Moed voor het nieuwe jaar!

Schriftlezing: Psalm 138
Datum: 31 december 2014
Download PDF


1. Balans opmaken.

Een goede gewoonte, als iemand bij ons te gast is, dat we aan het eind van de maaltijd vragen: heeft het u gesmaakt? Heeft u genoeg of wilt u nog een beetje?

Nu we op deze laatste dag van het jaar nog een keer samen als gemeente, willen we elkaar deze vraag ook stellen: hoe kijkt u terug op het jaar dat achter u ligt. Wat voor jaar is 2014 voor u geweest? Heeft het u gebracht wat u ervan verwachtte?

Winkels en bedrijven maken aan het eind van het jaar de balans op. Men kijkt wat het jaar hen feitelijk heeft gebracht. Hoe de omzet is geweest. Dat willen we vanavond ook samen doen. Vandaar die vraag: Hoe kijkt u terug op het jaar dat achter u lag? Wat was daarin de constante, de rode draad?

Ja, zegt iemand, voor mij is het een relatief goed jaar geweest. Ondanks de crisis, gingen de zaken best goed, of in ieder geval redelijk. Er waren voldoende orders. Er was werk te doen. Er was zelfs ruimte voor nieuwe dingen. Misschien ben je in het afgelopen jaar aan een nieuwe baan begonnen. Of gewoon dankbaar dat je weer een jaar hebt kunnen werken. Je denkt aan je gezin. De kinderen doen het goed op school. Je bent dankbaar dat het goed met ze gaat. Misschien ben jij zelf wel aan een nieuwe opleiding of studie begonnen. Je geniet van de dingen die op je af komen. Zo kan er van alles zijn, maar als je terugkijkt vandaag, dan is er reden tot dankbaarheid.

Maar het kan ook zijn, dat je minder positief gestemd bent. Je denkt aan het verdriet dat er het afgelopen jaar is geweest. Omdat een geliefde man of vrouw je ontvallen is. Het gemis was er, en soms ook eenzaamheid. En niet te vergeten de zorgen die er waren. Financieel. Of wat de gezondheid betreft. Tegenslagen op je werk of in je gezin. Teleurstellingen, pijnlijke dingen in je relatie misschien. Zorgen. Ook die zijn er volop geweest in het afgelopen jaar, en nog steeds.

Positieve dingen. Negatieve dingen. Het is er allebei geweest. Als we nu eens de balans zouden opmaken wat ons geloof betreft. Hoe is het afgelopen jaar dan voor ons geweest? Hebben wij de Here God beter leren kennen?Zijn we in dit jaar gegroeid in ons geloof? Meer afhankelijk geworden van de Here? Heeft 2014 u dichter gebracht bij de Here God? Of is het gewoon een jaar geweest als alle voorgaande jaren. Niets nieuws onder de zon.

Het is goed als wij elkaar die vraag stellen. Want als er wat het geloof betreft in het afgelopen jaar niet veel veranderd is, dan is 2014 eigenlijk een verloren jaar geweest. Dan heeft het onderwijs uit de Schrift u blijkbaar niet veel gebracht. In ieder geval niet meer aan de voeten van Jezus. Het is goed als we ook als christelijke gemeente terugkijken op het afgelopen jaar. Of de activiteiten die we organiseerden, alles wat we hebben gedaan, ons dichter bij God hebben gebracht. Alles wat daar niet aan bijdraagt, heeft eigenlijk niet aan zijn doel beantwoord. Dat kunnen we beter maar laten.

2. De balans van David.

Psalm 138 die vanavond centraal staat is – volgens het opschrift, en dat klopt aardig – een dankzegging voor verlossing. Hij dankt God heel concreet voor wat Hij voor David heeft gedaan. Je zou kunnen zeggen: in deze psalm maakt David ook een soort geestelijke balans op. Hij kijkt terug naar de hoogte- en dieptepunten van zijn leven en vraagt zich af hoe de Here daarin aanwezig was of daarop betrokken was. Als je goed kijkt naar de psalm zie je een soort driedeling. In de verzen 1-3 kijkt hij terug naar het verleden, met in 4-6 een oproep aan de koningen, in vers 7 gaat het over het heden, en in vers 8 kijkt David naar de toekomst. Verleden – heden – toekomst.

Laten wij vanavond samen met David de balans eens opmaken van het verleden – het heden – en van de toekomst.

2a. Verleden.

