Met vrees en grote blijdschap! (Pasen vieren in tijd van corona)

Schriftlezing: Mattheus 28:1-10
Datum: 12 april 2020
Download PDF


1. Ochtendjubel

Heb je het vanmorgen gehoord? Op allerlei plekken in het land, en ook in Gouda, hebben mensen om 9.00 uur gezongen. Het lied ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem, die galmt door gans’ Jeruzalem, een heerlijk morgenlicht breekt aan, de Zoon van God is opgestaan!’. Misschien heb je zelf ook meegezongen. Het was een beetje vroeg. Misschien schaamde je je ervoor. Wat denken de buren wel. Veel te vroeg. Maar toch, je ouders deden het en je hebt meegezongen.

Het is Pasen vandaag. Jezus is opgestaan uit de dood. Dat is zo geweldig, dat iedereen dat moet horen. Bij ons thuis achter op het plein hebben we elkaar toegeroepen vanmorgen: ‘De Heer is waarlijk opgestaan’. Van de ene tuin ging het naar de andere. En toen we hebben we ‘daar juicht een toon’ en ‘U zij de glorie’ gezongen.

Het idee kwam van een vrouw uit Urk. Het ging haar aan het hart dat iedereen met Pasen thuis zit. En dat kerkdiensten alleen online bekeken kunnen worden. Wat zou het mooi zijn – dacht ze – als mensen in Nederland massaal in de deuropening zou gaan staan, en een Paaslied zouden zingen. Het bericht dat ze plaatste op Facebook werd massaal gedeeld. De EO sloot zich aan bij het idee. Zo is het gegaan.

Misschien is dat wel het beste dat we met Pasen kunnen doen: samen zingen! Want – dat zal ook uw of jouw ervaring wel zijn – wie zingt, wordt boven zichzelf uitgetild. Als je zingt, komen de woorden nog dieper bij je binnen. Dat hebben we nodig. Zeker vandaag.

2. Vrees én blijdschap

Er is zo veel angst bij mensen door het coronavirus. De cijfers laten enige verbetering zien zien, maar er zijn grote zorgen over de verpleegtehuizen. En zodra je de televisie of de radio aanzet, gaat het over deze ziekte en over het lijden van mensen. Elke dag staan de aantallen in de krant. Het lijden en de dood lijken het laatste woord te hebben. Hoe kan het ook anders, als een geliefde ernstig ziek is, een van je kinderen misschien, of je vader of moeder, opa of oma, of wanneer je onlangs of langer geleden bij het graf hebt gestaan. Dan kunnen het verdriet, de vrees en het gemis zo overheersend zijn. Juist in deze dagen.

Misschien vindt u het maar moeilijk om Pasen te vieren. U ziet de lege plek. Je denkt aan wat geweest is en niet meer terugkomt. Aan de impact van de dood. Misschien denk je wel aan iemand in je klas die ziek is, of die een vader of moeder heeft verloren. Vanmorgen zingt je mee, maar het is wel een gebroken halleluja. Of je denkt aan je leven, aan de dingen die niet goed zijn gegaan, aan wat je allemaal in je rugzak meedraagt, aan zonden en wonden. Dan lijkt de boodschap dat Jezus de dood heeft overwonnen, dat met Pasen alles anders is geworden, uit een heel andere wereld te komen. De boodschap van Pasen is mooi, maar ze botst ook op de harde realiteit van het leven. Dat de dood en het lijden niet het laatste woorden, hebben durf je nauwelijks te geloven.

Gemeente, dat is eigenlijk nooit anders geweest. Vanmorgen komen we de vrouwen tegen bij het graf. Ze ontdekken dat Jezus er niet is, en dan lezen we in vers 8, dat ze ‘met vrees en grote blijdschap’ bij het graf weggaan. Let even op die woorden. Vrees en grote blijdschap. Vrees en blijdschap gaan hand in hand. Ook toen. Het is eigenlijk nooit anders geweest. De boodschap van Pasen, dat Jezus sterker is dan de dood, zal altijd blijven schuren. We hebben het niet in de vingers. We moeten het elke keer weer horen.

Weet u, wat ik zo mooi vind, dat God dat weet. Hij weet als geen ander dat sommige dingen voor ons te groot zijn, dat we er vanuit onszelf niet bij kunnen. En daarom stuurt Hij een boodschapper. Een engel. Engelen in de Bijbel zijn de boodschappers van God. Zij brengen de woorden van God over aan mensen die door vrees zijn gevangen. Ik ben geen engel, maar vanmorgen mag ik als dienaar van God ook zo’n boodschapper zijn, en woorden van God aan u en aan jou doorgeven.

