Het voorbeeld van Jezus – de koning die dient!

Schriftlezing: Filippenzen 1:27-2:11
Datum: 10 mei 2020
Download PDF


1. 4 mei – toespraak Koning

Afgelopen maandag was het dodenherdenking. Onze koning hield toen een indrukwekkende toespraak. In die toespraak deed de koning iets bijzonders. Hij noemde de naam van iemand die grote indruk op hem had gemaakt: Jules Schelvis. Deze man van Joodse afkomst had in de oorlog in zeven concentratiekampen gezeten. Maar als door een wonder had hij de oorlog overleefd. De koning had deze man ontmoet en zijn levensverhaal had hem diep geraakt. Ondanks alle verschrikkingen die hij had meegemaakt, stond hij hoopvol in het leven. Ondanks alle ellende, had hij het vertrouwen in mensen niet verloren. Hij had zijn leven na de oorlog herpakt en er het beste van gemaakt. Voor de koning was deze man een inspirerend voorbeeld. Nu we als land een moeilijke tijd doormaken, door het corona-virus, moeten we de moed niet verliezen, maar samen onze schouders er onderzetten. ‘Als Jules Schelvis het kan, kunnen wij het ook’.

2. Voorbeeld van mensen

Mooi is dat he, dat er mensen zijn, die door hun voorbeeld, door wat ze hebben gedaan of door wat ze zeggen, ons kunnen inspireren, om in moeilijke omstandigheden, in een onzekere tijd, toch moed te houden, positief in het leven te blijven staan. Daarom vond de koning het voorbeeld van Jules Schelvis zo mooi.

Het voorbeeld van mensen kan ons dat extra zetje geven om een nieuwe weg in te slaan, aan iets nieuws te beginnen, de dingen anders te doen. Zoals hij, moeten wij het ook doen.

Misschien ken je het spreekwoord wel: ‘Goed voorbeeld doet goed volgen’. Daarmee bedoelen we: ‘als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over’. Nu is dat natuurlijk niet helemaal waar, want je kunt ook dingen van anderen overnemen, die niet goed zijn. Als je vrienden veel drinken, kun je dat ook gaan doen. Als er bij jou in de klas of op je werk of in je vriendengroep veel over anderen gepraat of geroddeld wordt, kun je daarin meegaan. Er zijn ook slechte gewoontes, die we juist niet moeten navolgen.

Maar vanmorgen kijken we naar het positieve. Mensen van wie je kunt leren. Iemand die je kent en die ergens heel goed in is, dat je bij jezelf denkt: ‘zo zou ik ook wel willen zijn’, of ‘dat zou ik ook wel willen kunnen’. Iemand die heel goed is in judo, voetbal of wielrennen. Of je spreekt iemand die heel enthousiast is over fotografie, en je denkt, ja dat lijkt me mooi, dat ga ik ook doen. Een juf op school, die heel goed kan lesgeven, een meester die mooie verhalen kan vertellen, iemand in je bedrijf die op inspirerende manier leiding geeft, iemand altijd vol vertrouwen op God is. Het raakt je en je denkt: ‘zo wil ik later ook zijn’, ‘dat zou ik later ook graag willen kunnen’. Het kunnen mensen zijn uit je omgeving. Misschien wel je ouders, een leraar, een opa of oma, een goede vriend of vriendin. Goede voorbeelden zijn belangrijk, daar kunnen we van leren, ons aan optrekken.

3. Net als Jezus

Nou met deze inleiding zitten we midden in het bijbelgedeelte van vanmorgen. Want Paulus doet precies wat de koning in zijn toespraak deed. Hij noemt de naam van Iemand die voor hem een voorbeeld is. Iemand die hij persoonlijk heeft ontmoet en van wie hij heel veel heeft geleerd.

In vers 5 zegt Paulus: ‘Laat daarom die gezindheid in u zijn, die ook in Christus Jezus was’. Zijn grote voorbeeld is de Here Jezus! Hij zegt tegen de mensen van Filippi: ‘jullie moeten het voorbeeld van Jezus volgen’. Heb dezelfde gezindheid als Hij.

