Alleen Jezus!

Schriftlezing: Filippenzen 3:1-8a
Datum: 28 juni 2020
Download PDF


1. Helden van hun sokkel gehaald

Het bijbelgedeelte dat we hebben gelezen, zou je in één zin kunnen samen vatten: held valt van zijn sokkel. Het standbeeld van een Joodse Rabbi wordt omver gehaald.

Dat is wel een actueel thema. Er gaat een heuse beeldenstorm door de westerse wereld. Helden van vroeger worden zonder pardon van hun sokkel getrokken. We zagen het in verschillende landen gebeuren. Waarom? Omdat zij in verband worden gebracht met racisme en discriminatie, met ons koloniale verleden. Bij de ene held is de link weliswaar makkelijker te leggen dan bij de andere, maar toch. Ze moeten het ontgelden.

Nu is het op zich niet verkeerd om helden kritisch tegen het licht te houden. Er zal ongetwijfeld van alles misgegaan zijn in het verleden. Maar ook wij gaan natuurlijk niet vrijuit. Dat heeft de beweging van black-lives-matter wel duidelijk genaakt. Het probleem van helden is, dat als je ze op een voetstuk plaatst, ze er vroeg of laat vanaf vallen. Want op iedereen valt wel wat aan te merken. Hoeveel wij ook in het leven kunnen bereiken, we blijven mensen met een lek en een gebrek. Of zoals de Bijbel het zegt: mensen die zondigen.

Het lijkt me trouwens vruchtbaarder om ons niet op het verleden te richten. We kunnen zeker van het verleden leren. Maar beter om ons te richten op wat vandaag anders moet. Daar hebben we onze handen vol aan.

2. Paulus op een sokkel?

Als er iemand is die zichzelf al op een sokkel zag staan, dan was dat Paulus wel. Maar liefst zeven dingen noemt hij als wapenfeiten. Als er iemand reden heeft om roemen, dan hij wel:

(1) besneden op de achtste dag. Paulus stamde uit een vrome en wetsgetrouwe Joodse familie. (2) uit het geslacht van Israël, (3) van de stam Benjamin. Paulus was geen proseliet (een heiden die pas later tot het jodendom bekeerd was), maar iemand die echt uit Israël afkomstig was. Notabene uit de stam van Benjamin. Uit deze stam kwam ook Israëls eerste koning: Saul. Paulus is naar hem vernoemd. Zijn Joodse naam is Saul. In het Grieks van het NT is dat ‘Saulus’ geworden. Wij kennen Paulus vooral onder zijn Romeinse naam ‘Paulus’. Maar hij was vernoemd naar koning Saul. Uit Benjamin. Toen de andere stammen afvielen, bleef deze stam als enige trouw aan het koningshuis van David. Paulus noemt zichzelf verder (4) ‘een Hebreeër uit de Hebreeën’. Dat wil zeggen: Paulus komt uit een onbesproken Joodse familie stamde, die zich verre hield van heidense gewoonten en gebruiken, en die leefde naar de joodse wetten.

Deze vier zaken betroffen Paulus afkomst. Daar kon hij zelf niets aan doen. Hij kwam in een gespreid Joods bed terecht. Dan volgen drie zaken waar hij wel invloed op had. (5) wat de wet betreft een Farizeeër. Bij ons klinkt die term negatief. Maar in de eerste eeuw waren zij de mensen die radicaal voor het Woord en de geboden van God kozen. Wel in de wereld maar niet van. God stond bij hen op de eerste plaats. Hoewel Paulus geboren was in Tarsus in Klein-Azië, hij was naar Jeruzalem getrokken en in de leer gegaan bij Gamaliël. Dat was een van de meest bekwame wetsleraren van de Farizeeën. Een betere godsdienstige opleiding was niet denkbaar.

(6) wat ijver betreft een vervolger van de gemeente. Het Griekse woord is hier ‘zeloot’.

