Verlangen en verwachting

Schriftlezing: Psalm 84 - Lucas 2:40-52
Datum: 26 januari 2020
Download PDF


1. Waarom naar de kerk?

Waarom zou ik naar de kerk gaan? Ik denk dat we die vraag allemaal wel eens gesteld hebben. Zeker toen we nog jong waren. Als het zaterdagavond laat geworden was, en je werd op zondagmorgen wakker gemaakt, dan wilde je je het liefst nog eens omdraaien in je bed. Ik ben moe. Ik heb vandaag geen zin. Ik ga vanmiddag wel. Waarom zou ik naar de kerk gaan? Ik vind het saai. De liederen die we zingen snap ik niet. De preek van de dominee is veel te lang. Ik houd niet van orgelspel. Ik heb er geen zin in vandaag. Zo lang je thuis woont en bij je ouders bent, moet je gewoon mee. Misschien zit je er zo nog wel in.

Waarom zou ik naar de kerk gaan? Voor de dichter van Psalm 84 is dat geen vraag. Het lied is één lofzang op de tempel. Want dat is de plek waar God woont en je Hem kunt ontmoeten. Wat hou ik van uw huis, Heer van de hemelse legers. Ik kan zo sterk verlangen naar de binnenpleinen van de Heer. Zo zullen er vanmorgen ook mensen zijn, die dat herkennen. Ik wou dat het weer zondag was. Hier in de kring van de gemeente kom ik tot rust. Hier mogen we de woorden van God horen. God biedt mij vergeving aan. Hier zingen we samen Hem de lof. Als we met zovelen zijn, wordt ik altijd weer bemoedigd: ik ben niet de enige die gelooft. Ik zou het voor geen goud willen missen. Ik heb het nodig voor mijn geloof.

Deze week stond er in het blad Visie van de EO een interview met ds. Arie van der Veer, Het ging over zijn ziekte en wat dat met hem doet. In het gesprek gaat het ook over de kerk. ‘Misschien kom ik daarom zo graag in de kerk. Niet omdat ik vroom ben, maar omdat ik het nodig heb. De liederen die we zingen, onttrekken me aan het verdriet. Zeg nou zelf, als je zingt ‘God zorgt voor mij, Hij houdt mij vast’, dan klamp je je al zingend aan een waarheid vast.’

In 1970 schreef de Utrechtse hoogleraar theologie Van Ruler een boek ‘Waarom zou ik naar de kerk gaan’, en geeft maar liefst 21 antwoorden op die vraag. Ik ga na de kerk om een kans op bekering te lopen, om een traditie voor te zetten, om het heil te ontvangen, om in het openbaar mijn geloof te belijden, om rust te vinden, om gesticht te worden …

Een mooi boek, maar de antwoorden geven ook te denken. Want nergens lees je in het boek iets over ‘zin hebben’, ‘fijn vinden’, ‘leuk’. Blijkbaar zijn dat voor Van Ruler niet de woorden die passen bij de vraag waarom je naar de kerk gaat. Hoe mooi het ook is, als je het fijn vindt en graag komt, het raakt voor Van Ruler nog niet kern. Wat is die kern dan wel?

2. Jezus in de tempel

Nou die komen wij op het spoor in Lucas 2. Daar lezen we over Jezus die met zijn aardse ouders naar de tempel gaat. Als wij aan Hem de vraag gesteld zouden hebben: ‘waarom gaat u naar de tempel?’, wat zou Hij dan geantwoord hebben? Dat weten we natuurlijk niet, maar toch kunnen we uit Jezus’ antwoord aan Maria wel iets afleiden. Als zijn ouders hem na drie dagen eindelijk gevonden hebben, vragen ze Hem: waar was je? Waarom heb je ons dit aangedaan? (een begrijpelijke vraag van bezorgde ouders).

Het antwoord van Jezus is opvallend. Vers 49: ‘Wist u niet dat Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader’. Dat had je toch kunnen weten?! De volle strekking van deze woorden begrijpen ze niet op dat moment. Jezus laat even zien dat Hij niet zomaar een kind is, maar de Zoon van Zijn hemelse Vader. Door God in de wereld gezonden om mensen te redden. Na die opmerking gaat Hij weer met zijn aardse ouders mee en is hen onderdanig (vers 51) Hoewel Hij de Zoon is, heeft Hij gehoorzaamheid geleerd.

‘Wist u niet dat Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader’, zegt Jezus. Dat antwoord geeft te denken. Vooral het woordje ‘moet’. Jezus zegt: ‘ik moet hier zijn’. Hij zegt niet dat Hij het fijn vindt of naar zijn zin heeft, maar dat Hij hier moet zijn. Er zit veel vast aan dat woordje ‘moet’. Twee aspecten: een menselijk en een goddelijke aspect. Eerst de menselijk kant.

