(2) Geloven vandaag, van begin tot eind op God aangewezen!

Schriftlezing: Genesis 15:1-6 - Romeinen 10:13-17
Datum: 9 februari 2020
Download PDF


1. Inspirerend en schurend

Als het gaat om geloof en de kracht ervan, lees je soms bijzondere getuigenissen. Ze inspireren maar tegelijkertijd schuren ook.

Zo las ik over dominee Samuel Lamb. Een predikant uit China die in 2013 op 89-jarige leeftijd is overleden. Hij was predikant van een van huiskerken, in de stad Guangzhou. Meer dan twintig jaar heeft hij gevangen vanwege het geloof. Ds. Lamb weigerde zich met zijn gemeente bij de Driezelfkerk, de Chinese staatskerk, te aan te sluiten. Wekelijks komen er wel 4000 mensen samen om zijn diensten bij te wonen. Maar christen zijn en lid van een huiskerk is vragen om problemen. Deze kerken zijn officieel in China niet toegestaan. De gelovigen hebben te maken met pesterijen van de overheid, lokale autoriteiten vallen de samenkomsten van de gemeente bidden. Ze nemen kerkleiders mee voor verhoor, soms zitten ze vast zonder duidelijke reden. Bijbels worden in beslag genomen. Altijd zijn er wel problemen. De regering heeft namelijk besloten hard op te treden tegen deze – in hun ogen – illegale kerken.

Maar het verhaal gaat dat dominee Samuel Lamb voor al die moeilijke situaties een kort gebed had, wat hij altijd bad. Als er dan weer eens wat gebeurde, dan bad hij: ‘Heer, ik verheug me erop te zien hoe U dit gaat oplossen’. Een kort gebed. Maar wel een gebed vol geloof. Ds. Lamb vertrouwde zijn leven en dat van de gemeente toe aan de macht en de trouw van God. Wat is geloven eigenlijk anders dan vertrouwen? Vertrouwen op God!

Zulke getuigenissen zijn mooi. Echt. Maar ze schuren ook en roepen vragen op. Zou het hem altijd gelukt zijn om zo vol vertrouwen te reageren? Zou hij altijd zo vol zijn van geloof? Of heeft hij ook zijn moedeloze perioden gehad. Die jaren in de gevangenis die doen toch ook wat me je? Zal de twijfel niet eens hebben toegeslagen? Wat doe je als je het niet lukt om zo in geloof en vertrouwen te leven. Misschien herkennen we ons meer in worstelende mensen, die met vallen en opstaan, God proberen te dienen en Jezus trachten te volgen. Wanneer je mensen zet op een voetstuk, dan staan ze ook ver bij ons vandaan. Helpt dat dan? Of worden we er alleen maar moedelozer van?

2. Wat is geloof?

Vanavond gaat het over Abraham en over zijn geloof. We lazen in Genesis 15:6 dat van Abraham gezegd wordt: ‘en hij geloofde in de Heere’. Dat zinnetje staat centraal. Wat is daarmee gezegd? Stemde Abraham in met wat God zei? Nam hij de woorden van God voor waar aan? Of heeft geloven hier de notie van vertrouwen? Of van overgave? Welke betekenis heeft het ‘geloof’ hier?

Vroeger op catechisatie moest je leren dat er verschillende soorten geloof zijn. Misschien herkent u dan nog wel? Op de ouderenkring spraken we er deze week over. Verschillende ouderen konden zich de soorten van geloof nog wel herinneren. Ik bedoel deze: tijdgeloof, wondergeloof, historisch geloof en dan had je ook nog waar zaligmakend geloof. Dat laatste was dan het eigenlijke, waarom het gaat. Tijdgeloof: dat je voor een tijdje geloof hecht aan de beloften van God. Wondergeloof: dat je vooral wonderen van God verlangt (Jezus als degene die je problemen oplost), maar daarna ga je weer over tot orde van de dag. Historisch geloof: dat je de feiten van het geloof (dat God bestaat, Jezus dood en opstanding; of dat wat de kerk leert) aanvaardt, ermee instemt, zonder dat het persoonlijk waar voor je is. Waar zaligmakend geloof: dat is geloof dat door de Heilige Geest gewerkt is, waarin je Gods Woord betrouwbaar acht, je berouw hebt over je zonden, je de Heere hartelijke liefhebt, vergeving van zonden ontvangen hebt.