De ‘ijver voor God’ waarover Paulus spreekt, herinnert aan Pinehas. Hij ‘ijverde’ voor de zuiverheid van Gods volk (Num. 25:6-13). Zo ook Paulus. Ook hij ijverde voor een zuivere godsdienst. Daarom trad hij op tegen de sekte van de christenen, want dat waren afvallige Joden. En (7) wat de wet betreft, leefde hij onberispelijk. Hij was een echte Joodse tsaddiek. Niets was er op zijn vroomheid aan te merken.

Als je dus een held uit de Joodse traditie van die tijd zou moeten noemen, dan maakte Paulus een goede kans. Hij zag zichzelf in gedachten misschien al wel op zo’n sokkel staan. Ik, Paulus …

3. Paulus valt van zijn sokkel

Maar Paulus is hardhandig van zijn vrome sokkel gegooid. Hij is op de grond gevallen. Omdat er een stem was, die met grote kracht naar hem toekwam: ‘Saul, Saul, Waarom vervolg je Mij?’. Dezelfde stem die eens uit de mond van David had geklonken, toen Saul hem vervolgde. Nu klinkt hij uit de mond van de Zoon van David. ‘Waarom vervolg je Mij? … Ik ben Jezus’. De persoon die hij zo verafschuwde, is de beloofde Messias.

Het is deze ontmoeting die Paulus van zijn voetstuk blaast. Jezus, tegen wie hij zich met hand en tand verzette. Jezus, die hij zo verafschuwde. Deze Jezus is de door God beloofde Redder. Paulus: je zit fout!

Wat een impact moet deze ontmoeting op de apostel gehad hebben. Als je in een keer in het klare licht van de hemel komt te staan. Oog in oog met de levende Heer. Als Hij onthult hoe het met je leven voorstaat, dan sta je aan de grond genageld. Paulus valt van zijn rijdier. Van zijn sokkel. Alles wat ik dacht, was het dus niet. Dat moet schokkend en pijnlijk geweest zijn voor de apostel. Met alle goede bedoelingen op een totaal verkeerd spoor.

Het is de ervaring van mensen die op een radicale manier tot geloof komen. Soms hoor je hun verhalen. In: God verandert mensen. Hour of power. Over het verleden en wat daarin allemaal niet goed was. En over hoe de ontmoeting met Jezus alles veranderde. Door de pijn en schaamte heen.

Hoewel dit een van de meest pijnlijke momenten was uit het leven van Paulus, de onthulling door God dat hij op het verkeerde spoor zat, is het ook een van de meest heilzame momenten geweest. Het behaagde God zijn Zoon aan mij te openbaren. Christus arresteerde hem voordat hij de kans kreeg christenen te arresteren. De ontmoeting met Jezus zorgde voor de grote ommekeer in zijn even. Zijn ogen gaan open voor Jezus. Voor de genade en liefde van God die in Hem naar de mens toekomen. Jezus die hem niet afschrijft, maar in dienst neemt. Misschien herken je er iets van uit je eigen leven. Hoe een aanraking van God, op gebed, via het Woord, je leven op een ander spoor zette. En een nieuw verlangen wakker riep. Zo ook bij Paulus. Hij heeft maar één verlangen: Jezus beter leren kennen. Nu zijn ogen open gegaan zijn, weet hij het helemaal zeker: alles wat voor mij winst was, belangrijk was, dat haalt het niet bij Jezus. In vergelijking met Hem is het vuilnis. Bagger. Het staat in geen verhouding tot het kennen van de Here Jezus.

4. Paulus is (te) radicaal

Bagger. Vuilnis. Dat is wel erg radicaal. Je ziet bij mensen die op een bijzondere manier tot geloof zijn gekomen, dat ze vaak heel zwart-wit zijn. Vroeger was alles fout. Mijn verleden, vuilnis, weg ermee. Ik ken nu de Heere Jezus. Ik mag een nieuw leven leiden. Dankzij zijn genade. Alles is anders.

Mooi, maar het schuurt ook. Dat zwart-wit denken, die radicaliteit. Doet je verleden er dan niet meer toe, wat je hebt ontvangen en geleerd. Was dat allemaal fout en bagger?