De engel spreekt tot vrouwen en geeft hen in vier zinnetjes de boodschap van God door. Vier kleine zinnetjes, die de kern van Pasen verwoorden.

3. De boodschap van God

a. U hoeft niet bevreesd te zijn!

Jongens en meisjes, jullie weten vast wel dat dit heel vaak in de Bijbel voorkomt. 365 keer, om precies te zijn. Voor elke dag een keer. U hoeft niet bang te zijn. Maar dat waren ze wel. Op het moment dat de vrouwen naar het graf gaan, is er opeens een grote aardbeving. De grond schudt onder hun voeten. Als je een keer een aardbeving hebt meegemaakt, dan weet je het. In een keer raak je je evenwicht en oriëntatie kwijt. Je schrikt. De grond valt weg on de je voeten. Je raakt in paniek. De bewakers die bij het graf staan beefden van angst en werden als doden, vertelt Mattheus. Net als op Goede Vrijdag schokt de aarde opnieuw. Toen Jezus zijn leven gaf aan het kruis, en verzoening deed, antwoordde God vanuit de hemel. Het voorhangsel scheurde. Maar ook rotsen scheurden en graven werden geopend. Ook hier is dat het geval. Maar het is niet zomaar een aardbeving. God grijpt in.

In de Bijbel is een aardbeving vaak teken van de nadering van God (in Exodus 19 bij het geven van de Wet; in 1 Kon. 19 als God zich aan Elia openbaart). Hier wordt duidelijk dat God ingrijpt, want Hij stuurt een engel. De engel rolt de steen weg en geeft aan de vrouwen de boodschap van God door.

En het eerste woord dat hij spreekt is ‘u hoeft niet bevreesd te zijn’. Altijd weer is dat namelijk de ervaring, als God ingrijpt, als God spreekt of handelt, dat er bij ons ontzag en vrees is. Misschien herkent u dat wel. Ontzag, als je zo indringend hebt ervaren, misschien wel bij het avondmaal, dat God je zonden vergeven heeft. Ontzag, als je in een moeilijk situatie de nabijheid van Christus ervaart. Vrees, als je de weg die God met je gaat, niet begrijpt. Vrees, als je je erge zorgen maakt over wat gaat komen.

Vanmorgen horen wij als eerste: ‘u hoeft niet bevreesd te zijn!’. Waarom niet, omdat God regeert en alle dingen in Zijn handen houdt. Ons houvast is dat Hij ons vasthoudt.

Het tweede dat de engel zegt is:

b. Hij is hier niet!

Het graf is leeg, omdat Jezus door God is opgewekt. De dood en het dodenrijk waarin Jezus is afgedaald, konden Hem niet vasthouden. Jezus is opgestaan en Hij leeft. Dit is de kern van wat wij met Pasen vieren. De liefde en genade van God zijn sterker dan de dood. De dood heeft niet het laatste woord, omdat de Heere de levende God is.

De levende God. Die uitdrukking komen we een paar keer in het OT tegen. Als Jozua met het volk Israël voor een ondoorwaadbare rivier staat, zegt hij: ‘vandaag zal openbaar worden dat de levende God in uw midden is.’ God maakt dwars door het water een weg. Of David in zijn strijd met Goliath zegt tegen zijn strijdmakkers: ‘we laten die Filistijn toch niet de legers van de levende God honen?’ En Daniel wordt een dienaar van de levende God genoemd. De levende God. Telkens weer kom je deze belijdenis tegen, op cruciale momenten in de geschiedenis van Israël. Als de dingen vastlopen, moeilijk zijn, en de mensen geen uitweg zien, wordt er gesproken over de levende God, die uitkomst geeft.

In de Joodse traditie is er een verhaal bekend over Mozes. Als Mozes en Aäron bij de Farao in Egypte aankomen, en tegen hem zeggen: We komen in de naam van de God van Israël, van Jahwé en die zegt: ‘Laat mijn volk gaan’. Dan zegt de Farao: ‘Wacht even, ik moet even kijken wie dat is’. En dan gaat hij naar binnen in zijn paleis, en opent hij de boeken om te kijken. Als hij dan weer terugkomt, zegt hij: ‘ik heb hier wel een god van Moab, en een god van Sidon, en een God van Ammon, maar Jahwé, de God van Israël die ken ik niet’. En dan antwoordt Mozes tot farao: ‘Gij dwaas, wat zoek je de levende bij de doden?’