Zo’n onderscheid is bedoeld om mensen te helpen, maar in de praktijk is het vaak niet heel behulpzaam. Niet alleen omdat het vragen oproept, maar ook mensen soms ook terugwerpt op zichzelf. Dat ze bij zichzelf gaan onderzoeken, wat er leeft in hun hart, welke vruchten ze wel of niet bij zichzelf zien. Terwijl de essentie van het geloof nu juist niet in ons te vinden is maar in God en in Christus. Bovendien helpt dit onderscheid niet echt om beter te begrijpen wat dat zinnetje bij Abraham nou precies zegt: Abraham geloofde in de Heere. Is dat tijdgeloof. Nou, van tijd tot tijd twijfelde Abraham toch echt aan de belofte van God. Is het een wondergeloof? Nou, hij vraagt de Heere God wel om een wonder, want zijn vrouw is onvruchtbaar, en straks zal de huisknecht de erfenis overnemen. Zonder wonder van Gods kant wordt het niets. Of zien we hier waar zaligmakend geloof? Nou, Abraham heeft hier nog niet zo’n last van zijn zonden. Hij heeft bepaald veel vragen aan God.

Misschien is het beter om dit onderscheid maar te laten rusten en samen de Bijbel te lezen. Want wat hier gebeurt is wel heel belangrijk om te begrijpen wat geloof is en hoe het werkt.

3. Het geloof van Abraham

Genesis 15 brengt ons naar een gebeurtenis uit het leven van Abraham. God had hem weggeroepen uit Ur del Chaldeeën. Abraham had een stem gehoord. Die stem was van God afkomstig. God had hem opgezocht. Hem beloften gegeven. Beloften over een land, een zoon en een volk. Abraham had de stem gehoorzaamd. Hij was op zoek gegaan naar het beloofde land. Al gaande weg neemt de strijd toe. Vanwege de hongersnood vlucht hij naar Egypte. Daar verloochent hij zin vrouw Saraï. Dan is daar dat conflict met Lot en de scheiding tussen beide. Dan wordt Lot gevangen genomen en komt Abraham in beweging om hem te bevrijden. Abraham had alleen nog maar een stem gehoord en beloften ontvangen. Maar hijzelf had God nog nooit ontmoet. Wel geroepen, maar geen ontmoeting met de God van die Stem. Met verloop van de tijd nemen vragen en twijfels toe. Hoe zit dat met de belofte. Zal ik een zoon krijgen en een nageslacht? Maar Saraï is onvruchtbaar, hoe zal dat gaan? En dan zijn we in Genesis 15. God gaat opnieuw tot hem spreken. Eerst is er een visioen, dan komt het woord van de Heere naar hem toe en tenslotte is God zelf er. Er vindt een ontmoeting plaats. Met de God die beloften had gegeven en Abraham die beloften had ontvangen, maar die twijfelt en het moeilijk vindt om die beloften te geloven. Hoe gaat God met de twijfelende Abraham om? Hij zoekt hem op! Aan het slot van de ontmoeting, lezen we dat Abraham gelooft in de Heere. In die paar verzen gebeuren belangrijke dingen, die Abraham helpen om te geloven. Ik noem er drie.

3a Geloof ontstaat in een persoonlijke ontmoeting met God

We lezen dat de Heere God Abraham opzoekt. Abraham die zich zorgen maakt over de toekomst: hoe moet het verder, nu ik geen opvolger heb? Op die bange vraag van Abraham geeft God antwoord door hem op te zoeken. Heel persoonlijk komt God naar Abraham toe. Hij neemt het woord en spreekt tegen hem. Dat is de eerste stap. Geloof ontstaat in een persoonlijke ontmoeting met God.