Paulus lijkt dat hier te zeggen, maar dat is natuurlijk niet helemaal waar. De gaven die je kreeg, die dingen die je van God hebt ontvangen en geleerd, voordat je Jezus kende, zijn niet onbelangrijk. Dat is geen weggegooid geld. Kijk, Paulus kon die apostel zijn die hij was, juist vanwege zijn opvoeding en gaven en opleiding. Als hij niet zo’n goede kenner was van de Wet, als hij niet zo getraind was door Gamaliël, als hij niet zo gedreven was, had hij nooit als apostel zoveel kunnen betekenen, nooit zoveel brieven kunnen schrijven, niet zo’n kundig theoloog en kerkplanter kunnen zijn. Zijn verleden deed er wel degelijk toe.

En dat is bij ons natuurlijk niet anders. Ons verleden, onze gaven en talenten doen er toe. Ze doen er toe als wij ze in Gods hand leggen. God kan onze opvoeding en onze opleiding gebruiken en tot zegen laten zijn. Hoe? Dit is het geheim: door het in Zijn handen te leggen. Als we Hem de regie geven. Doe je dat ook? Neem mijn leven laat het Heer, toegewijd zijn tot uw eer. Ik leg mijn leven in uw hand. Kneed mij en vorm mij. Dan zal God onze gaven en talenten, ons karakter, heiligen, vernieuwen en vruchtbaar maken. Dat mogen we geloven. Ons verleden kan God in dienst nemen voor Zijn plannen.

5. De radicaliteit van de liefde

Maar waarom is Paulus hier dan zo radicaal?

Omdat het evangelie van de vrije genade op het spel staat. De mensen in Filippi waren tot geloof in Jezus gekomen. Niet door het houden van de Wet, niet door vroom te leven, niet door zelf allerlei dingen te doen, maar door overgave, door zich aan Jezus gewonnen te geven. Door te geloven dat Hij alles volbracht heeft. Het was in de prediking van Paulus: ‘Jezus alleen!’ Wie in Hem gelooft wordt gered, ontvangt vergeving, nieuw leven. Is dat genoeg? Ja, zei Paulus. Jezus alleen! Geloof in Hem! Doe je dat ook? En U? Hij is de bron van vergeving en vernieuwing. In Hem ligt de vreugde en de vrede van God. En vanuit het verbonden zijn met Jezus, krijgt de wet, het dienen van God, de gehoorzaamheid zijn juiste plek. Niet als voorwaarde, maar als vrucht. Vanuit de dankbaarheid. Maar het begin bij Jezus.

Maar. Er waren predikers, joodse christenen, die dat te gemakkelijk vonden. Je kon de Wet van God niet zo ter zijde stellen. De wet van Mozes had sterke papieren. De besnijdenis ook. Dat maakte verschil of je jood of heiden was. Eeuwenlang was een teken dat je bij volk van God hoorde. Door God zelf ingesteld. Net als de Tora. Dus werd het: Jezus én de besnijdenis. Pas dan hoorde je erbij. Met de besnijdenis kwamen ook de andere dingen erbij. De sabbat. De voedselwetten. En deze boodschap vond ook weerklank. Want het sluit aan bij ons menselijke hart: we willen graag iets doen; ontvangen, van genade leven kost vaak moeite.

[Chili. Predikant nam me op sleeptouw. Betaalde maaltijd etc. Ik stelde voor om kosten te verdelen. Hij zei: Gerrit, je moet ook leren ontvangen, van genade te leven]

Paulus loopt hier op het scherp van de snede. Als het niet langer ‘Jezus alleen’ is, dan komt vroeg of laat de mens meer centraal te staan. Wat hij doet en kan en dan komen er voorwaarden waaraan je moet voldoen. Voordat je het weet, raakt de genade op de achtergrond. Daarom is Paulus zo scherp.

Paulus schaft de wet niet af. Rom. 7:12: ‘wet is heilig’. Jezus schaft die niet af, maar heeft de wet vervult. Wet is weg van het leven met God. Maar niet de weg tot het leven met God.

Paulus is dus zo scherp, ook over zijn eigen verleden, omdat er iets op het spel staat. Als er naaste de genade nog iets nodig is, dan gaat het mis. In één zin samengevat:

Jezus plus iets is niets. Jezus plus niets is alles.

