Als de storm losbarst …

Schriftlezing: Jona 1:1-6, 14-16 - Marcus 4:35-41
Datum: 26 mei 2019
Download PDF


0. Een bange vraag (introduction)

Misschien ken je die uitspraak wel: ‘God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst.’ Misschien hangt er wel een tegeltje met die tekst in huis, bij u of jou, of bij een familielid. Geen kalme reis, maar wel een behouden aankomst. Misschien zit er wel een bepaalde waarheid in deze spreuk, maar als je zelf midden in de storm zit, beleef je de dingen vaak heel anders. Want wat kan het soms stormen in je leven …

De man zat tegenover me. Er was even een stilte gevallen. ‘Ik weet echt niet meer waar God is in dit alles?’ zei hij. Het was hem allemaal te veel geworden. Hij had het gevoel midden in een storm beland te zijn. Zonder te weten wanneer deze zou ophouden. Het was alsof er steeds maar weer golven over zijn leven sloegen. De ene was nog niet weg of de andere kwam er al weer aan. Eerst was daar die relatie die na zoveel jaren aan een einde was gekomen. Toen waren daar de problemen op zijn werk. De reorganisatie. Een nieuwe leidinggevende die een andere wind liet waaien op de afdeling. Zo gefocust op wat aan de doelstellingen nog ontbrak. De sfeer werd steeds meer competitief. Hij voelde zich er steeds minder thuis. Dan waren er de zorgen om zijn ouders. Als oudste zoon voelde hij zich enorm verantwoordelijk. Ze werden ouder en steeds meer hulpbehoevender. Zijn broer en zus woonden verder weg; veel kwam op zijn schouders terecht. Hij snapte dat wel, maar het was soms best zwaar. Dan was sinds kort ook die slopende vermoeidheid. Er kwam soms helemaal niets uit zijn handen. Ineens zat hij in de medische molen. Weer een golf die over zijn leven sloeg. Alsof het nog niet genoeg was. Hij had contact met mij gezocht om te praten. ‘Dominee, ik weet niet wat er aan de hand is, maar het lijkt wel of alles mij tegenzit. Zou God daar een bedoeling meehebben? Ik begrijp er helemaal niets meer van. Waar is God in dit alles?’. Geen kalme reis.

1. In de storm (Page 1)

(De discipelen zijn bang)

Dat hadden de discipelen trouwens ook niet, zo vertelt Marcus ons. Ze zijn met hun boot midden op het meer. Het was een intensieve dag geweest. Jezus had de hele dag onderwijs gegeven. Er waren heel veel mensen op Hem afgekomen. Het was zo druk geweest, dat hij zelfs een boot als preekstoel had moeten gebruiken. Maar nu is de dag ten einde. Ze nemen Jezus mee in de boot en gaan verder het meer op. Dat had Hij namelijk aan ze gevraagd: ‘laten wij overvaren naar de overkant’. En dan, als ze midden op het meer zijn, breekt er een hevige storm los. Ineens. Zomaar. Onverwacht.

Wij kunnen ons dat niet zo goed voorstellen denk ik. Velen van ons hebben dat meer wel eens bezocht. Met een boot van Kapernaüm naar Tiberias gevaren misschien. Aan het eind van de middag kan het best even waaien; je ziet soms wel schuimkoppen op het water, windkracht 5. Maar voor de rest ziet het meer er heel gemoedelijk uit.

Toch kan het anders zijn. Je zou het misschien niet zeggen, maar op het meer van Galilea kan het behoorlijk spoken. Er staan filmpjes op internet met beelden van hevige stormen en felle regens, die de regio daar teisteren. Bij de parkeerplaatsen aan de kust van het meer staan waarschuwingsborden. Borden die chauffeurs vertellen wat er gebeurt als er veel wind staat. De zee kan snel heel ruig worden. Grote golven kunnen auto’s die dicht bij de kant staan zomaar overspoelen. Ik heb inmiddels heel wat foto’s gezien van het meer, vanaf verschillende kanten. Maar als de wind opsteekt, wil je niet buiten rondhangen met een camera. Een boot op het meer wordt dan plotseling rond gegooid als speelgoed.

Marcus gebruikt een heel heftig woord. Het Griekse woord voor stormwind wordt ook wel voor wervelwind of orkaan gebruikt. Er staat letterlijk: ‘een orkaan van wind’. Denk aan een windhoos. Daar is een bootje van 8 bij 2,5 meter niet tegenop gewassen.