3. Ook Jezus heeft onderwijs nodig

Jezus is in de tempel. Hij bevindt zich te midden van de schriftgeleerden. Dat dit voor Jezus belangrijk is, laat de evangelist Lucas op een heel duidelijke manier zien. In de verzen 40 en 52. Deze verzen vormen het begin en het einde van de ontmoeting in de tempel.

In vers 40 lezen we dat Jezus opgroeit, vervuld wordt met wijsheid en dat de genade van God op Hem was.

Dan volgt het gebeuren in de tempel.

In vers 52 lezen we dat Jezus toeneemt in wijsheid, grootte en in genade bij God en mensen.

Met andere woorden, wat Lucas hier wil zeggen, dat voor de geestelijke groei van de 12jarige Jezus, het zijn in de tempel van groot belang is. Hij legt daar de vinger bij. In beide verzen zijn er twee sleutelwoorden: wijsheid en genade. Om te groeien in wijsheid en in de genade van God, moet Jezus in de tempel zijn. Dat is de plek waar je wordt onderwezen in het Woord en waar het geloof gevormd wordt.

In het OT was de tempel van onderwijs, later kwam daar de synagoge bij. In het NT is dat de kring van de gemeente. Die wordt een tempel van de Heilige Geest genoemd. De plek waar Gods Geest onderwijs geeft.

Jezus is 12 jaar en wordt in de tempel onderwezen. Zo groeit hij in de wijsheid en genade van God. Best bijzonder. Hij is de Zoon van God. Zonder zonde. Maar tegelijk Hij is ook voluit mens. Hij is geboren uit een vrouw. Hij woont in Nazareth, te midden van zijn familie en bekenden. Jezus moest net als wij opgroeien en dingen leren. Zij ouders voedden Hem, vertelden Hem over God. Hij ging naar school. Hij bezocht de synagoge en later de tempel.

12 jaar is Hij, net zo oud als jij misschien bent. Jezus werd onderwezen in de dingen van God. Hoe dat ging? Nou dat vertelt Lucas in de verzen 41-51, het midden van de schriftlezing. Drie dingen zijn belangrijk geweest. Voor Jezus allereerst, maar ook voor ons.

a. Vaste gewoonte

Jezus reisde elk jaar met zijn ouders naar Jeruzalem voor het paasfeest. Het was hun vaste gewoonte om dat elk jaar te doen. Ze sloegen geen feest over. Daarin zit iets van gewoontevorming. Jozef en Maria namen de dienst van God serieus. En zo heeft Jezus vanaf het begin kennis gemaakt met joodse feesten. Van jongst af aan is Hij ermee opgevoed. Dat is een geweldig voorrecht. Als je zo van kinds af aan vertrouwd bent geraakt met de dingen van God. Goede gewoonten en een vast ritme zijn enorm belangrijk. Later, in Lucas 4, wordt verteld dat Jezus naar Zijn gewoonte opging naar de synagoge. Zoals Hij gewoon was om te doen. Dat is belangrijk. Als iets een vaste gewoonte is, hoef je je niet telkens af te vragen of je wel zin hebt, of je wel zult gaan. Dat geldt voor de kerkgang, voor catechisatie, of bijbelkring. Dat is ook heel vermoeiend, om te telkens weer af te vragen: ga ik of ga ik niet.

Nee, Lucas laat zien, er zijn dingen die goed voor je zijn, waardoor je geestelijk kunt groeien. Benut die dan. Maak er een vaste gewoonte van om Bijbel te lezen en te bidden. Wees gedisciplineerd in de dingen van God. Dat zal alleen maar tot zegen zijn.

12 jaar is Jezus. Een jaartje later is Hij 13 en zal hij bar mitswa worden, ‘zoon der wet’. Dan mag hij in de samenkomst van de gemeente uit de Tora lezen. Als je dat hebt meegemaakt bij de klaagmuur in Israël, weet je hoe bijzonder moment dat is. Ook de ouderen verheugen zich erin als hun kind of kleinkind voor het eerst officieel een stukje uit het Woord van God leest. Ze zijn blij als de jongere generatie stappen zet in de weg van het geloof. Laten we zo ook biddend staan rond onze kinderen en jongeren, en hun stimuleren en motiveren, en ook ruimte geven om iets te kunnen doen.

b. Geloofsgesprekken

Jezus is te vinden te midden van de leraren. Hij luistert naar hen en stelt aan hen vragen (vs. 46). Dat is iets wat in de Joodse traditie sterk gestimuleerd wordt. Het onderwijs en de opvoeding vinden plaats in dialoog. Het is geen eenrichtingsverkeer, maar een gesprek. Er ruimte voor vragen, discussie en gesprek. De Bijbel gaat open voor antwoorden.

