Liefde en echtheid

Schriftlezing: Romeinen 12:9-21
Datum: 2 februari 2020
Download PDF


1. Belangrijk thema

Het thema dat Focus ons aanreikt is belangrijk. Liefde en echtheid. Het gaat in dit blok over de gemeente. Over ons dus. Over hoe wij leven als christen en met elkaar omgaan. Een belangrijk thema, omdat de Heere Jezus hier zelf de vinger bij heeft gelegd. In Johannes 13:34-35 zegt hij namelijk tegen zijn leerlingen: ‘Ik geef u een nieuwe gebod: zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben’. En dan voegt Hij er aan toe: ‘Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt.’ Mensen van buiten (niet-gelovigen), want daar gaat het hier over, zullen aan de onderlinge liefde, aan hoe wij met elkaar omgaan, kunnen zien dat wij volgelingen van Jezus zijn. Mensen zullen dan kunnen herkennen, dat wij bij Jezus horen. Het gebod van de onderlinge liefde heeft dus een heel missionaire spits. Waar kun je vandaag Jezus zien, waar kun je Hem ontmoeten? Daar waar gelovigen elkaar in Jezus naam lief hebben. Daar zien ze Jezus!

2. Onderlinge liefde? Drievoudige liefde!

Het gedeelte dat vanmiddag centraal staat, heeft als opschrift in de HSV ‘onderlinge liefde’. Maar dat kopje dekt niet helemaal de lading. Als je het bijbelgedeelte goed bestudeert dan gaan de verzen 9-13 inderdaad over de onderlinge liefde. Maar in de verzen 14-21 wordt de blik naar buiten gericht. Het gaat in deze verzen vooral op de houding van de gemeente tegenover de wereld die haar omringt. Dan komen ineens vervolging in beeld, het kwaad en de vijandige houding van mensen. Ook dat hoort erbij. En in vers 11 gaat het ineens over de Geest en de Christus als Heer. Wees vurig van Geest en dien de Heere. Met andere woorden, in dit bijbelgedeelte zit een relatie in drievoud: liefde tot God (vers 11), liefde tot elkaar in de gemeente (9-13) en liefde tot mensen van buiten (onze collega’s, buren en zelfs onze vijanden). Vanuit deze drie relaties gaan we zo dit bijbelgedeelte nader bekijken.

Maar ik denk dat het goed is om nog twee dingen op te merken voordat we de boodschap van Romeinen 12 horen.

a. Christus is de bron.

Dit hele gedeelte gaat over hoe christenen zich moeten gedragen in de wereld waarin zij leven. Maar het staat niet op zichzelf. En dat is het eerste dat ik wil opmerken. Rom. 12:9-21 is meer dan een lijstje met regels waar we ons aan moeten houden. Dingen die we moeten doen in eigen kracht. Nee, we moeten het zien als een vrucht. Vrucht van een leven met Christus. Het komt voort (en moet ook gestimuleerd worden) uit onze omgang met Christus. Ik kan dat duidelijk maken aan het woordje liefde.

Paulus gebruikt hier het woordje ‘agape’. In het Grieks had je ook eros (lichamelijke liefde, erotiek) en philia (vriendschap). Agapé komt je in het gewone Grieks bijna niet tegen. Maar in de christelijke gemeente is het een kernwoord geworden. Paulus heeft het in de voorgaande hoofdstukken alleen gebruikt voor de liefde van God en van Christus. Met andere woorden: de liefde van Christus is de bron. Omdat Hij ons liefheeft, kunnen wij ook elkaar liefhebben.