Gezindheid, dat is wat je denkt en wat je doet. Sta net zo in het leven als Jezus. Ga zo met mensen om als Hij dat deed. Dan maken jullie mij, zegt Paulus, volmaakt gelukkig. Dan ziet de gemeente en deze wereld er veel beter uit.

4. Omdat er problemen zijn

Waarom zegt Paulus dat? Nou, omdat er in de gemeente problemen waren en Paulus daarover bezorgd is. Als je de tijd neemt om de brief te lezen, dan merk je dat Paulus een bijzonder band had met de broeders en zusters. Hij dankt God voor ze. Ze leven erg met Paulus mee, nu hij in de gevangenis zit. Er gebeuren mooie dingen in de gemeente. Ze houden van de Heere Jezus. De Geest werkt in hun midden. Ze zien naar elkaar om in een moeilijke tijd. Maar de gemeente is nog jong. Veel mensen kennen de Heere Jezus nog niet lang. Van tijd tot tijd speelt hun oude leven op. Het leven dat ze hadden voordat ze tot geloof kwamen. Karakters botsen. Mensen gaan op hun strepen staan en maken soms knallende ruzie. Zo overtuigd van hun eigen gelijk als ze zijn. In hoofdstuk 4 noemt hij twee mensen bij name, Euodia en Syntyche, en spoort ze aan om goed met elkaar om te gaan.

Als je nu het probleem zou moeten samenvatten in één woord, dan is het dit: er een gebrek aan ‘nederigheid’. Daar ontbreekt het aan in de gemeente van Filippi. Paulus zegt het zo in vers 3: ‘doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf’. Dat klinkt wat plechtig. Maar Paulus bedoelt dit: handel niet uit geldingsdrang (laat je zelf niet gelden ten koste van de ander) of eigenwaan (denk niet dat jij alles beter kunt, en dat daarom het beter is als jij de dingen doet), maar wees nederig.

Wat is nederig zijn? Nederigheid is het tegenovergestelde van trots of hoogmoed. Kijk, je kunt trots zijn op iets wat je hebt gemaakt: mooie tekening, prachtig schilderij, hoe je een muziekstuk hebt gespeeld, een werkstuk, lastige klus op je werk. Dat mag en is op zich niet verkeerd (in de kerk spreken we liever over dankbaar zijn, omdat we veel van God hebben gekregen), maar het gaat mis, als je zo trots bent, dat je denkt of zegt: zoals ik het kan, kan niemand het; of dat je de ander afkraakt of kleineert als hij iets maakt. Ik kan het veel beter. Laat mij het maar doen. Dan ga je te ver. Dan behandel je de ander heel negatief. Zo’n houding zit natuurlijk heel dicht tegen egoïsme aan. Jouw mening, jouw ideeën, jouw manier van denken of handelen. Zo moet het. Alleen zo is het goed.

Nou we begrijpen allemaal, dat dit zo niet werkt. Dan ben je onuitstaanbaar. Mensen die denken alles beter te weten, kunnen maar beter alleen op een eiland leven. Daar kunnen ze het helemaal eens zijn met zichzelf.

Nee, zegt Paulus, wees nederig. Zet je zelf niet op de eerste plaats. Heb oog voor wat een ander zegt of belangrijk vindt. Maar waarom is dat voor ons mensen zo lastig? Waarom moet Paulus de gemeente daartoe aansporen?

Omdat wij mensen diep van binnen onzeker zijn en bevestiging zoeken. Wij allemaal. Kijk, we zijn geschapen, net als Adam en Eva, om in de tegenwoordigheid van God te leven. Om vertrouwelijk met God om te gaan. God heeft ons lief. Hij bevestigt ons in onze identiteit. Als we door het geloof met Jezus verbonden zijn, dan zijn we geliefde kinderen van God. Maar het virus van de zonde is, dat we steeds weer bij Hem vandaan gaan. Zijn stem niet horen. Zijn woorden vergeten. De bevestiging van zijn liefde niet opmerken. Het gevolg is: we voelen ons leeg en onzeker. Die leegte vullen we met werk, met ambitie, met respect afdwingen, de snelste of de eerste te zijn, neer te kijken op anderen. Om maar dat onzekere gevoel te sussen. We willen zo graag meetellen, ons opgemerkt en gezien weten. .

