Hem gelooft zal niet verloren gaan, maar mag het eeuwige leven hebben. Dat is het hart. Leven we daar uit gemeente? Is dat het fundament van ons leven? Vanuit de omgang met de Here Jezus komen alle andere dingen op de juiste plaats. Dan zal ons leven zich afspelen onder de rook van de tempel. Getekend door liefde van Jezus en de vrede met God!

4. Verschillende bouwers

Het tweede wat opvalt als we naar de lijst kijken, is dat heel veel verschillende mensen meedoen met de herbouw.

In vers 1 lazen we al van de hogepriester en de priesters. In vers 26 horen we over de tempeldienaars, de Levieten (vs. 26). Zij steken ook de handen uit de mouwen. Als het gaat om de zaak van God, dan mag geen werk ons te vuil of te min zijn. Verder lezen we over mensen uit Jeruzalem, en uit de omliggende plaatsen zoals Jericho, Gibeon, Mizpa, Tekoa (de plaats waar de profeet Amos vandaan kwam). Maar als we wat meer naar de details kijken, dan ontdekken we een paar interessante dingen.

Vers 8: Uzziël wordt genoemd. Een edelsmid. Het bouwen van een muur, is toch iets heel anders dan met veel precisie een sierraad te maken. Een edelsteen is echt iets anders dan een gehouwen steen voor de muur. En Hananja, een zalfbereider, een apotheker zouden wij zeggen. Medicijnen maken en zalf bereiden is andere kost dan muren bouwen. Maar ze zijn er. Misschien hebben ze het wel gemerkt in hun portemonnee. Want wie past er op de winkel, als wij aan het werk zijn? Hoe moet dat als iemand plotseling medicijnen nodig heeft? Maar ze zijn er. De liefde tot God gaf de doorslag.

Vers 12: Sallum, werkt aan de muur, en dat doet hij samen met zijn dochters. Het zijn niet alleen mannen, maar ook vrouwen doen volop mee. Zij dienen ook in het Koninkrijk van God. Op de plaats die hun toegewezen is. In de oudoosterse cultuur staan vrouwen toch op de tweede plaats. Bij een zwangerschap gaat het eerste verlangen toch uit naar een zoon. Hier krijgen de dochters van Sallum een eervolle vermelding. De Here God waardeert het werk dat zij doen voor Zijn Koninkrijk. Het wordt niet vergeten.

Ook jongelui doen mee. Vers 30: Hanun de zesde zoon van Zalaf doet ook mee met zijn vader. Hanun was de enige zoon uit het gezin, die mee deed. Ook zijn naam wordt genoemd. Misschien ben jij ook wel de enige uit een gezin, die gelooft. Houd vol. En schep vreugde in de dienst van God.

Zo zijn er dus heel veel verschillende mensen die mee doen in de herbouw. Mensen van allerlei rangen en standen: geestelijken, goudsmeden, apothekers, handelaars, vrouwen en zelfs mannen uit Jericho, Tekoa en andere plaatsen. Rijke mensen, met een eigen zaak. En andere mensen. Jongeren en ouderen. Ze werken allemaal mee, ieder met zijn gaven. Niemand is voor het werk ongeschikt. De Here God kan iedereen gebruiken.

Ook dit is voor ons als gemeente belangrijk. In het NT wordt de gemeente vergelijken met een bouwwerk. Gods bouwwerk zijt gij, zegt Paulus tegen de gemeente van Korinthe (1 Kor. 3:9). En Petrus heeft het over je laten gebruiken in dat bouwwerk, als levende stenen. Met andere woorden: De Here God bouwt zijn Koninkrijk. Het fundament is gelegd. Dat is het werk van de Here Jezus. Zijn offer aan het kruis en zijn opstanding uit de dood. Door mensen op de Here Jezus te betrekken, breidt dat Koninkrijk zich uit. Bouwen betekent in dit verband: je door God laten inschakelen. Je steentje bijdragen. De gaven die jij hebt, inzetten voor God.

Daar moeten we als gemeente dus wat mee doen. Concreet: kennen we elkaars gaven? Zijn we beschikbaar? Als ambtsdrager: kennen we de mensen, zien we er op toe dat iedereen een plekje heeft? Rusten we ze toe voor de taak die iedereen heeft? Want bouwen in het Koninkrijk van God, dat is niet alleen kerkenwerk. Nee, het gaat erom dat wij de Here dienen, op de plek die Hij ons gegeven heeft: in het gezin, op school, op een vereniging, op je werk. Ik denk dat we dit nog weleens te weinig beseffen: dat het kerkenwerk geen doel op zich is, maar bedoeld is om ons te helpen geloven, en de Here Jezus in ons dagelijkse leven te volgen.

Dan komen we bij het derde punt: al deze mensen bouwen, maar hoe werken ze eigenlijk?

5. Hoe wordt er gewerkt?

Er is in het hoofdstuk één zinnetje, dat steeds terug komt. Vers 2: Daarnaast. Vers 4: Daarnaast. In het Hebreeuws staat er: en aan zijn hand, en aan hun hand. Als een refrein loopt dat door het hoofdstuk. Hand aan hand, zij aan zij, schouder aan schouder. Al die verschillende mensen werken samen. Een van hart en een van ziel. Wie zorgt voor die eenheid? Dat doet de Heilige Geest. Hij helpt de mensen om niet tegen elkaar, maarmet elkaarte werken. Iedereen levert een bijdrage. Voegt zijn steentje in het grote geheel. Er is verschil, en dat mag ook.