Op de vroege paasmorgen laat God zien dat Hij de Levende is. Hij wentelt de steen weg en overwint de dood. Jezus leeft.

En weet u wat het evangelie is, dat iedereen die in Jezus gelooft, mag weten dat de dood niet het einde is, maar een doorgang. Een toegang tot het eeuwige leven. Dat is zo’n geweldige troost. Dat Jezus de Opstanding is en het Leven!

Die woorden klinken altijd bij het graf. Als we een geliefde begraven. We staan bij het open graf. Dan is er toch de troost van Pasen. Dwars door de tranen heen. Mijn geliefde man, vrouw, kind, vader of moeder, is hier niet, maar is door God opgewekt. Hij of zij leeft, bij God. Waarom? Omdat Jezus de dood heeft overwonnen. Omdat het Pasen is geweest.

Jawel, die troost is er, in het geloof. Daarom is Pasen ook een vraag aan ons: heb je je vertrouwen ook gesteld op de Heere Jezus. Is Hij je Heiland. Dan mag je deze troost met beide armen omarmen en weten: Jezus leeft en ik met Hem.

c. Kom en zie

Het derde wat de engel zegt is ook belangrijk. Hij nodigt de vrouwen uit om met eigen ogen de feiten te zien. De steen is weggerold. Het graf is leef. Jezus is er niet. De doeken liggen er. Het lichaam niet meer. Dat zijn de feiten. De steen is niet weggerold om Jezus uit het graf te laten, maar om de vrouwen naar binnen te laten gaan. Zij mogen met eigen ogen de feiten te zien. Het christelijke geloof berust op zaken die feitelijk zijn gebeurd. Niet dat we de opstanding begrijpen, maar de feiten zijn er en de conclusie ligt voor de hand dat er iets als een opstanding moet zijn gebeurd. Sommige mensen zeggen dat de dood het einde is en dat Jezus voortleeft in de gedachten van de discipelen. Maar ik zou mijn geloof niet kunnen baseren op een verhaal, als dat niet ook op feiten berust. De opstanding is echt gebeurd, in de geschiedenis en daarom is er voor deze wereld en voor ons hoop!

Dan het laatste. Ze krijgen een opdracht.

d. Ga haastig hen en vertel

Wat er gebeurd is met Jezus is zo belangrijk dat iedereen het moet weten. Jezus leeft! En wij kunnen ook leven met Hem. De dood heeft niet het laatste woord. Deze vijand is met Pasen verslagen. Dat is een hoopvol bericht. Voor mensen die leven met angst. Voor hen die aan de IC-liggen en misschien sterven gaan. Wie ook maar Jezus aanroept in de nood, zal ervaren, dat God, zelfs bij het naderen van de dood, volkomen uitkomst zal geven.

Pasen houdt dus een opdracht in. Ga heen en vertel dat Jezus leeft. Er zijn misschien dingen die zwaar op ons drukken. Stenen in ons leven. Vrees voor de toekomst. Zorg voor onze gezondheid. Onze kwetsbare kinderen. Dingen die ons gebonden houden. Pasen zegt ons: verlies de moed niet. Verheug je over dat woord van de engel. Want omdat Jezus leeft, kan Hij je opzoeken. Je huis, je leven binnenkomen. Net als bij de vrouwen. Als ze op pad gaan, komt Jezus hentegemoet. Hij maakt zich bekend aan mensen die op weg gaan om het goede nieuws te vertellen. En nog een keer zegt Hij: ‘wees niet bevreesd’. Ga naar mijn broeders, jullie zullen mij in Galilea zien. Een klein detail: Hij zegt: ‘Mijn broeders’. Discipelen die Hem verlaten hebben, worden broeders genoemd. Geen verwijten, maar liefdevol en genadig is Jezus voor hen. Dat is de vrucht van Goede Vrijdag en van Pasen.

4. Slot

Zo gaat Jezus met ons om. Als de Levende Heer zoekt Hij ons op. Hij weet wat we nodig hebben, en het eerste wat Hij zal zeggen is: ‘wees niet bevreesd.’ Ik zal met u zijn, alle dagen. En als die woorden tot je hart doordringen, dan kun je ondanks alles blij zijn. Zelfs grote blijdschap hebben. ‘Omdat Hij leeft, ben ik niet bang voor morgen. Omdat Hij leeft, mijn angst is weg. Omdat ik weet, Hij heeft de toekomst. En het leven is het leven waard, omdat Hij leeft.’ Amen.