In feite was dat het probleem dat Paulus in Filippi aantrof. De onzekerheid en de houding van trots beschadigde onderlinge relaties en zette de eenheid onder druk. Daarom het appel om nederig te zijn.

Maar dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Hoe doe je dat? Hoe leer je dat eigenlijk?

5. De ontdekking van Paulus

Weet u, weet je, de grote ontdekking van Paulus is, dat nederigheid een bijproduct is, een vrucht, een gevolg van iets anders. Nederigheid gaat groeien als je de focus verlegt van jezelf naar Jezus. Dat is het geheim. Nederigheid groeit als Jezus steeds meer in het centrum van je leven komt te staan.

Dat is de grote ontdekking van Paulus geweest. Paulus was een streber tot en met, haantje de voorste in alles, maar toen hij Jezus leerde kennen, begon dat te veranderen. Jezus, daar is hij zo vol van! Daarom roept hij de mensen in Filippi toe: kijk naar Jezus. Let op Zijn voorbeeld. En als Paulus over Jezus begint te spreken raakt hij helemaal in vervoering.

De verzen 6-11 vormen een prachtig lied over Jezus. Hij was in de gestalte van God. Hij deelde in de hemelse heerlijkheid, in de glorie van God. Jezus was bij de Vader helemaal in zijn element. Maar Jezus was bereid dat allemaal los te laten. Hij heeft de hemel niet als een roof beschouwt. Dat wil zeggen: Hij heeft het niet vast willen houden. Alles wat Hij had aan status en aanzien heeft Hij opgeven. Hij verliet de hemel om hier op aarde mens te worden. Dat was de enige weg. Omdat hier op aarde door de zonde relaties waren verstoord. Met God, met de mensen en met de schepping. Er was verzoening nodig. De verbroken relatie met God moest worden hersteld. Jezus daalde neer om dat te doen. Hij was bereid alles op te geven. Om hier op aarde een wereld binnen te gaan, die Hij van huis uit niet kende. Van zonde, ruzie, conflict, trots, hoogmoed eigenbelang.

Deze week vierden we 75 jaar bevrijding. Wie in de tweede WOII in het verzet zat en opgepakt werd, ging onherroepelijk de gevangenis. Het eerste wat er met zo iemand gebeurde – zo ging het ook in de kampen – was dat hij al zijn eigen kleren moest uittrekken om een gestreept gevangenispak aan te doen. Zo ging het ook met Jezus. Hij moest zijn koninklijke kleding uitdoen om het plunje van een slaaf aan te trekken. Maar dat maakte Hem niet uit, zo sterk was Zijn vastberadenheid om mensen te redden en verzoening te doen voor hun zonden.

In dit lied zie je de Heiland afdalen. Steeds dieper de menselijke ellende in. Als dienstknecht. Als slaaf. Bereid zelfs om zijn leven te geven. Jezus heeft ons tot het einde liefgehad. En in die weg is Hij door God verhoogd.

Paulus is door die liefde overweldigd. Hij is er zo vol van. Want op weg naar Damascus had hij deze Jezus ontmoet. Hij was de gemeente aan het vervolgen, maar Jezus schonk hem genade en Hij heeft Paulus in dienst genomen. Dat heeft het leven van Paulus verandert. Daarom spoort hij de gemeente in Filippi aan om naar Jezus te kijken. En Zijn ontferming voor eigenwijze en trotse mensen te proeven. Kijk naar Jezus. Wij moeten dat ook doen! Hij heeft zich over mij ontfermd. Hoe meer Jezus in het middelpunt van je leven komt te staan, hoe meer je gaat veranderen. Daar zorgt de Geest voor. Hij moet wassen, ik moet minder worden. Nederigheid is een bijproduct van onze gerichtheid op de Here Jezus.