Dat is belangrijk. Een gelovige is iemand die de Here God persoonlijk heeft leren kennen. Iemand die een ontmoeting heeft gehad met Hem. We zien dat hier bij Abraham. Maar niet alleen hier. In heel de Bijbel is dat het geval. God zoekt mensen op. De Here Jezus zoekt mensen op. Heel persoonlijk. Dat is tegelijk het unieke van het christelijke geloof. Het hart van het evangelie is niet een leer, een bepaalde waarheid die je moet aanvaarden – dat is er ook – maar boven alles gaat het om een persoon. Dat je de Here Jezus kent. Dat er tussen Hem en jou een band ontstaat. Een vertrouwensband. De band van het geloof.

Geldt dat echt voor iedereen die tot geloof is gekomen? Kan dat wel? De Heere God is toch de heilige God. De Schepper van hemel en aarde. Ja zeker, maar God is een God die mensen opzoekt, zich over hen ontfermt. Waarom? Omdat Hij niets liever wil dat ze Hem kennen en Hem vertrouwen. God kan dat op veel manieren doen. Maar neem nu eens de Bijbel, die wij allemaal onder handbereik hebben. Die Bijbel zou je kunnen vergelijken met de Hof van Eden. U weet, in die hof mochten Adam en Eva God ontmoeten. De Bijbel is de Hof waar wij God mogen ontmoeten. Want in Zijn Woord heeft Hij zichzelf geopenbaard, bekendgemaakt. Wat is nu de belofte die wij hebben ontvangen? Dat wie de Here zoekt, Hem zal vinden. Nadert tot God – zegt Jacobus – en Hij zal tot u naderen. De belofte is dat het lezen en bezig zijn met het Woord van God, leidt tot een ontmoeting met de God van het Woord. Elke keer als we bezig zijn met het Woord van God, dan wordt dat Woord transparant, dan komt de Here zelf naar ons toe. Achter het Woord van God staat de God van het Woord. Wie leest en luistert, zal de stem van de Here gaan leren verstaan. Stille tijd met het Woord wordt zo tot ontmoetingstijd met de God van het Woord. Elke keer als je je Bijbel opent, en biddend leest, dan wordt de plek waar je je bevindt tot heilige grond. Een Hof! Je bevind je dan in de werkplaats van de Heilige Geest. Dan gaat God tot je spreken.

De vraag is of je luistert. Of je er voor openstaat. Dat gaat natuurlijk niet zonder gebed. Heere, mag ik U ontmoeten? Wilt u tot Mij spreken. Maar één ding is zeker: God spreekt gewist tot elk die voor Hem leeft. Hoe weet ik dat? Dat weet ik, omdat Christus dit heeft beloofd. Hij heeft aan het kruis verzoening gedaan voor alles wat tussen ons en God scheiding maakt. De muur van zonde is door Zijn offer weggenomen. Wie in geloof op Jezus ziet, mag met vrijmoedigheid gaan tot de troon van de genade. Die mag dankzij Christus God ontmoeten. In het Woord.

Wie het dicht laat, heeft veel moeite om God te ontmoeten en Hem te ervaren in zijn leven. Wie God niet in de morgen zoekt, zei Anne van der Bijl, zal Hem in de rest van zijn dag op het werk of in zijn leven niet of nauwelijks tegenkomen. Het Woord schept de ruimte om God te ontmoeten. God heeft meer pijlen op zijn boog om ons hart te raken. Via de prediking. Via gebed. Via een medebroeder of zuster. Via muziek. Etc. Maar laten we de kracht van het Woord niet onderschatten. Het Woord is als de hof van Eden, waar God wandelt in de avondkoelte, en wij Hem door genade mogen ontmoeten.

3b Het geloof vindt zijn houvast in de belofte van God

Wat doet God als Hij Abraham ontmoet? Hij neemt hem mee naar buiten en laat hem de sterren zien. Zie je al die sterren, Abraham? Probeer ze eens te tellen. Abraham raakt binnen de kortste keren de tel kwijt. Onbegonnen werk. Abraham, zo zal je nageslacht zijn. Ik zal je een vader van een groot volk maken. Wat doet de Here God?

