Niet in eigen kracht!

Met betoon van Geest en kracht
Niet in eigen kracht!
Loading
/
Schriftlezing: Filippenzen 4:10-23
Datum: 22 januari 2023
Download PDF


Met betoon van Geest en kracht
Niet in eigen kracht!



Loading





/

1. Ik red me wel …

Als ik een ding moet noemen wat ons als mensen typeert, dan denk ik aan dit zinnetje: ‘ik red me wel’. Hoe vaak hoor je dat niet als je mensen spreekt. Ze maken moeilijke dingen mee in hun gezin, in de relatie of op hun werk. Je vraagt er naar en je krijgt als antwoord: ‘maak je geen zorgen, ik red me wel’.

Dat is iets wat in onze samenleving steeds belangrijker wordt. We zijn op weg van een verzorgingsstaat (waar alles voor je geregeld werd) naar een participatiesamenleving (waar je geacht zelf vorm te geven aan je leven). Hoe vaak horen we niet van zelfredzaamheid, eigen regie en eigen verantwoordelijkheid. Dat is de norm waaraan iedereen in principe en naar vermogen moet willen voldoen. Of het nu is op het gebied van zorg, onderwijs of welzijn.

We leren onszelf te zien en ons leven vorm te geven als het resultaat van onze individuele keuzes. Wie zichzelf redt krijgt respect, wie afhankelijk is verliest het. En niet ‘mee-kunnen’ doen (om wat voor reden dan ook) wordt al gauw opgevat als ‘niet-willen’.

Hoe goed en belangrijk het ook is om eigen initiatief te steunen, om te doen aan empowerment, er is ook een gevaar. En dat gevaar is dat het gewicht van je leven op jezelf komt te liggen, dat afhankelijk zijn verkeerd is, dat je dan niet volwassen bent, er zelf niet genoeg aan doet. Maar niet kunnen is toch echt iets anders dan niet willen.

Zelfredzaamheid. Ik red me wel.

Dat zit diep in onze cultuur. Soms wordt dat ook door zangers haarfijn verwoord. De inmiddels overleden volkszanger Andre Hazes heeft een liedje met als titel ‘ik red me wel’. Hij zingt dat hij in de steek is gelaten door zijn vriendin. Ze is zomaar vertrokken, zonder iets te zeggen. Maar zegt hij dan: ‘Ik zet je uit m’n hoofd … Ik draag dit als ’n man … Ik maak er geen punt van. Ik red me wel. Ik red me wel’.

Zelfredzaamheid.

2. Zelfredzaamheid: iets van alle tijden

Met die term zitten we midden in de tijd van Paulus. In dit laatste hoofdstuk reageert de apostel namelijk op iets dat rondzong in de cultuur van die tijd. Dat levensgevoel laat zich samenvatten met het woord ‘autarkeia’. Paulus gebruikt dit woord namelijk in dit bijbelgedeelte. En ‘autarkeia’ duidt een houding aan waarin men geen ondersteuning van anderen vraagt of nodig heeft, maar zichzelf kan bedruipen. ‘Selfsufficient’ in het Engels. Zelfgenoegzaam of zelfredzaamheid.

Dat levensgevoel van ‘autarkeia’, van zelfredzaamheid zat in die tijd in de lucht. Het zal namelijk zo. Er waren twee stromingen in de filosofie van die dagen. De Epicureeërs en de Stoïcijnen.

De Epicureeërs waren er niet zeker van of er wel goden bestaan, maar als de goden bestaan, dan bemoeien ze zich niet met het leven op aarde. Wij mensen moet zelf wat van dit leven maken. Er zelf zin aan geven, en gewoon genieten van het hier en nu.

De Stoïcijnen legden net een ander accent. Ons woord stoïcijns komt daar vandaan. Onbewogen. De hemel en de aarde vormen één wereld, de dingen gaan zoals ze gaan, je kunt er niets aan veranderen. Je moet tevreden zijn met wat het lot je toebedeelt. Aanvaard wat naar je toekomt, laat je emoties er niet door bepalen. Wees tevreden met wat je hebt of met de situatie waarin je je bevindt.

In het dagelijkse leven van de mensen kwamen deze dingen samen in het begrip ‘autarkeia’, wees tevreden met wat je hebt (stoïcijnen) en maak er het beste van (epicureeërs).