Psalm 138 is een dankpsalm. Als David terug kijkt, en de balans van de tijd die achter hem ligt opmaakt, dan vindt hij veel redenen om de Here God te loven. Hij zegt in vers 2: Ik zal u loven om uw goedertierenheid en waarheid. Die twee woorden: chesed en emet, komen heel vaak samen voor. Goedertierenheid, een ander woord hiervoor is goedheid. En bij waarheid moeten denken aan trouw, betrouwbaar zijn. Dat je doet wat je belooft. In de NBV zijn deze beide woorden vertaald met ‘liefde en trouw’.

David zegt: ik prijs de Here God om zijn liefde en trouw. Nu moeten we bij die woorden niet aan iets abstracts denken. Die liefde en trouw zijn heel concreet. Ik moet denken aan die bekend tekst van Johannes: God is liefde. Dat lijkt een algemene uitspraak. Maar dan gaat hij verder: hierin is die liefde geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft. De liefde blijkt in een concrete daad. Zo is dat hier in psalm 138 ook zo. Waar denkt David aan? Hij zegt het in vers 3. Op de dag dat ik riep, hebt u mij verhoord. David herinnert zich het nog als de dag van gisteren, dat hij in de nood van zijn leven riep tot God.

Riep, zegt David. Niet zomaar bidden, maar roepen. Roepen veronderstelt nood. Zorgen. In vers 7 heeft David het over benauwdheid, en over vijanden. Als David terug kijkt in zijn leven, dan is er heel wat aan de hand geweest. De strijd met Saul. Vijanden die hem als koning het leven moeilijk maakten. De affaire met Batseba en de nasleep daarvan. De problemen met zijn eigen kinderen. David werd geconfronteerd met zichzelf en met de gevolgen van zijn zonden. Als David terug kijkt op zijn bewogen leven, dan was er veel waarvoor hij zich moest schamen. Hij heeft daar verschillende psalmen aan gewijd.

En toch, was dat alles voor David niet de kern. Als David terug kijkt op zijn leven, dan ziet hij in al die dingen die er zijn gebeurd, een rode draad lopen. Dat is de draad van Gods trouw. Zoals hij dat zelf verwoordt in vers 3: Toen ik riep, hebt u mij geantwoord. U hebt mij gesterkt met kracht in mijn ziel. Ondanks zijn leven, de keuzes die David zonder God had gemaakt, en die hem geen vrede en vreugde brachten. Ondanks dat alles, had de Here God hem niet verlaten. Maar juist op die moeilijke momenten, laten zien, dat Hij er wel degelijk was.

Gemeente, als wij terugkijken op het afgelopen jaar, is dat ook niet wat wij in ons eigen leven waarnemen: dat God ons niet heeft los gelaten? Dat Hij een God was van nabij! Ook in die moeilijke en verdrietige dingen, heeft Hij zijn troost en nabijheid laten ervaren. Ik heb mij daar soms zo over verwonderd. In de ontmoetingen en gesprekken. Dat mensen zomaar vertelden, dat ze ’s nachts wanneer ze niet konden slapen, of overdag wanneer ze bezig waren, zomaar de nabijheid van de Here God ervoeren. Doordat een regel uit de psalmen bij ze boven kwam. Of een vers uit de Bijbel in gedachten kwam. Dat de Here God zomaar iets van zichzelf liet ervaren.

David doelt daar ook op in het slot van vers 2. Gij hebt vanwege uw naam, uw woord groot gemaakt. In de grondtekst staat daar een bijzonder woord, dat duidt op het persoonlijke spreken van de Here God. Vandaar dat andere vertalingen het vertalen met ‘belofte’ of ‘toezegging’. Zomaar op het moment dat David in de put zat of er niet uitkwam, kwam er een woord van God naar hem toe. En dat gaf hem richting. Dat versterkte hem. ‘Jij bent mijn koning! Ik heb je aangesteld’. Of weer een ander woord: ‘Mijn oog zal op je zijn. Ik zal je raad geven’. En dat is wat David zich het meest herinnerd, als hij terug kijkt: U was er en u hebt mijn roepen verhoord. Mij kracht gegeven.

Dat is ook de reden waarom de psalm met lofprijzing en dankzegging begint. Ik zal de Here loven met heel mijn hart. Dat is iets wat wij moeten vasthouden. Om de momenten dat wij de nabijheid van de Here mochten ervaren. Die keren dat wij zijn kracht of wijsheid ontvingen. Dat wij Hem daarvoor ook danken. En als het even kan: dat we dat doen in tegenwoordigheid van anderen. David prijst God in tegenwoordigheid van de goden (vers 2) en hij roept ook de koningen op de Here te loven (vers 4).