Het meer van Galilea is een bijzonder meer. 45 kilometer naar het Noorden ligt de berg van Hermon. 2800 meter hoog. Daar kan geskied worden. Van die berg waait er een koude wind door het dal naar het meer van Galilea. Het meer ligt 200 meter onder zeeniveau. Bij het meer is het warm, soms zelfs 40 graden. Wanneer de koude wind in de middag botst op de warme lucht van het meer, kan ineens het weer omslaan en hevige turbulentie ontstaan. Een wervelwind. Een orkaan van wind.

De golven worden opgezweept. Ze slaan over de reling van de boot. De discipelen zitten in de boot, en kunnen niets doen. Met man en macht proberen ze het water uit te boot te hozen. Maar te vergeefs. De boot loopt vol en dreigt te zinken. Al kun je zwemmen, tegen dit geweld is geen mens opgewassen.

Ze zijn met Jezus meegegaan, maar een kalme reis hebben ze niet. En het is ook nog eens avond geworden. De zon is weg. De schemering zet door. In het donker van de nacht ziet alles er opeens heel anders uit. Misschien herken je dat wel, als het donker is.

Hoe reageer je dan? De discipelen gaan naar Jezus toe. Ze maken Hem wakker, maar in woorden klinkt heel veel verwijt. Meester, bekommert U zich er niet om dat wij vergaan? Kan het u niet schelen dat we verdrinken? Moet je kijken wat er gebeurt. En u ligt hier zomaar te slapen? Doe iets.

In het verwijt dat ze Jezus maken, klinkt hun wanhoop en frustratie door. Ze maken zich zorgen. Logisch. Hun leven staat op het spel. En bovendien, het was toch Jezus idee om naar de overkant te gaan. Ze zijn Hem gehoorzaam geweest en nu dit. Dat kan God toch echt niet maken?

2. Moeilijke omstandigheden (Page 2)

(Wij zijn vaak bang)

Ik vind dit klacht van de discipelen wel herkenbaar. Als ik eerlijk ben. Dan denk ik terug aan bepaalde perioden uit de tijd dat wij in Chili waren. We hadden alles achter ons gelaten, de oversteek gemaakt naar het andere continent, bereid om God daar te dienen, en we kwamen midden in een conflict terecht. Een conflict tussen de directeur van het seminarie, van de vestiging waar ik zou werken, en de rector van het seminarie in de hoofdstad Santiago. Het conflict werd zo groot, dat de directeur het veld moest ruimen. Ineens werd alles anders. Alle afspraken konden in de prullenbak. Onzeker. Midden in de turbulentie. Geen kalm begin.

Misschien herken je dat ook uit je eigen leven. Vol enthousiasme belijdenis gedaan, maar ineens is daar die ziekmakende twijfel, die lastige situatie op je werk of in je relatie. Ineens begint het te stormen in uw leven, na dat bezoek aan de dokter. Ineens is daar die golf van teleurstelling. Ineens is daar dat bittere conflict op je werk of in je familie. Ineens valt de donkere schaduw van zorg en moeite over je leven. Net nu je die nieuwe stap hebt gezet naar God toe, nu je juist zo ervoor gebeden had. Waarom dit, waarom wordt alles bij mijn handen afgebroken, vroeg die broeder aan het begin. Waarom voel ik mij zo leeg?

Zo kan er aan ons leven geschut worden. Zo kan onze levensboot op en neer gaan. Het waait hevig. Er zijn golven. In je gezin. In je familie. In de kerk. Dan kan zomaar het moment komen dat je het uitroept: Meester wordt wakker, help, ik zie niet hoe het verder moet. En het lijkt wel of Jezus slaapt. Heb je die gedachte soms niet? Op je sombere momenten. Waar is God in dit alles? Kan het u niet schelen wat er gebeurt in mijn leven? Geen kalme reis.

3. Jezus is erbij (Page 3)

(Jezus stilt de storm)

Maar er is één ding dat alles anders maakt voor de discipelen. En dat is: Jezus is erbij, in de storm, in hun boot. Geen kalme reis, maar Jezus is erbij. Dat maakt alles anders!

‘Al zweept de storm ons voort, wij hebben ’s Vaders Zoon aan boord’, zegt een oud lied.