Dit levensgevoel doet natuurlijk wel wat met je. Als je het maar vaak genoeg hoort, gaat het ongemerkt ook in je hoofd of hart zitten. Dat was toen zo. En dat is nog steeds zo.

En het doet niet alleen wat met je hoofd en hart, het heeft ook invloed op het geloof. Want als iedereen zegt dat je zelfredzaam moet zijn en zelf wat van het leven moet maken, dan is er natuurlijk niet veel ruimte voor God. Want om je relatie met de Heere te kunnen ontwikkelen, dan moet je van Hem afhankelijk zijn. Bereid zijn naar Hem te luisteren. Je aan Hem overgeven. Geloof heeft alles met overgave te maken, met de regie uit handen geven, God de koers laten bepalen. Dat schuurt en botst dus met het levensgevoel.

Met dat levensgevoel is Paulus in gesprek in dit laatste hoofdstuk. Ik denk dat hij van Epafroditus of van Timotheüs een en ander gehoord heeft over de gemeente van Filippi. In ieder geval genoeg om zich zorgen over te maken. Daarom besluit hij om aan het einde van de brief hierop in te gaan. Hij gebruikt dezelfde term als gangbaar was in die dagen. In vers 11: ‘ik heb geleerd tevreden te zijn in de omstandigheden waarin ik verkeer’. En dat woord ‘tevreden’ is het Griekse woord ‘autarkes’, dat afgeleid is van ‘autarkeia’. Als we het met tevreden vertalen, missen we eigenlijk het punt. ‘Autarkes’ houdt in dat Paulus genoegen neemt met de omstandigheden waarin hij leeft en dat hij geleerd heeft zichzelf te redden.

Dus: Paulus haakt in op het levensgevoel van die tijd, om zelf redzaam te zijn. Hij zegt: ik heb geleerd zelfredzaam te zijn. En de mensen denken: ja, dat zeggen de rondtrekkende predikers ook; dat zijn de stemmen die we horen. Amen Paulus.

Maar dan komt het: Paulus geeft aan dit begrip een heel andere invulling.

3. Zelfredzaamheid volgens het evangelie

Zelfredzaamheid heeft voor Paulus alles te maken met de Heere Jezus. Het geheim van zijn leven, van zijn zelfredzaamheid, verwoord hij in vers 13: ‘alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, die mij kracht geeft’. Het geheim van zijn leven, dat hij in allerlei omstandigheden, staande kon blijven, heeft alles te maken met Christus.

Ongetwijfeld zagen de mensen Paulus als een enorme doordouwer. Hij bereikte in korte tijd meer dan de meeste mensen in een heel leven. De periode waarin hij al die brieven schreef, duurde niet langer dan 10 jaar. Hij heeft moeilijkheden en gevaren meegemaakt die de meeste mensen zich niet eens kunnen voorstellen. Maar te midden van dat alles klinkt tot op de dag van vandaag zijn getuigenis: ‘alle dingen zijn mij mogelijk door Christus die mij kracht geeft’.

Laten we even bij deze tekst stil staan. Een paar opmerkingen daarover.

a. Alle dingen.

Er is een gevaar om deze tekst los te maken van de context. Als een soort algemene waarheid. Wat ik ook maar wil of ga doen, ik kan het, omdat Christus mij hiervoor kracht geeft. Dan neem je deze woorden als een soort belofte voor het uitvoeren van je eigen plannen en verlangens. Maar dat bedoelt Paulus niet. Hij zegt dit in een heel speciale context. Het gaat in deze verzen over zijn dagelijkse wandel met Christus. Als apostel was hij geroepen om de Heere te dienen. Waar God hem wilde hebben, daar ging Paulus naartoe. Dat was vaak niet gemakkelijk. Hij heeft veel meegemaakt. Tegenslagen. Afwijzing. Vervolging. Dagen zonder slaap of zonder eten. Het leven in de navolging van Jezus was geen makkelijk avontuur. Er waren tijden dat hij zelf niet veel kon werken. Dat had hij weinig inkomsten. Dan moest de broekriem was strakker. Dan leed hij honger en was er gebrek. Er waren tijden dat dit wel kon. Of situaties waarin mensen naar hem omzagen. Als apostel was hij afhankelijk van de giften van andere. Welgestelde mensen als Lydia. Soms hele gemeentes als Filippi. Zij ondersteunden hem.