Allereerst de goden. Ik zal u loven met heel mijn hart in de tegenwoordigheid van de goden. In de berijming staat: in het midden van de goon. Maar als we het zo lezen, dan snappen we niet wat David doet. Letterlijk staat er: tegenover of tegen. Zo moeten we het lezen: tegen de goden in zal ik U psalmzingen. Daar zit een kritische toon achter. De goden vertegenwoordigen de verschillende godsdiensten van die tijd. Elk volk had zijn eigen goden. Tegen al die religies in zal ik de Here prijzen. Waarom? Omdat de God van Israël de enige God is die werkelijk hoort. De enige God die gebeden verhoord. De Enige God die in staat is te antwoorden en in te grijpen. Ook hierin zit een les voor ons. Wij leven in een multiculturele samenleving: onze stad is er vol van allerlei religies en levensovertuigingen, de ene nog exotischer dan de andere. Maar het beste getuigenis dat wij aan andere gelovigen kunnen geven is gebedsverhoring. Dat de God die wij mogen kennen en dienen. Een God is die gebeden verhoort. Ja, op Zijn tijd en wijze. Dat wel. Maar Hij is zoals een psalm zegt: een hoorder van het gebed. Toen ik tot u riep, hebt u mij verhoord’ u hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel!

Laten wij dat ook meenemen naar het volgende jaar. Misschien wel op de website zetten. Niet al onze activiteiten, dat wat wij allemaal organiseren. Maar het getuigenis van wat God onder ons doet. Dat Hij ook in dit jaar in ons midden aan het werk was. Dat Hij ons sterkte met Zijn kracht, ondersteunde met Zijn liefde. Dat we tegen elkaar ook zeggen: Hoor wat God mij deed ondervinden. Vertel het maar. Maak God maar groot. Hij is het waard.

En ook de koningen. Het is niet zo verwonderlijk, dat David in vers 4-6 verder kijkt, en de lijn doortrekt. Het is alsof hij denkt, wanneer andere koningen zullen doorkrijgen, wat ik heb mogen ervaren, dan zullen ze jaloers worden. Als ze in de gaten krijgen dat de Here God spreekt. Als ze oor krijgen voor de woorden van Zijn mond. David gaat er helemaal vanuit dat het getuigenis van wat God aan hem gedaan heeft, ook wat zal doen met de andere koningen.

Die verwachting mogen wij ook hebben. Als wij de woorden en daden van God mogen doorgeven. Als we heel eenvoudig vertellen, wat de Here in ons leven doet. Zelfs collega’s merken het op. Zoals een collega eens tegen iemand zei, die een ernstig verlies had geleden. Ik snap er niks van hoe je zo sterk kunt zijn. Het geloof moet voor jou wel een bron van kracht zijn. Zo is het. Wij zijn niet sterk uit onszelf. Wij hebben geen kracht. Wij wij hebben een God die Zijn kracht met ons deelt. Tenminste, wanneer wij hem daarom vragen. Dat laatste is wel belangrijk. Vaak zit het daar wel op vast. Dat geeft David in vers 6 ook aan. God ziet de nederige aan. De verhevene, de hoogmoedige, die denkt het zelf wel te kunnen, die kent Hij van verre. Daar gaat God liever niet mee om. Daar kan Hij zijn hart niet aan kwijt. Maar de nederigen, ziet Hij wel aan. De reformator Luther zegt hierover iets moois: God kan niet boven zichzelf kijken, maar alleen onder zich; hoe dieper iemand zich bevindt, des te beter God hem ziet!Hij ziet om naar nederigen. Nederigen van hart, dat wil zeggen: mensen die afhankelijk willen zijn, mensen die de Here om hulp vragen, mensen die geleerd hebben te roepen. Die zal God zeker verhoren. Roep mij aan in de benauwdheid en Ik zal je horen en uitredden.

2b. Het heden.

Nu komen we bij het tweede punt. Niet alleen van het verleden heeft David dingen geleerd. Maar ook in het heden is er een rode draad zichtbaar. Wij mensen dreigen dat nogal eens makkelijk te vergeten. Wanneer de moeilijkheden komen. Er zorgen zijn. Hoe vaak overkomt het ons niet, dat we verzuchten: Here, waar bent u nu? We voelen ons een speelbal op de golven. Voor een deel klopt dat ook. Zo kan het in je leven gaan. Alleen het is niet de hele waarheid. Het klopt, want Gods kinderen blijven moeilijkheden niet bespaart. Dat wil David in dit vers zeggen. Hij wandelt in benauwdheid. Er zijn vijanden. Met andere woorden: hij bevindt zich midden in een geestelijke strijd. Er is een tegenstander, die hem de vreugde van Gods nabijheid wil verstoren. Die hem de zegen van Gods woord wil afpakken. Die geestelijke strijd die blijft er. Ook al leef je dicht bij de Here God. Misschien juist dan wel, voel je de strijd het hevigst.