Alleen als Jezus centraal staat, kan er vreugde zijn. Verblijd u in de Heere, zegt hij in vers 1. De vreugde in de Heere, vanwege wat Hij voor ons gedaan heeft. Hij is onze redding. Hij is de Bron van vergeving en blijdschap.

Dat vieren we in het HA. Daar gaat het over wat Jezus voor ons heeft gedaan. We komen met lege handen. Niets van ons hoeft erbij. Zo alleen kan er vreugde en verwondering zijn.

6. Zelfonderzoek is nodig

Het gevaar van Jezus plus iets speelde niet alleen toen. Dat is iets van alle tijden. Het is niet eenvoudig om van genade te leven.

Het zijn vaak goede dingen die onbedoeld toch een dominante rol krijgen. Zoals toen de wet, de sabbat, de spijswetten. Zo kunnen er ook nu genaderovers zijn.

Kerkvader Tertulianus zei: Jezus gekruisigd tussen 2 rovers. Er zijn 2 rovers van het evangelie: (a) God vergeeft mij toch wel, het maakt niet uit hoe ik leef. Maar dat is goedkope genade. Genade zonder bekering. Dan volg je de weg van je vlees. Andere rover: (b) wetticisme. Je keurige en vrome leven. Vertrouwen op Jezus plus iets van ons. Goede kerk. Bekeringservaring. Zondebesef. Jezus plus bepaalde gaven van de Geest. Jezus plus bepaalde visie op Israël. Ga zo maar door. Maar het punt is dit: als het Jezus is plus iets, dan richt je op dat iets vaak je vertrouwen. Hoor jij bij Jezus? Antwoord: ja, want … en dan volgt dat plus: die ervaring, deze opvatting, die gewoonte. En dat iets wordt tot de kern waarop je vertrouwt. Dat geeft zekerheid. Dat iets maakt onderscheid. Want daardoor kun je je afzetten tegen anderen of je beter voelen dan je medechristenen.

Het zijn goede dingen: de wet, Israël, gaven van de Geest, zondebesef, alleen niet op deze plek. Jezus plus iets is niets.

Het is Jezus alleen! Dat vraagt lege handen.

Laten we dat appel van de apostel meenemen en tot ons door laten dringen. Het gaat zo in tegen hoe we elke dag bezig zijn. Ons CV is belangrijk. Dat wat je gedaan of bereikt hebt, opent deuren. Het speelt een rol bij sollicitatie. In relaties ook: kijk hoe leuk ik ben, kleding, insta, social media. Ouder: huis, auto, kleding, status, kerkenwerk.

Ik geloof in Jezus … ik ga trouw jarenlang naar de kerk, heb geen verkeerde keuzes gemaakt, netjes geleefd. Fijn. Laten we er dankbaar voor zijn. Maar besef goed: het is genade. We hebben het niet verdiend.

De vraag van Paulus is: vertrouwen we echt op Jezus alleen? Hij heeft alles volbracht. Ik hoef niet mee te nemen voor zijn genade. Hoe leger mijn handen zijn, hoe meer ik van Hem kan ontvangen. Hoe leger mijn handen, hoe dichter ik bij mijn broeder of zuster kom. Want we leven allemaal van genade. Genade maakt een.

7. Slot

Gemeente, Jezus plus iets van ons is niets. Jezus plus niets van ons is alles.

Laten we daarom afleggen wat niet van Hem is. Ons bekeren van zonde, van trots en hoogmoed. En samen ons richten, in de week die komt, maar niet alleen dan, op Jezus alleen. Zoals het lied zegt:

Jezus alleen, ik bouw op Hem. Hij is mijn hoop, mijn lied, mijn kracht. Door stormen heen hoor ik zijn stem, dwars door het duister van de nacht. Zijn woord van liefde dat mij sust verdrijft mijn angst; nu vind ik rust! Mijn vaste grond, mijn fundament; dankzij zijn liefde leef ik nu.

Ik hoop en bid dat het zo in ons leven zal zijn. Amen.