Nu zit hij in de gevangenis en is hij helemaal afhankelijk van giften. Gevangenen in de Romeinse wereld waren voor hun levensbehoeften afhankelijk van familie en vrienden. Dit gold niet alleen voor zaken als boekrollen of schrijfmateriaal, maar ook voor eerste levensbehoeften als voedsel en kleding. In dit gedeelte dankt hij de gemeente van Filippi uitvoerig. Ze wilden hem helpen, maar door de afstand was dit lastig, maar uiteindelijk slaagde Epafroditus er in om te komen. Hij bracht spullen mee en geld. Nu heeft de apostel weer genoeg. Hij is er de gemeente dankbaar voor. Meer nog dan de materiële spullen, hij is vooral dankbaar voor de gezindheid erachter. Ze zijn oprecht bewogen en betrokken, zoals het christenen betaamt. Hij dankt God ervoor. Hij is er ook van overtuigd dat Hij het zal compenseren. Vanuit Zijn overvloed – vers 19 – zal God hen voorzien van wat ze nodig hebben.

‘Alle dingen’ heeft dus betrekking op het leven uit het geloof, dat je de Heere Jezus dient, en met Hem leeft, elke dag. En als er dan dingen gebeuren, dan mag je weten dat Christus je niet loslaat, je leven in Zijn hand neemt en houdt, en je kracht geeft om het vol te houden, om het aan te kunnen.

‘Alle dingen’ is dus geen vrijbrief voor al onze plannen, maar gaat het leven in het geloof en wat daarin naar je toekomt, in vreugde, maar vooral ook in verdriet en moeilijke omstandigheden. Dat gaat over het feit dat je er alleen voor staat. Over die moeilijke dingen in je relatie of huwelijk. Over je werk. De beperkingen met school of je studie. Als je leeft met Christus, zal Hij je geven wat je nodig hebt. Als manna. Genoeg voor een dag om het morgen weer opnieuw uit Zijn hand te ontvangen.

b. Die mij kracht geeft.

Paulus kan de dingen aan dankzij de krachtbron die Christus voor hem is. Het geheim van zijn zelfredzaamheid ligt buiten hemzelf. Er is iemand die hem altijd kracht geeft. Weet u wat ik het mooie van deze uitdrukking vindt. Het is een tegenwoordig deelwoord: ‘mij kracht gevende’. Dat duidt op iets voortdurends. Steeds maar weer. Doordat God steeds maar weer, elke dag opnieuw Paulus kracht gaf of aanvulde wat ontbrak, kon hij staande blijven. Niet hoogmoedig of onafhankelijk worden wanneer alles goed ging. Niet wanhopig wanneer er tegenslagen kwamen. Paulus is sterk door Degene aan wie hij zich vastklemt. Hij is rijk door Degene die hem van al het nodig voorziet.

Dat we als gelovigen zo aangewezen zijn op de kracht van God, zegt natuurlijk ook iets over ons. Namelijk, dat wij zwak zijn uit onszelf. Dat wij die kracht ook nodig hebben. Het omhelst de erkenning dat wij het niet kunnen zonder de hulp van God.

Een christen zegt niet zomaar: ‘maak je geen zorgen, ik red me wel’. Nee, een gelovige belijdt zijn of haar afhankelijkheid: ‘dank voor je meeleven (dat is altijd belangrijk), maak je geen zorgen, de Heere Jezus houdt mij staande’. Want als het er op aankomt, zijn wij heel kwetsbare mensen. Ik kwam van de week iemand tegen, we raakten even aan de praat, en een van de dingen die ze zei: ‘ik heb in deze tijd van corona weer opnieuw beseft, hoe kwetsbaar we zijn’. Er hoeft maar iets te gebeuren of we zijn er niet meer, of de moed zakt ons in de schoenen, of we zien er geen gat in. Maar ook dan, we hoeven niet te wanhopen, Christus weet ons te vinden, met Zijn sterke handen en Zijn kracht richt ons op.

Soms denk ik dat het goed zou zijn, als we naar elkaar in de gemeente, eerlijker of opener zouden zijn over hoe het echt met ons gaat. Soms spelen we mooi weer. Aan de voorkant ziet alles er spik en span uit, maar wat wordt er soms achter de gevel geleden, is er verdriet, worstelen we ons alleen door het leven, omdat we niet kwetsbaar durven te zijn, of omdat we aan elkaar voorbij leven.