Ik vind het opvallend dat de schriftgeleerden zo ook bezig zijn, en dat kinderen van 12 jaar, daar volop in betrokken worden. Daar namen ze de tijd voor. Hoe belangrijk is dat. Dat er voor kinderen en jongeren aandacht is. Gelukkig doen we dat ook. Op de club en in de catechese en op andere plekken in de kerk. Waar we met onze jongeren in gesprek zijn over het geloof, over hun vragen en wat hen bezighoudt. Dat daar ruimte voor is. Dat ze serieus genomen worden. Hoe belangrijk is dat!

Er komt veel op onze jongeren af. Vrienden die niet geloven. Vragen over relaties. Over lijden of over de Islam. Wat kijk je allemaal op Netflix; welke muziek luister je. Past dat bij Jezus of niet. Dat is vaak helemaal niet zo gauw duidelijk. Maar het er met anderen over hebben is heel belangrijk.

Het belangrijk dat het geloofsgesprek gevoerd wordt. Thuis, als je kinderen hebt. Op bijbelkring. In de kerkenraad. Met vrienden. Dat we samen zoeken naar wat God nu van ons vraagt, in alles wat op ons afkomt. Wat zou Jezus doen? Hoe staan we hierin vanuit het geloof? Welke keuzes maken we niet of juist wel. Dat kunnen we niet alleen. Dat gesprek moet hier in de gemeente gevoerd worden. Met jong en oud samen. Ik geloof dat God dat gebruiken en zegenen. Vragen en zoeken naar antwoorden. Ook deze concrete dingen hebben de Here Jezus geholpen om op te groeien in de wijsheid en genade van God. Als het voor hem belangrijk was, dan ook zeker voor ons!

c. De dingen van onze hemelse Vader

Jezus is in de tempel om het paasfeest te vieren. Het feest van de uittocht uit Egypte. Een van de drie belangrijke feesten van Israël. In het gesprek met de leraars ging het ongetwijfeld over de uittocht uit Egypte. De bevrijding van de slavernij. De verlossing uit de macht van zonde en dood. Maar let even op hoe Jezus dat noemt. Als Hij daarmee bezig is, dan is Hij bezig met de dingen van Zijn Vader. In de viering van het paasfeest, in het gesprek met de Schriftgeleerden, ging het Jezus om zijn hemelse Vader. Dat was voor hem de kern. Dat was het geheim van zijn leven. Ik moet zijn in de dingen van mijn Vader. Mijn voedsel is de wil doen van mijn hemelse Vader.

Gemeente, hoe belangrijk is dit. Als het gaat om gebed, Bijbellezen en naar de kerk gaan, dan zijn we daarin bezig met de dingen van de Vader. Met onze Vader in de hemel. Dat is heel persoonlijk. Het gaat in de kerk niet om religie, maar om een persoon. God die wij dankzij de Heere Jezus mogen kennen als onze Vader.

Dus: alles wat er hier in de kring van de gemeente gebeurt, is bedoeld om onze Vader in de hemel beter te leren kennen. Wie Hij is. En wat Hij van ons verlangt. In de kerk zijn we bezig met de dingen van onze Vader. Zo heeft de Here Jezus het ons ook geleerd. Bij het bidden: Onze Vader in de hemel. De Geest werkt geloof en leert ons zeggen: Abba, Vader. In de gemeente leren we onze hemelse Abba beter kennen. Daar was Jezus mee bezig. Vanuit het Woord. Samen met anderen in gesprek over Zijn Vader in de hemel.

Wie is die God dan die wij als Vader mogen kennen? Nou daar had de dichter van Psalm 84 wel een antwoord op. Moet u de psalm er maar even bij pakken. Wie is God voor de dichter?

1. Vers 2,4,9,13: vier keer Heere van de legermachten. Hij ziet dat God sterk en machtig is. Dat Hij daarom bij Hem kan schuilen. Bij alle gevaren en moeilijke zaken van het leven is Hij veilig bij God. In vreugde en verdriet.

2. Vers 3: God is de levende God is. Hij ziet en hoort! Vers 9 een God die luistert naar het gebed.

3. Vers 4: iedereen is bij God welkom. Hoe je leven ook is. Welke pelgrimsreis je achter de rug hebt. De mus is een kleine vogel, wij gaan vele mussen te boven. Iedereen is kostbaar in de ogen van God.

4. Vers 12: omdat God een genadige God is, wie oprecht tot Hem komt, mag ontdekken dat Hij een Beloner is van wie Hem zoeken: Hij zal genade en eer, het goede niet onthouden.

De Israëliet had al deze dingen geleerd, in de tempel. Door het onderwijs. Bij het offeren. In de gesprekken. Al gaande weg lichtte op wie God voor hem was. Elke bezoek weer een extra bouwsteentje.