Zo is ook de opbouw van de brieven van Paulus. De eerste helft gaat vaak over wat wij geloven, de tweede helft over hoe we ons dienen te gedragen. Geloof eerst, dan gedrag. In die volgorde. Wij mogen de liefde van Christus ontvangen, persoonlijk en als gemeente, we mogen deze liefde naar elkaar uitleven en ook naar buiten doorgeven en voorleven. Romeinen 12 gaat dus over liefde als vrucht. Vanuit de verbondenheid met Christus worden we aangespoord vanuit deze liefde te leven, te handelen, naar elkaar om te zien. In die zin past dit gedeelte goed, bij de dankzegging vanmiddag. We hebben samen het avondmaal mogen vieren. Aan tafel waren we welkom. God schonk ons Zijn vergeving. Hij bewees ons genade. Hij wiste onze zonden uit. En door Zijn Geest verbond Hij ons hechter aan Christus. Maar tegelijk is deze genade niet goedkoop! Daarom zegt Paulus aan het begin van Romeinen 12 ook: ‘ik roep u er toe op, broeders en zuster, uw lichamen, uw levens aan God te wijden, als een offer dat voor Hem welgevallig is’. Het Avondmaal verplicht ons tot een nieuwe of hernieuwde gehoorzaamheid. Zo mogen we vanuit Christus dit hoofdstuk lezen.

b. Gezamenlijke opdracht.

En dan nog iets. In de onze samenleving is de mens als individu, met zijn persoonlijk ontplooiing erg belangrijk. Met als gevolg dat we soms heel individualistisch zijn ingesteld. Zo lezen we de Bijbel vaak ook. Wat we lezen betrekken we in eerste instantie op onszelf als persoon. Maar wat Paulus hier zegt, zegt hij niet tegen individuen, maar tegen de hele gemeente. Op de twee slotverzen na, staan alle werkwoorden in de verzen 9-19 in het meervoud. In de SV is dat nog wel terug te zien; de HSV heeft het als enkelvoud vertaald. Jammer, want zo verliezen we het gemeenschappelijke aspect. Vers 9: laat de liefde ongeveinsd zijn. Meervoud. Heb een afkeer van het kwade. Meervoud. Houd vast aan het goede. Meervoud. En zo verder. Paulus richt zich tot de hele gemeente. Als gemeente zijn we samen verantwoordelijk voor wat God van ons vraagt. Als geheel. We kunnen het niet alleen. We mogen het niet alleen doen. We zijn geroepen om het samen te doen, elkaar aan te sporen en te stimuleren. Als broeders en zusters. Als mensen die met Christus verbonden zijn. Die als het goed is van genade leven. Zo alleen kan het en zo alleen mag het.

3. Liefde tot God (vers 11)

Nu als eerste de verticale liefde. Het is goed om daarmee te beginnen. Vers 11. ‘Wees niet traag wat uw inzet betreft. Wees vurig van Geest (met hoofdletter). Dien de Heere.’ Tegenover luidheid en traagheid in het geloof, zet de apostel het vurig zijn van geest. Letterlijk staat er: ‘wees kokend van geest’. Het gaat om een vurigheid, een enthousiasme om de dingen van God te doen. Maar zoals dat gaat, wij zijn lekkende vaten. Wij raken dat gemakkelijk kwijt. Als dingen weerbarstig zijn, dan verliezen we nogal eens makkelijk de moed. Dan heb je het nodig dat God je hart weer in vlam en vuur zet voor Hem. Dat is de enige manier om het vol te houden. Vol te houden in het vechten tegen de zonde, om het vol te houden als christen te midden van je niet gelovige vrienden of collega’s.

De liefde moet dus gevoed blijven. Hoe? Door ons door de Geest te laten vullen. En door ons op Christus als Heer te richten. En elkaar daarin ook te stimuleren! Hij zal door de Geest de vlam (van het geloof en van de liefde) weer harder te laten branden, ons lauw water weer tot kookpunt te brengen. De focus op Christus doet ons weer beseffen wat Hij voor ons heeft gedaan. Hoe we aan Zijn tafel zijn goedheid voor ons hebben geproefd. Alleen als we verbonden blijven met Christus, gericht zijn op Hem, zal de Geest blijven stromen in ons leven. Hij zal ons helpen te doen wat God van ons vraagt. Dat is de kern. Dat is de bron waaruit de andere twee vormen van liefde ontspringen. Omdat Christus ons liefheeft, kunnen wij ook elkaar en anderen liefhebben. Als tweede de

