Vraag gerust!

Schriftlezing: Lucas 11:1-13
Datum: 11 maart 2020
Download PDF


1 Inleiding

Eva’s papa heeft zijn kantoor aan huis. Hij is makelaar en helpt mensen bij het vinden van een huis. Op een dag zegt haar papa tegen Eva: ‘Vanmiddag heb ik een belangrijke vergadering op mijn werkkamer. Ik weet niet hoe lang dat duurt, maar je kunt me niet zomaar storen.’ Mama is weg en Eva is alleen thuis. Dan gaat de bel. De buurjongen, Tom, staat voor de deur: ‘Eva’, zegt hij, ‘We zijn aan het voetballen, maar de bal is in jullie dakgoot gekomen. Mogen we die terug?’ Eva hoort het. Wat moet ze nu doen? (De dakgoot is op de 2e verdieping, en je kunt de bal alleen maar pakken met een lange ladder. Dit kan alleen papa doen – maar die heeft een vergadering). Zal ze het hem toch vragen? Het kan eigenlijk niet, maar ja Tom wil wel heel graag zijn bal terug om lekker te kunt voetballen. Kán ze het aan papa vragen? Eva kent haar vader: als het nodig is, zal hij zeker helpen. Voorzichtig klopt ze aan. En ja hoor, papa wil helpen. Haar vader laat het bezoek even alleen, haalt de bal van het dak, hij maakt hem nog even schoon en geeft de bal dan aan Tom.

Wat fijn dat ze altijd bij haar vader terechtkan en dat hij graag wil helpen!

2 Brug naar bijbelgedeelte

In de Bijbel vertelt de Here Jezus ook verhalen over mensen die iets willen vragen. Die verhalen noem je gelijkenissen. Een kort verhaal met een duidelijke boodschap. Vanmiddag gaan die verhalen van Jezus over bidden. Nou dat komt goed uit, vandaag is het biddag. We zijn hier in de kerk om samen te bidden. Te bidden voor onszelf, voor mensen om ons heen, voor mensen die het moeilijk hebben.

Bidden is belangrijk. Dat weten jullie wel. God wil dat wij elke dag bidden. Bidden is praten met God. Maar hoe doe je dat? Wat is een goed gebed? En welke dingen mogen wij vragen aan God? Alles of alleen dingen die God belangrijk vindt?

Wie van jullie vind bidden best wel eens moeilijk? Wie van jullie kan er heel goed bidden? Jij? Of je papa en mama?

Weet je, als er iemand is die goed kan bidden, die precies weet hoe het moet, dan is dat de Here Jezus. Niemand kan zo goed bidden als Hij!

Op een dag komen de leerlingen naar Jezus toe. Meester, zeggen ze, wij willen eigenlijk net zo goed kunnen bidden als u. Net zo goed bidden als Jezus? Wie wil dan niet! Dat willen we toch allemaal?! Wilt u ons dat leren, vragen ze. Ja, als je dat aan Jezus vraagt, dan wil Hij dat zeker doen. Natuurlijk wil Hij ons allemaal leren hoe we moeten bidden.

Wat leert de Here Jezus zijn leerlingen dan? Drie dingen om precies te zijn. Drie dingen moeten we heel goed onthouden.

3 Voorbeeldgebed (a)

Het eerste wat Jezus doen, is dat Hij zijn leerlingen een voorbeeldgebed geeft. Jullie weten wel wat een voorbeeld is, he?! Een voorbeeldtekening hoe je moet tekenen. Een plaatje van lego hoe je een auto moet bouwen.

Jezus geeft een gebed als voorbeeld. Het is een bekend gebed. Helemaal naar de wil van God. Dat gebed kennen wij als het ‘Onze Vader’.

Het bijzondere van dit gebed is, dat het niet begint met wat wij allemaal nodig hebben. Jezus leert ons niet om zomaar bij God binnen te lopen en te zeggen: ‘wilt u mij alstublieft dit geven’. Nee, eerst gaat het over God. Over hoe belangrijk Hij is: Zijn eer, Zijn wil, Zijn Koninkrijk. Dat mensen eerbied hebben voor Hem. Dat mensen naar Hem luisteren en Zijn wil doen. Dat de dingen op aarde steeds meer lijken op de dingen in de hemel. Zoals in de hemel zo ook op aarde.

Die machtige God in de hemel, zegt Jezus, dat is onze Vader. Zo mogen we dus bidden. Here, u bent onze Vader. U bent machtig en goed. Wij loven u.

Daarna komen al die andere dingen. Eten en drinken, die zijn ook belangrijk voor Jezus, net als vergeving van zonden en bescherming.

Vandaag op deze biddag, staan we vooral stil bij het zinnetje uit het ‘Onze Vader’: geef ons ‘elke dag ons dagelijks brood’.

Brood, dat kennen we wel.

[brood als voorwerp even pakken]

Wat zou de Here Jezus daarmee bedoelen? Zou Hij denken alleen denken aan het brood dat wij elke dag eten? Of ook nog aan iets anders? Wat denk je?

Brood staat voor meer. Je mag bij brood denken aan alles wat je nodig hebt om goed (met God) te leven. Dat je papa/mama werk hebben; dat er dit seizoen weer genoeg eten zal groeien op het land; dat je gezond bent; dat het thuis en op school fijn is; dat je je veilig voelt; dat je werk op school lukt; dat je leuke vrienden hebt.