Zo was het bij Jezus ook. In de tempel is Jezus bezig met de geboden en beloften van Zijn Vader. Dat zijn deze dingen die Jezus gevormd hebben. Zo is hij gegroeid in wijsheid en kennis. Als dat voor Hem gold, zal dat ook niet voor ons gelden? ‘Wist u niet dat Ik moet zijn in de dingen van de Vader?’

4. Jezus moet verzoening doen

Er zit in het woordje ‘moet’ ook nog een diepere zin, een goddelijke aspect. Jezus is met de dingen van Zijn Vader bezig, omdat dit te maken heeft met ons heil. De dingen van Zijn Vader, dat is een einde maken aan de nood, aan de gebondenheid, aan de vertwijfeling en de eenzaamheid, die er zijn als gevolg van de zonde. Jezus is gekomen om de zonde te verzoenen. Om voor ons de weg banen naar het vaderhuis. Hij roept ons op om ons te bekeren, zodat we kunnen thuiskomen bij God de Vader. Jezus is gekomen om ons kind aan huis bij de Vader te maken. Dat wil God. Dat zijn de dingen van de Vader. Daar vinden we Jezus mee bezig, Op alle bladzijden van het evangelie. Daarom preekt Hij, verzoent Hij, geneest en bevrijdt Hij mensen. Hij scheldt de schuld kwijt. Brengt mensen in de goede verhouding met God.

Zo zien we Hem naar Zacheüs gaan. Heden moet ik in jouw huis zijn. Daarom moet Maria Magdalena van demonen worden bevrijd. Daarom moest Hij door Samaria gaan om een door mensen afgeschreven vrouw tot haar bestemming te brengen. God wil niet dat wij mensen verslingerd zijn aan geld, goed of geluk, en verloren gaan. Hij wil dat wij thuiskomen. En als Jezus op weg gaat naar het kruis, mag Petrus dat niet verhinderen. Want dat is de weg die Hij moet gaan. Dat zijn de dingen van Zijn Vader. Verzoening doen voor verloren mensen. Vernieuwing bewerken. Moest de Christus dit alles niet lijden? In die weg, in dat goddelijke moeten, is Jezus in Zijn element. Zo is Hij in de dingen van Zijn Vader. Dat doet Hij voor ons. In onze plaats.

5. Slot: waarom naar de kerk?

Tot slot, waarom zou ik naar de kerk gaan? Daar kun je veel antwoorden op geven. Maar ik zou zeggen: omdat ik daar hoor over Jezus die Zijn leven voor mij gaf. Omdat we in de kring van de gemeente het Avondmaal vieren, waarin God ons verzekert, dat niets ons van de liefde van Christus hoeft te scheiden.

Je kunt thuis uit de Bijbel lezen. Dat moet je zeker ook doen. Op bijbelkring, op club, op catechisatie. Allemaal goed. Maar Jezus heeft een belofte gegeven aan de gemeente. Waar twee of drie samen zijn, daar ben Ik in het midden. Waar we in Jezus naam samen komen, mogen we verwachting hebben. Dat zal nooit te vergeefs zijn. God belooft ons hier te zegenen. Geloof wordt gewerkt en versterkt.

Is het altijd leuk hier? Heb je altijd zin? Nee, misschien niet. Maar dat is niet het punt. Het is goed om hier te zijn. Hier horen we over God die onze Vader is en over de Heere Jezus die ons liefheeft. Hier worden de beloften en geboden van God gelezen.

Als je jong bent, vindt je het best allemaal een beetje saai. Misschien gaat er wel veel aan je voorbij. Dat is best een uitdaging voor ons als dominees. Hoe kan ik jou of jij die al wat ouder bent bereiken, zodat het niet langs je heen gaat. Dat we liederen zingen die je begrijpt. Dat er ruimte is voor vragen die jij hebt. Dat is best een uitdaging. Vind ik soms best lastig als dominee. Als je suggesties hebt hoe ik jou beter kan bereiken, schroom niet om dat te laten weten.

Maar één ding hoop ik van harte, en dat geldt voor ons allen, dat we hier in de kring van de gemeente, samen zullen groeien in wijsheid en genade. Dat de Heere Jezus steeds belangrijk voor ons wordt. Ja, onmisbaar voor ons leven.

Ik eindig. Ik las eens over een man, hij was al op leeftijd gekomen, en zat in de stilte van zijn kamer de bijbel zat te lezen. Hij glimlachte bij het lezen van de Schrift. Hij was zo geboeid, dat hij niet merkte dat er iemand zijn kamer was binnengekomen. Je ging helemaal op in wat je last, zei de bezoeker. Ja, zei de man. Ik heb er zo’n schik in wat ik lees. Want hier lees ik over Jezus, die in de dingen van Zijn Vader is, en omdat Hij erin was, mag ik daar ook in zijn, nu en eeuwig. En daar ben ik zo dankbaar voor. Geweldig toch dat wij dit ook mogen weten! Amen.