Hij komt naar Abraham toe met Zijn belofte. De belofte is er het eerst. Voordat de Here iets van iemand vraagt, komt Hij met Zijn belofte. Ik zal! De belofte die God geeft, vestigt de aandacht op Hem. Ik zal. Abraham denkt aan zijn eigen mogelijkheden. Die zijn beperkt. Hij en zijn vrouw zijn oud. Kinderen krijgen is niet meer mogelijk. Abraham ziet dus op de omstandigheden, op wat hij niet kan. Maar wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God. Dat is wat Abraham in deze ontmoeting met de Heere leert. Hij leert afzien van zichzelf, van zijn eigen onmogelijkheden, en hij leert de belofte van God omhelzen. Hij leert God zelf omhelzen. Die God die hem geroepen had, is ook de God die het werk dat Hij begonnen is in Abrahams leven, zal voltooien. Abraham is inderdaad een vader van vele volken geworden. Uit hem is zelfs de Messias geboren. De Redder van de wereld. In Hem worden alle volken van de aarde gezegend. God heeft als die beloften heerlijk vervuld.

Dat is dus het tweede: in het Woord komt God allereerst naar ons toe een belovende God. De reformator Calvijn zegt het zo: de beloften van God vloeien voort uit Zijn vrije liefde. Ze zijn zijn bewijzen van Zijn Vaderlijke liefde. Wie bezig is met het Woord, leert die beloften van God ook te spellen. En de Heilige Geest legt die beloften ook in het hart. In moeilijke omstandigheden. Als je geconfronteerd wordt met je eigen onvermogen. Als de dingen niet goed lopen. Er geen perspectief lijkt te zijn. Als alles voor je gevoel afgebroken wordt. Je gezondheid. Huwelijk. Relatie. Werk. Dan komt de belofte van God: Ik zal! Ik zal je niet begeven en je niet verlaten. Ik zal met je zijn in de benauwdheid. Ik ben met je alle dagen. Ik zal Mijn werk in jouw leven voltooien.

Gemeente, u kent die beloften toch wel. Hebt u ze ook onderstreept in uw Bijbel? Kent u ze ook uit uw hoofd? Ik las van Dimitri. Hij werd in een strafkamp in Siberië geplaatst omwille van zijn geloof. Zijn Bijbel werd afgepakt. Hij had alleen nog maar een notitieboekje. Op de bladzijden schreef hij Bijbelteksten op. Beloften van God die hij zich herinnerde. Zo heeft hij het 20 jaar volgehouden. Hoe dik zou ons notitieboekje zijn, als wij de teksten zouden schrijven die we uit ons hoofd kennen? Waarom zijn de beloften zo belangrijk? De beloften van God voeden het vertrouwen in de God van de belofte. Dat zien we ook bij Abraham.

3c Beloften van God voeden het vertrouwen in God

Als God naar hem toekomt met Zijn belofte, dan geeft Abraham zich gewonnen. Als God zijn belofte herhaald, ontdekt Abraham dat God echt trouw is aan wat Hij heeft beloofd. Hij doet wat Hij zegt! Als Abraham dat inziet, kan hij niets anders meer doen dan zich aan deze God toevertrouwen. Het grondwoord dat voor geloof staat is emuna: ‘vertrouwen’. Abraham vertrouwt God. Dat is de kern van het geloof. Geloof is vertrouwen in de God die al die beloften geeft. Abraham wordt in zijn twijfel door Gods vaderlijke liefde over de streep getrokken. Hij weet dat hij zelf niet in staat is de belofte te vervullen. Hij heeft zelf niets in brengen. Als je dat inziet, dat je zelf lege handen hebt, wat kun je beter doen dan de sprong wagen. De sprong in de armen van God. Wat kun je beter doen dan Christus in geloof omhelzen. Wat kun je beter doen dan je toevertrouwen aan de God, die je ziet en in Christus naar je omziet?