4. Liefde tot elkaar (vers 9-13)

Paulus zegt hier heel concrete dingen over. Laat je liefde ongeveinsd zijn. Letterlijk: niet hypocriet. Niet gespeeld dus. In een godsdienstige omgeving kunnen mensen het juiste gedrag vertonen, zonder er echt in te geloven. Een soort rol die je speelt, terwijl je met je gedachten elders zit. Veinzers of huichelaars. Jezus gebruikt die woorden voor mensen die iets zeggen, maar het niet menen. Wees oprecht. Anders houd je het niet vol. Waarom? Nou omdat liefde in het spanningsveld van goed en kwaad staat. Het is altijd aangevochten. Heb een afkeer van het kwade en houd vast aan het goede (letterlijk: wees verkleefd aan het goede, als een tweede natuur). Dat is niet eenvoudig. Er zijn tegenkrachten. Weerstanden, bij jezelf en vanuit anderen. Hoe kun je dan toch liefde geven en mensen liefhebben?

Door te oefenen. Door de liefde te leren. Waar? In de school van de kerk. In de kring van de gemeente, waar de liefde van Christus het uitgangspunt is. De gemeente is een oefenplaats. Niet om elkaar af te branden, maar om op te bouwen! De gemeente waarvan je deel uitmaakt. De zusters en broeders die op je pad komen. Die bij je op de bijbelkring zitten. Die bij jou in de kerk zitten.

Paulus schrijft dit aan de nog jonge gemeente in Rome. Kleine groepen christenen, van allerlei achtergrond: joden en heidenen, hoog en laag, verschillende rassen en talen. Liefhebben betekent in zo’n context: dat je het met elkaar uithoudt en volhoudt. Je hebt elkaar niet uitgekozen, maar je bent wel aan elkaar geschonken. Vandaar het woord broederliefde. Filadelphia. We kunnen het beter vertalen met ‘familieliefde’.

Paulus ziet de kring van de gemeente als een familie, waarin je weet van elkaar zwakheden en mislukkingen, waar je op de hoogte bent van elkaars zorgen, maar waarin je ook loyaal bent aan elkaar, ondanks teleurstellingen, ondanks de pijn die je soms oploopt. ‘t is toch je broer of zus. Daar heb je soms ruzie mee, maar je legt het ook weer bij; je zit soms op elkaar lip, lang niet altijd op een lijn, maar je houdt elkaar toch vast door dik en dun.

De mensen om je heen, naast wie je zat aan tafel, naast wie je nu zit, degenen op de kring of op de club, dat zijn je broeders en zusters. Je bent aan elkaar geschonken. Je bent met elkaar verbonden door een bloed-band (in Christus, door het geloof!) In de kring van je familie is er oog voor je sterke kanten (de gaven die de Geest aan ieder lid geeft), ook geduld met je zwakheden.

Paulus zegt daar iets belangrijk over in vers 10: ‘ga elkaar voor in eerbetoon’. Zo ga je met elkaar om. Heb respect voor de weg die God met ieder van ons gaat. De weg kan heel verschillend zijn. Respecteer dat. Wij mogen onze eigen levensweg niet als norm hanteren voor de weg die God met een ander gaat. We moeten elkaar niet oordelen, maar respect hebben voor elkaar. Want stel dat we iemand zouden bekritiseren in de weg die hij of zij gaat – als dat een weg is met God, ook al is die anders dan die van ons – dan zouden we het werk van Gods Geest kunnen bekritiseren. Die zonde mogen we niet begaan.

Tenslotte, de verzen 12 en 13 veronderstellen elkaar. In vers 13 maakt Paulus de liefde heel concreet. Wees gastvrij. Stel je huis open voor anderen. In Rome van toen was daar grote behoefte aan. De kring van de christenen breidde zich uit door vluchtelingen. Mensen werden van huis en haard verdreven door honger, oorlog en armoede. Zomaar kon de grote wereld je huis binnenkomen – via een paar mensen bij jou op de stoep. Nog steeds zijn we daartoe geroepen. Mensen kloppen zomaar bij ons aan, in de stad, in de straat. Misschien kopt Jezus wel via hen bij ons aan de deur.