In vers 14 lezen we van Malchia, die het werk in zijn eentje doet. Hij werkt zelfstandig. In vers 11 werkt iemand die ook Malchia heet samen met Hassub. Zij werken twee aan twee. Die ruimte is er in het Koninkrijk. Maar ook hier is niet alles goud wat er blinkt. In vers 5 lezen dat de vooraanstaanden uit Tekoa hun schouders niet onder het werk willen zetten. Ze hebben er geen zin in. Blijkbaar willen ze geen vuile handen maken. Er is in hun hart geen liefde en betrokkenheid op de dienst aan de Here. Ook dat is helaas realiteit. Gelukkig zijn er ook positieve uitzonderingen. Er zijn mensen die twee stukken (percelen) voor hun rekening nemen. Vers 20: Baruch die vol ijver een tweede gedeelte herstelt. En uit hetzelfde Tekoa zijn er anderen die ook een tweede stuk doen, vers 27.

Er is nog iets dat opvalt. Er is een tweede zinnetjedat vaker voorkomt. Naast ‘hand aan hand’, ook dit zinnetje: ‘tegenover of naast zijn huis’ (vers 10, 23, 28,29). Mensen bouwen in buurt van of dichtbij hun eigen huis. Ook dat is een belangrijk gegeven. Dat je werkt aan bescherming van je huis en gezin. Precies daar waar de bres is of de muur zwak. Is dat ook niet een groot gevaar. Als je ambtsdrager bent, of heel erg druk in de kerk, altijd op pad, vergaderingen, weg voor je werk, dat je vergeet te bouwen aan bescherming voor je gezin. Dat je zo druk bent met de zaak, dat je kinderen je niet of nauwelijks zien. Dat is een gevaar. Daar moeten we op letten. Niet voor niets roept het Woord ons op om waakzaam te zijn. De tegenstander van God weet de bressen te vinden, en als je altijd afwezig bent, loopt je gezin risico.

Dus bouwen in en voor het Koninkrijk van God is heel belangrijk. Om dat samen te doen. Schouder aan schouder. Onderlinge verdeeldheid verzwakt de gemeente, maar liefde bindt samen. Zo moeten we als ouders werken aan de muur om ons gezin. Als leerkrachten op school. En samen werken voor de muur om de gemeente.

En zo komen we bij het laatste punt: wat is het doel?

6. Het doel van de herbouw

Waarom is het bouwen aan de muur zo belangrijk? Misschien wordt dat duidelijk als we even de lijn van Nehemia oppakken, en ook een beetje van Ezra. Het volk is in verschillende perioden teruggekeerd. Men is toen met het herstelwerk begonnen. Eerst werd het altaar gerestaureerd, toen de tempel en vervolgens de muren. Een drievoudig herstel: altaar – tempel – muren. Het altaar staat voor de gemeenschap met God. De verzoening voor herstel van de relatie. Het is de plek om God te ontmoeten. De omgang met God. Intimiteit.

De tempel is in de Bijbel een beeld voor de gemeente. Paulus noemt haar een tempel, een woonplaats van de Heilige Geest. De plek waar mensen elkaar, maar bovenal de Here God ontmoeten.

De stad, dat is de plek waar gewoond wordt. Waar mensen leven, wonen en slapen. Een beeld van het alledaagse leven. En om die stad is er een muur. Een muur ter bescherming. En wat is de bedoeling ervan? Dat het leven binnen de stad plaats vindt onder de rook van de tempel. Waar je ook in Jeruzalem was, in de tijd, kon je altijd de tempel zien. Altijd werd je eraan herinnerd dat in het dagelijkse leven de levende omgang met God centraal moet staan. De dagen van de week, je dagelijkse werk doe je met zicht op de tempel en het altaar. Die muren moesten dat beschermen. Door de poorten kon je naar buiten, naar het leven in de wereld. Ook daar had je dingen te doen. Maar dat leven buiten, had een kern. Die kern heeft met de tempel en altaar te maken. Kortom: met de levende omgang met de Here God. Het opbouwwerk staat in dat kader. Die muur is bedoeld, om de dienst aan God te beschermen. Dat je op de Here gericht kon blijven, in alles wat je doet.

Nou, dat is voor ons ook belangrijk. Ook wij moeten bouwen. Ook wij moeten ervoor zorgen dat de omgang met de Here in het centrum blijft. Hoe kunnen we dat doen? Door ons steentje bij te dragen. Welke stenen? De steen van de liefde. De steen van gemeenschap en omzien naar elkaar. De steen van gebed om onze jongeren en kinderen. De steen van nederigheid en zelfverloochening. Van meeleven met elkaar en dienstbaarheid, van trouw zijn in de onderlinge samenkomsten.

Als die steentjes wil God gebruiken om zijn gemeente te bouwen, sterker te maken op het fundament dat gelegd is. Jezus Christus de hoeksteen. Wie op Hem bouwt zal niet beschaamd worden. Die mag weten, dat zijn werk, zijn steen niet te vergeefs is in de Here.

Gemeente, van zo’n lijst kun je toch heel wat leren. Nietwaar?!

Amen.