De strijd en moeiten zullen ook in 2015 niet ontbreken. Ze horen bij het leven van het geloof. Wie het met God waagt, zal altijd op tegenstand moeten rekenen. Ook in 2015 zullen we ons soms een speelbal voelen, die door de golven omhoog gegooid wordt. Maar, er is ook de andere kant. Er is Iemand die ons opvalt, als we naar beneden vallen! Wandel ik midden in de benauwdheid: gij maakt mij levend. Uw rechterhand behoudt mij. Dat is wat we in het geloof mogen weten. Wie door het geloof verbonden is met deze God, wordt door Hem in moeilijke tijden in leven gehouden. Hij trekt je door de moeilijke omstandigheden heen. Zoals een dichter zegt: maar de Heer zal uitkomst geven. De God die antwoordde in het verleden, is ook de God die ons staande houdt in het heden. Hij laat niet toe, dat Zijn kinderen overspoelt worden door de omstandigheden. Hij zal met de beproeving ook voor de uitkomst zorgen. Daar mag u op vertrouwen. U strekt u hand uit. Uw rechterhand verlost mij. Dat is die sterke hand van God, wie met Hem leeft – en ik hoop dat u en jij dat doet, en zo niet, je kunt er in het nieuwe jaar mee beginnen – die wordt door die hand vastgehouden. De Here laat niet los wat zijn hand is begonnen.

2c. De toekomst.

Zo komen we aan het einde van de psalm. David kijkt nog even vooruit in de toekomst. Hoe zal het jaar zijn dat ons te wachten staat. Zal de ene crisis de andere nog sneller opvolgen? Waarschijnlijk wel. Zullen er oorlogen zijn? Ja, steeds vaker zullen mensen elkaar naar het leven staan. 2015 zal ons wat dat betreft niet veel nieuws brengen. Ook in ons eigen leven zal er van alles gebeuren. David weet dat. Wij weten het ook. Toch eindigt David zijn danklied met een belijdenis: de Here zal het voor mij voleinden. Hij zal Zijn werk voor mij voltooien. Calvijn schrijft hierover: voleinden, dat is: de Here zal voortgaan met te tonen, dat Hij zorgt voor mijn heil, en dat hetgeen Hij heeft begonnen ten einde zal brengen. Zo is het bij David. Hij rekent erop dat Gods aard niet zal veranderen. God kan Zijn goedheid niet vergeten, zegt Calvijn, omdat Hij er geheel mee vervuld is.

Dat geeft moed voor de toekomst. God kan zijn goedheid niet laten varen, omdat ze eeuwig is. Ook als wij in het nieuwe jaar Hem teleur stellen, door onze keuzes. Of Hem door zonde verdriet doen. Dan hoeven wij toch niet aan zijn genade en vergeving te twijfelen. Ook in 2015 zal Zijn goedertierenheid de rode draad van ons leven zijn.

Ik ben niet bang voor wat komen gaat. U hopelijk ook niet. Ja, meer zelfs nog. Ik zie uit naar het jaar dat komt. Want ik hoop van harte dat we in 2015 de Here God nog beter zullen leren kennen. Dat wij met elkaar meer zicht krijgen op het Vaderhart van God.

3. Slot.

Ja, ik hoop dat 2015 voor ons allen een jaar zal zijn waarvan we zeggen: de Here zal Zijn werk voor mij, in mij en door mij voltooien. Dat betekent gemeente, dat het ook een jaar moet zijn van veel gebed. Daar eindigt David zijn lied mee: Here, laat niet los wat uw hand begon. Ik citeer nog een keer Calvijn: Wij moeten de toevlucht nemen tot het gebed, opdat onze traagheid de stroom van Gods genade niet tegenhoudt, die onophoudelijk stroomt, en welker bron onuitputtelijk is. Ik hoop en bid dat wij allemaal – jong en oud – in 2015 in die stroom zullen staan, uit die bron steeds meer zullen drinken. Dan zal 2015 voor ons een gezegend jaar zijn en zullen we aan het einde ervan veel reden hebben om de Here te danken en te loven. Amen.