Weet u, Marcus heeft dit evangelie in het jaar 65 na Christus in Rome geschreven. Marcus is de secretaris geweest van de apostel Petrus. Zijn evangelie is het getuigenis van Petrus. Dat weten we uit andere bronnen. Het is de tijd van keizer Nero. Nero had grote problemen in zijn land. In het jaar 64 brak er een grote brand uit in Rome. De mensen wilden de keizer ervan beschuldigen. Nero zocht toen een zondebok. Deze vond hij in de christenen. Hij heeft ze op een gruwelijke manier om het leven gebracht. Gekruisigd, in brand gestoken als fakkels, en voor de wilde dieren geworpen. Dat was hun lot. Geen kalme reis. De golven van vervolging en lijden sloegen over hun leven heen. Net als de discipelen in de boot. Maar waar moesten de christenen in Rome aan vasthouden? Hoe hevig de stormen ook zijn, Jezus is erbij! Hun leven ligt in Zijn hand!

Wie de Here Jezus volgt, in Hem gelooft, krijgt met stormen te maken. Onherroepelijk. Alleen het lastige van een storm is, dat wij vaak niet weten wie er achter zit. Kijk, Jona was op de vlucht voor God. God had een belangrijk taak voor hem. Hij moest met de boodschap van God naar Nineveh.Maar hij wilde niet. Hij was ongehoorzaam. God gebruikteen storm om hem tot inkeer te brengen. Soms is de storm in ons leven gevolg van verkeerde keuzes. Staat God het toe, om ons wakker te schudden, om ons tot inkeer te brengen, omdat we op de verkeerde weg gaan. God kan aan onze levensbootschudden.

Soms is de storm een aanval van satan, omdat hij niet wil dat wij de weg van God gaan en de Here gehoorzamen. Dan probeert hij ons te dwarsbomen, te intimideren. Lutherzei eens: met Jezus aan boord kun je rekenen op storm, want de duivel gaat nooit op een lege boot af.

Hier in Marcus is dat laatste het geval. De storm is een aanval van satan. Want in vers 39 lezen we dat Jezus de storm en de zee bestraft. Zijg, wees stil! Dat woord ‘bestraffen’wordt in het evangelie steeds gebruikt wanneer Jezus mensen van demonen bevrijdt. Jezus ziet in de plotselinge opkomende wervelwind een aanval van satan. Waarom nu, op dit moment? Het is nacht. Jezus gaat naar de overkant toe om daar een man te bevrijden die bezeten is. Het leven van de man is een grote nachtmerrie. Hij is bezeten door een legioen van demonen. Het gebied aan de overkant is bezet terrein. Daar heeft satan de regie. Daar leven mensen in de schaduw van de dood. Jezus gaat daarheen om deze man te verlossen. Later zal hij zendeling worden in dat gebied.De man die zo gekweld is. Zo overspoeld door golven van het kwaad. Satan voorvoelt wat er gaat gebeuren. Hij gaat terrein verliezen en doet een wanhopige poging de boot van de discipelen te laten vergaan. Maar Hij heeft niet op Jezus gerekend. Satan vist achter het net.

Dat is later trouwens nog een keer gebeurt. Op Golgotha. Toen Jezus aan het kruis verzoening deed voor onze zonden. Toen dacht satan: nu heb ik je. En in de drie uur duisternis wierp hij zich met al zijn handlangers op Jezus. Hoe verschrikkelijk moet voor onze Heiland die storm van het kwaad geweest zijn. Maar Jezus bleef in de storm op Zijn Vader vertrouwen. Dwars door de dood is satan op zijn nummer gezet en verslagen. In opstanding is de macht van Jezus gebleken.

Hier, midden in de storm, slaapt Jezus. Wat wil dat zeggen? Ja zeg je, Hij is moe natuurlijk. Dat ook. Het was een intensieve dag geweest. Ja, maar dat niet alleen. Jezus slaapt, omdat Hij weet: er is Iemand die over mij waakt. Mijn leven is in de hand van mijn hemelse Vader! Hij zorgt voor mijn leven, ook in de storm. Al lijkt het er niet op. En loopt de boot steeds voller. Al gaat de storm nog zo te keer. Het glipt Jezus nooit uit de hand.

Wat een les voor de discipelen. Ze maken Jezus pas wakker, als de boot bijna vol is gelopen. Ze hebben eerst in eigen kracht geprobeerd de dingen op te lossen. Maar dat heeft niet geholpen. Ze komen bij Jezus met lege handen. Maar het is nooit te laat, als je om hulp tot Jezus gaat.