Is dat niet wat wij van deze ontmoeting kunnen meenemen. Telkens als wij in onze nood of met onze dankbaarheid, onze armen slaan om de Here Jezus, telkens als wij Hem zoeken, met de gebroken dingen in ons leven of met de dingen die bij ons onmogelijk zijn, dan zullen we ontdekken, dat God raadt weet. Dat bij Hem alles mogelijk is. Dwars door onze onmogelijkheden en twijfel heen vervult de Heere al zijn beloften.

4. Ja maar

Gemeente, gelooft u dat? Dat de Heere te vertrouwen is. Is die vertrouwensband er tussen u en de Heere, tussen jou en God? Of vindt u het juist moeilijk om u aan God over te geven en Hem te vertrouwen, zoals Abraham hier doet? Er kan veel in uw leven gebeurd zijn. Vertrouwen dat beschadigd. Blokkades van zonde of van twijfel.

Het is waar: met vertrouwen of met geloof worden we niet geboren. Dat hebben we niet uit onszelf. Vertrouwen is een vrucht van de Heilige Geest. Er zullen altijd omstandigheden zijn die ons in de weg staan om God te vertrouwen en ons helemaal aan Christus gewonnen te geven. Er zal altijd strijd zijn.

5. Vertrouwen is te voeden

Toch kan het vertrouwen groeien. Weet u hoe? Die weekend raast er een storm over ons land. We werden geadviseerd de ramen en deuren goed dicht te doen. Wat doen schepen die in haven liggen? Ze gooien hun ankers uit. Een anker wordt niet uitgegooid op het eigen dek, maar in de zeebodem. Ze maken het schip met zware touwen vast aan de kade.

In feite is dat waar het op aankomt, als ons leven in de storm raak. Maakt het anker vast aan Christus die de rots is. Maken de touwen vast aan de kade van Gods beloften. Zoek het buiten jezelf in Hem.

Op de ouderenkring ging het over geloof. Ik vroeg aan de groep. U bent op leeftijd gekomen, heeft u nou in uw leven iets gemerkt van groei in het geloof. Iemand antwoordde toen: ik ontdek steeds meer dat Christus alles voor mij is. Niet in mij, maar alles uit Hem. Wat een mooie ontdekking, dat als je ouder wordt het touw van het geloof steeds hechter aan Christus verbonden raakt.

Nou dat wil de Geest uitwerken in ons leven. Daar mogen we elke dag om bidden. De Heilige Geest werkt dat vertrouwen. Ook al is mijn geloof zwak, ik heb een sterke God. Zo helpt de Geest je vol te houden, en op Gods belofte te vertrouwen. Hij tilt je boven de omstandigheden uit. Op een Rots. De rots van Gods beloften.

6. Slot

Ik eindig. En Abraham geloofde God, en de Here rekende hem dat tot gerechtigheid. Abraham vertrouwt zich toe aan de Heere. Hij gelooft de Heere om wie Hij is. Hij vertrouwt dat God zal doen wat Hij belooft. Dat vertrouwen is geen verdienste van Abraham. Het is gewerkt door de Heilige Geest. En wat doet de Here? Hij rekent hem dat tot gerechtigheid. God verklaart Abraham als een rechtvaardige. Dat wil zeggen: Als iemand die bij Hem hoort. Wij zouden zeggen: hier wordt Abraham geadopteerd als kind van de Vader. Rechtvaardig wil niet zeggen, dat je zonder zonde bent. Een gelovige is geen perfect mens, ook niet nadat Hij God ontmoet heeft. Maar het is iemand, die zijn vertrouwen stelt op de Here God. Iemand die door de Geest geleerd heeft te zeggen: en toch … Mijn God is machtig. Hij is een God die doden opwekt. Die deuren opent. Die onmogelijke dingen mogelijk maakt. Zo kun je dus in het leven staan. Niet in eigen kracht, maar in Gods kracht, en bidden – net als ds. Samuel Lamb – in moeilijke omstandigheden: Heer, ik verheug me erover hoe U dit gaat uitwerken. Ja, onze God is bij machte oneindig veel meer te doen, dan wij bidden of beseffen! Hem zij de glorie. Zo zijn we om te geloven vandaag. van begin tot eind op God aangewezen. Amen.