Weet je waar je ook aan mag denken? Aan de Here Jezus. De Here Jezus heet in de Bijbel het Brood des levens. Als je bidt: geef ons elke dag het brood dat wij nodig hebben, dan bidt je eigenlijk ook: Geef dat ik de Here Jezus beter leer kennen.

Dat mag je natuurlijk elke dag aan God vragen. Hij wil niets liever dan dat wij allemaal de Here Jezus leren kennen.

Nou dat is het eerste. Jezus geeft ons een voorbeeldgebed, dat we elke dag mogen bidden. Maar, er zijn nog twee dingen. Die maakt hij door kleine verhaaltjes duidelijk.

4. God luistert altijd naar ons gebed! (b)

Jezus maakt dat duidelijk met een kleine verhaaltje over die man die midden in de nacht bij een vriend aanbelt. Ik bezoek gekregen, maar ik heb niets in huis om aan mijn gast te geven. Nou, gastvrijheid in die tijd was heel belangrijk. Voor je gasten doe je alles.

[Chili: cola kopen, vlees halen, etc.]

Zelf als je daar midden in de nacht voor moet aanbellen. Dat deed je gewoon.

Nou zo is het ook bij de Heere God. Je mag altijd bij Hem aankloppen. Als je ‘s ochtends wakker wordt, als je het overdag moeilijk hebt, ja zelfs, als je ‘s nachts niet kunt slapen. Je mag altijd en overal met de Here God spreken. Er is geen tijdstip te gek om niet te bidden. Want God is een Vader bij wie je altijd terecht kunt, een Vader die altijd luistert.

Weet je, die vriend die midden in de nacht aanklopt en om brood vraagt, die vraagt het niet voor zichzelf. Maar voor iemand anders, die bij hem op bezoek is.

Bidden is dus ook dat je niet voor jezelf vraagt, maar voor andere mensen, die het nodig hebben. Misschien wel iemand bij jou in de klas, voor je juf of meester, iemand bij je op de club of uit de straat. Nou, dat doen wij dus ook op deze biddag. Wij bidden ook voor anderen, die dat nodig hebben. En dat mogen we doen, want Jezus vertelt ons, dat we bij God altijd mogen aankloppen.

En dan het derde. Zal God ons altijd geven wat we Hem vragen? Nou, dat hangt af van wat we Hem vragen.

Dat kun je je wel voorstellen, denk ik.

‘Mam, mag ik een zakje chips?’, vraagt Bram. ‘Nee lieverd’, zegt mama. ‘Je hebt net al een snoepje gekregen. Neem maar een boterham als je trek hebt!’

Zo geeft God als goede Vader niet altijd wat je vraagt, maar wel wat goed is. Dat is het derde.

5. God geeft ons alleen maar goede dingen (c)

Ook dat maakt Jezus ons duidelijk met een klein verhaaltje. Als je aan je papa om een brood vraagt, geeft hij dan een steen? Nee, toch zeker.

Als je vraagt om een een vis, geeft hij je toch geen slang? Of als je vraagt om een ei, dan legt hij toch zeker geen spin in je hand. Nee, dat zou wel een slechte vader zijn. Een vader en een moeder geven je alleen wat goed is voor je.

Zo is God dus ook. Wij mogen Hem alles vragen. Soms zijn dat dingen die goed zijn. Maar soms heeft Hij is beters om ons te geven.

Dat herkennen wij toch ook wel. ‘Dat heb jij toch ook wel eens? Dat je iets héél graag wilt hebben? Wat doe je dan? Je blijft steeds aan je ouders vragen of je het mag hebben. Maar papa en mama geven je niet altijd wat je hebben wilt, maar ze dóén vaak wel iets met wat je zegt!’

Zo is het bij de Here God ook. Jezus zegt: er is iets dat God altijd zal geven, en weet je dat is de Heilige Geest. De Heilige Geest is de Helper van God.

Hij komt ons helpen om vol te houden in het gebed. Hij helpt ons te bidden voor de juiste dingen. Hij geeft ons kracht en nog veel meer.

Stel je voor, dat je huiswerk mee naar huis gekregen hebt. En die ene som… daar kom je maar niet uit. Je mag van je vader of moeder wel even naar je vriend(in) bellen om te vragen of hij/zij je kan helpen. En stel je nu eens voor, dat je vriend(in) zegt: ‘Wacht maar, ik kom er nu aan! Dan help ik je met ál je sommen!’ Zou dat niet nóg mooier zijn?

Zo belooft de Heere God dat Hij zélf bij je wil komen met Zijn Heilige Geest om je te helpen met alles wat je nodig hebt! Zeker ook bij het bidden. Is dat niet bijzonder.

De heilige Geest kent het hart van God. Hij weet altijd wat belangrijk voor ons is.

Slot

Weet je nog wat de vader van Eva deed, toen ze op zijn deur klopte? Werd hij boos? Stuurde hij haar weg? Nee… Eva’s vader nam even de tijd om haar en de buurjongen te helpen. Hij deed zelfs meer dan dat: hij maakte ook de bal nog schoon.

God is een Vader die nog veel beter voor Zijn kinderen zorgt dan de vader van Eva dat deed. Hij luistert graag als je Hem iets wilt vragen of vertellen. En Hij wil je alles geven wat jij, of iemand anders voor wie je bidt, nodig hebt. Hij geeft altijd wat goed voor je is. En het allerliefste geeft Hij jou Zijn Heilige Geest: Hij wil zelf bij je zijn en elke dag samen met jou leven. Vraag God gerust álles wat je nodig hebt. Want Hij belooft: ‘Bid, en je zal gegeven worden’!

Amen.