Wat een ontdekking doen ze in de storm. Jezus hoeft maar één woord te spreken, tot de storm en de zee. Zwijg, wees stil. En de zee en het water komen tot bedaren. Er kwam een grote stilte. De stilte van de zee en de wind. Maar het wordt ook stil in hun hart. Stil van ontzag. Jezus was erbij, als de machtig Heer, die de storm en de zee tot bedaren brengt. Het is Pasen geweest. Jezus heeft alle macht in hemel en op aarde.

Waarom zijn jullie zo angstig, vraagt Jezus. Heb je dan geen geloof? Durf je Mij niet te vertrouwen? En zij vreesden met grote vrees. De angst heeft plaatsgemaakt voor vrees, voor ontzag. Wie is Deze, dat de wind en zee Hem gehoorzaam zijn? Dat is Jezus, die wolken, lucht en winden, wijst spoor en loop en baan, die ook wel wegen zal vinden, waarlangs onze voet zal gaan. Door de storm leren ze Jezus dieper kennen. En ze worden er stil van.

4. Jezus gaat ons voor (Page 4)

(Jezus stilt onze storm)

Gemeente, zullen we dat meenemen, vanmorgen, dat we in ons leven niet naar de golven moeten kijken, en naar storm, maar naar Jezus. Ons leven ligt in Zijn handen. Ik ben veilig in Jezus armen. Hij is de Heer van ons leven. Ik ben van Hem. Hij gaf zijn leven om te redden van de dood. Mij te reinigen van mijn zonde. Heef alles gedaan om mij te behouden. Op Golgotha heeft Hij zelfs de zwaarste storm getrotseerd. Zou ik dan nog bang zijn voor de golven? Jezus is Heer over elke storm in ons leven. Jezus is machtiger dan welke moeilijke situatie dan ook.

Kijk niet naar de golven. Maar kijk naar Jezus. Zeg niet tegen God hoe groot uw probleem is. Zegen tegen uw probleem hoe groot God is.

Weet u, daar moeten we elkaar bij helpen. Daarvoor zijn we aan elkaar gegeven. Om elkaar aan te sporen ons op Jezus te richten. Waarom? Omdat er altijd van die stemmetjes zijn in ons hoofd. We zijn misschien wel vol vertrouwen vetrokken. Afgemeerd. Het was mooi weer. Maar toen kwam de storm. En werd het vertrouwen aangevochten. En kwamen de stemmen: waarom houd je nog vast aan het geloof? God ziet je toch niet staan. Zeg nou zelf. Wat zie je ervan dat Hij machtig is? Waarom zou je in de gemeente, in de Bijbel investeren? Levert dat dan wat op?

Als ik zo door twijfel en stemmen geplaagd wordt, dan heb ik een medebroeder en een medezuster nodig die tegen mij zegt: en toch, Gerrit, weet je: houd vol, Hij laat niet los, wat zijn hand begon. Ik heb dat ervaren. Hij laat ook jou niet los. Weet u, dan kun je weer verder.

En vandaag? Vandaag geeft God ons een teken van Zijn trouw. In de doop. Drie kinderen wordt in het water gedoopt. Ik zalruim water gebruiken. Kijk dan even goed. Dat wateris een symbool. Van die stormen en golven die over het leven van dat kwetsbare kind slaan. Maar dan is daar de hand van God, op het hoofd van de kleine. Jij bent van Mij! Jezus heeft zijn leven voor je gegeven. En dat mag hun houvast zijn in het leven. Jezus dat is het enige fundament, dat stand houdt in welke storm dan ook. Jij bent van Mij!

Geloven dat is op weg gaan met je levensboot. Dat is geen lege boot. Bij wie zich aan Jezus gewonnen heeft gegeven, is Hij aan boord gekomen. Aan boord van ons levensschip. Mag ik je vragen, heb jij de Here Jezus uitgenodigd, om in je levensboot te komen?Zonder Jezus neemt de duivel ons te grazen en halen we de overkant niet.Maar met Jezus kunnen we elke storm weerstaan, want Hij houdt ons staande.

Dat is het geheim van een christen: in welke storm dan ook: Jezus is erbij. Want dat is Zijn Naam. Immanuël. Ik zal er zijn.

Geloof het evangelie en stel je vertrouwen maar op de Here Jezus, want in Zijn hand ligt heel je levenslot. Amen.