Broeders en zusters, jongelui, wie is de Heere Jezus voor u en voor jou? Is je hart vol van Hem? Staat Hij in het centrum, net als bij Paulus? De enige manier waarop je leven kan veranderen, de enige manier waarop wij worden zoals God ons heeft bedoeld, is door ons hart met Zijn liefde te laten vervullen. Door over Hem te lezen, van Hem te leren en met Hem te spreken.

En als Hij geen centrale plek in je leven inneemt, dan kan dat vandaag nog. Door je knieën te buigen, je leven voor God open te leggen en te vragen of Jezus de hoofdbewoner van je hart wil zijn. Hij wil niets liever, maar wacht tot wij het Hem vragen.

6. Jezus is meer dan een voorbeeld

Het voorbeeld van Jezus navolgen. De Koning die van zijn troon afkwam om te dienen en die de minste wilde zijn. Is dat niet te mager om zo over Jezus te spreken. Hij is toch meer dan een voorbeeld? Ja, natuurlijk. We moeten altijd met twee woorden spreken. Verzoening en navolging. Op Zijn weg naar het kruis kunnen wij Hem niet navolgen. De verzoening van onze zonden is zijn unieke heilswerk. Dat heeft Hij zonder ons voor ons gedaan. Maar dat andere is ook waar. Jezus heeft het ons ook voorgedaan, hoe hoe een leven naar Gods wil eruit ziet. De apostel Petrus zegt in een van zijn brieven: Jezus heeft ons een voorbeeld nagelaten, opdat wij in zijn voetstappen zouden wandelen.

Een voorbeeld kan helpen. Stel je voor dat het winter is en het heeft gesneeuwd buiten. Je gaat samen met je opa wandelen in de polder. Er ligt echt een dik pak sneeuw. Je opa gaat voorop en jij zet je voeten in de grote voetstappen van je opa. Zo kun je hem moeiteloos volgen. Je opa gaat voorop en hij baant de weg. Jij volgt hem. Het is dezelfde weg, maar je opa gaat voorop, hij baant de weg, zodat jij kunt volgen. Zo is het ook met de navolging van Jezus. Je kunt Hem volgen omdat Hij de weg gebaand heeft. De voetstappen zijn gezet, wij mogen in Zijn spoor gaan. En de Heilige Geest zal ons daarbij helpen. We hoeven het niet in eigen kracht te doen.

7. En dus…

Zo komt het woord van God naar ons toe. Laat de gezindheid van Jezus in ons zijn. De gezindheid van de Koning die dient, die van de troon afkwam, die voeten wast, die de minste wilde zijn. In dat spoor zijn wij geroepen te gaan.

Wat betekent dat voor komende week? Misschien wel dit: dat je iemand gaat bellen die je al lang niet hebt gezien; dat je alerter bent op wat er bij je vrienden speelt; dat je even tijd neemt voor je personeel om te vragen hoe het echt gaat; dat je even iets voor je buren doet? Ook binnen de kerk: bij alles wat we bespreken of doen, in je achterhoofd die ene vraag: wat is hierin de gezindheid van Jezus. Waar zou Hij blij mee zijn? Vergroot dit de eer van God? Is het tot zegen van de gemeente? Bouwt dit mensen op?

Zo’n houding komt ons niet aanwaaien. Maar is een bijproduct, vrucht van een focus op Jezus. Mag ik daar met u en jouw om bidden?

Gebed

Heere, wij zeggen u dank, voor de Heere Jezus, voor de weg naar u die Hij gebaand heeft, en voor de uitnodiging om in Zijn spoor te gaan. Wij danken u dat nederigheid een vrucht is, als wij ons richten op uw Zoon. Werk door uw Geest in onze harten. Verbind ons voor het eerst of opnieuw aan de Here Jezus. Steeds hechter, steeds dieper. Laat de vrucht van nederigheid, de minste willen zijn, en dienende liefde, steeds meer groeien in onze levens, tot eer van u en tot zegen voor de mensen om ons heen. In Jezus naam, Amen.