Vandaar dat Paulus zegt: verblijd u in de hoop, u mag toch bij Christus horen en hebt deel aan de toekomst van God? Wees geduldig als alles anders loopt dan je plant. Volhard in het gebed. Anders houd je het niet vol. Je hebt de kracht van God nodig om lief te hebben, je huis open te stellen, zeker ook als je langere tijd de zorg hebt voor anderen (ziekte, eenzaamheid, of gewoon je gezin). Niet in eigen kracht houdt je het vol, alleen in Gods kracht. Het geven en dienen werpt je weer terug op Christus die de bron is en op de kracht van de Geest. Dan het derde

5. Liefde tot anderen (vers 14-21)

Als je zou moeten samenvatten wat Paulus hier schrijft, dan is dat dat liefde een tegenbeweging is. Liefde reageert met een tegenovergestelde gezindheid. Een tegengestelde houding. Ook hier is Paulus concreet. De gemeente is een minderheid. De gelovigen van het eerste uur worden bedreigd. Ze worden lastig gevallen met pesterijen en tegenwerking. Mensen halen hun schouders over hen op. Kijken meewarig. Hoe reageer je daarop. Vier keer herhaalt Paulus hetzelfde thema: zegen wie u vervolgen (14), vergeld niemand kwaad met kwaad (17), wreek uzelf niet (19) en overwin het kwade door het goede (21).

Vier keer hetzelfde: reageer met een tegenovergestelde houding. Zegen in plaats van vloek. Goed in plaats van kwaad. Waarom? Paulus wil één ding niet: dat de gemeente innerlijk zou verzwakken doordat zij de houding van de wereld over neemt: door te vergelden, schelden, geweld gebruiken. Of net als velen uitzijn op je eigen voordel, je eigen positie, je eigen gemak en rust.

Dat zou in feite het einde betekenen van de gemeente. Van deze wonderlijke familie waarvoor Christus zijn leven gegeven heeft. Als christenen dezelfde houding van buiten zouden aannemen, dan slaat dat ook naar binnen, en dan komen er ruzies, conflicten en scheuringen. En dat is erg. Verdeeldheid en innerlijke conflicten besmeuren namelijk de goede naam van Christus. En de boodschap van het evangelie wordt ontkracht als wij als gelovigen er niet naar leven. Dan wordt de heilige Geest bedroefd wordt en verhinderd te werken.

Christelijke liefde, agapé, betekent ook dat je van wijken weet, van opzij gaan. Vers 18. Doe alles voor zover het in je macht ligt, om vrede te hebben met alle mensen. Binnen en buiten. Het ligt niet altijd in onze macht, maar heel vaak ook wel. Oud zeer mag in de gemeente van Christus niet bestaan.

6. Tot slot

Ik ga afronden. We hebben veel gehoord. Eigenlijk is christen-zijn heel eenvoudig te omschrijven: dat wij niet voor onszelf leven maar voor God en dat wij onze naaste liefhebben. Je naaste: dat is je broeder en zuster (de aardige en ook de onaardige, degene met wie je het eens bent en ook degenen met wie je het oneens bent). Je naaste: dat is ook de vijand. De mensen die je tegenwerkt, die je in de weg zit. Beantwoord kwaad met goed, dat zullen mensen beschaamd staan. Vurige kolen op hun hoofd. Dat is de blos van schaamte.

Soldaat die schoenen poetste van sergeant die hem kleineerde. Werd door houding christen.

Reageer altijd vanuit de liefde van Christus. Het kwade in onszelf en om ons heen wordt alleen overwonnen door het goede. Door de liefde van Christus en de navolging van Hem. Laten we God boven alles en onze naaste liefhebben zoals Christus ons heeft liefgehad. Amen.