Maar hoe kwetsbaarder we zijn, hoe meer Christus aan ons kwijt kan. Hoe opener mijn hart is voor Hem, hoe meer ik van Hem kan ontvangen. Paulus schaamt zich er niet voor, om dat te belijden, ik kan het aan alleen door Christus die mij kracht geeft. Laten wij ons ook maar niet schamen voor onze zwakheid.

c. Door Christus.

Dan nog een punt. Misschien wel het belangrijkste. ‘Door Christus’ staat in de tekst. Maar dat is niet goed vertaald. Dat is veel te instrumenteel. Alsof Christus een middel is waardoor ik die kracht kan krijgen. Het gaat mij om de kracht en die krijg ik via Christus. Dat is niet de juiste focus. Er staat niet ‘door’ in het Grieks maar ‘in’. Letterlijk eigenlijk ‘in Hem’. Sommige handschriften hebben ‘in Christus’. Dat is inderdaad bedoeld. Maar Het gaat om dat kleine woordje ‘in’. ‘In Hem’ zijn, dat is de rode draad van de theologie van Paulus. Door het geloof zijn we in Christus. Zo hecht met Hem verbonden als Jezus zegt in Johannes 15: als een rank geplant in de wijnstok. Christus is meer dan een middel. Een gelovige leeft in nauwe verbondenheid met zijn Heiland.

Wat betekent dat dus? Dat Paulus leeft vanuit die verbondenheid met Jezus. Jezus is bij hem elke dag. Dat schreef hij ook in vers 5: de Heere is nabij. Dat is wat de apostel weet en gelooft. En dat moeten de Filippenzen en wij in Gouda dus ook weten. Wie gelooft is niet alleen. Die raakt zo verbonden met Christus, dat waar Hij is ik ben, en waar ik ben Hij is. Zoals dat prachtige lied ‘Ik zal er zijn’ zegt van Sela. Waar ik ben bent u, wat een kostbaar geheim. Paulus wist: niet ik leef, maar Christus leeft in mij. Hoe kan dat? Christus is in de hemel, zegt u. Ja dat klopt, maar Hij heeft de parakletos naar ons gestuurd. Zijn plaatsvervanger. De heilige Geest. Die woont in ons en is bij ons en werkt boven bidden en denken uit. Zodat vanaf het moment van tot geloof komen geldt: God is bij mij, want Hij woont in mij door de Geest. Iets daarvan zagen we al in Psalm 18. Met mijn God spring ik over een muur. Alle dingen zijn mij mogelijk in Hem die mij kracht geeft.

Ja, dan is het zaak dat je met Christus verbonden bent. Deze tijd van corona zegt alles op scherp. Zonder Christus redden we het niet. Dan gaan we verloren. Zoek Hem, als je Hem nog niet ken. Geef je aan Hem gewonnen, als je die stap nog niet hebt gezet. Hij wacht alleen nog maar tot je komt.

4. Als bemoediging.

Ik rond af. Broeders en zusters neem deze tekst mee als een bemoediging. Schrijf hem op een kaartje. Onderstreep hem in uw bijbel. Zet daar de datum van vandaag bij. Dat is wat God tegen u en jou zegt vanmorgen: alle dingen kan ik aan (zijn mij mogelijk) in Christus die mij kracht geeft!

Het gaat misschien goed met u of jou. Wees er dankbaar voor. Het kan ook zomaar veranderen. Misschien geldt voor u of jou wel dat het leven in deze tijd je niet gemakkelijk afgaat. Je ervaart eenzaamheid. Je draagt alleen zorg voor je gezin. Gebrokenheid. Er zijn misschien momenten dat je geen enkele kracht meer hebt. Of dat de moed je in de schoenen zinkt. Weet dan van deze belofte.

Wie met Christus verbonden is door het geloof, wordt door Hem vastgehouden, die wordt dagelijks van Zijn kracht voorzien. Voor al die dingen die op je pad komen in het leven uit het geloof.

Je hoeft je niet sterker voor te doen dan je bent. Dat geef niet. Als je zwak bent, kan God meer aan je kwijt.

Ik moet denken aan dat lied ‘You raise me up’.

‘Wanneer ik moe, verwond, verward, vol vragen, al tastend ronddool door een bange nacht, dan weet ik: eens, eens zal de morgen dagen! U tilt me op en U vernieuwt mijn kracht.’ Amen.