Jezus is koning, breng hulde, geef Hem eer!

Schriftlezing: Lucas 24:50-53 - Hebreeën 1:1-3; 2:1-10
Datum: 30 mei 2019
Download PDF


1. Met blote oog niet te zien

‘Wij zien Jezus met eer en heerlijkheid gekroond’. Met dat kleine zinnetje geeft de schrijver van de Hebreeënbrief de kern weer van wat wij vandaag vieren. Hemelvaart, dat is de dag waarop Jezus terugkeert naar Zijn Vader in de hemel. De dag waarop Hij gekroond wordt, met eer en heerlijkheid. De kroning van Jezus is een beloning voor zijn heilswerk hier op aarde.

Wij zien Jezus met eer en heerlijkheid gekroond. Het is opvallend dat de schrijver dat zo zegt. Want waar haalt hij dat eigenlijk vandaan? Het is namelijk niet iets wat wij met het blote oog kunnen zien. Het is alsof hij ons een kijkje achter de schermen gunt. Met het blote oog valt dat niet zomaar te zien.

Want wat vertelt Lucas ons? In feite niet zo heel veel. Wel belangrijke dingen, maar zijn beschrijving is heel sober. Hij houdt zich aan de feiten. Wat vertelt hij ons dan?

Jezus leidt zijn discipelen naar buiten, op de weg naar Bethanië, vermoedelijk ergens rond de olijfberg. Jezus heft als een priester de handen omhoog en zegent hen. En als Hij dat doet, wordt hij opgenomen in de hemel. De discipelen aanbidden Hem, en als Hij weg is, keren ze met grote blijdschap terug naar Jeruzalem. Meer vertelt Lucas niet. Maar ondertussen is het wel indrukwekkend. Want het laatste wat de discipelen van Jezus zien, zijn Zijn handen die zegenen. Al is Hij niet meer bij hen, het beeld van die zegenende handen blijft hangen. Uit die zegen komt vergeving van zonden, de belofte van de Geest en de vernieuwing van het leven. Uit de zegen van Christus komt Zijn kracht, uit Zijn zegen komen de vrucht en de gaven. Het is de zegen op grond van het volkomen en volbrachte offer van de verzoening. Heel hun leven en bediening, en die van ons trouwens ook, staat sindsdien in het kader van de zegen van Christus. Die zegen waardoor Hij geeft wat Zijn discipelen nodig hebben om Hem te volgen en te dienen.

Dat beeld moeten we dus – volgens Lucas – steeds voor ogen houden. Dat wij voortdurend aangewezen zijn op de zegen van Christus. Zonder Zijn zegen zal niets wat we doen vrucht kunnen dragen.

Maar dan, als Jezus weg is, wat zien we dan? Niet meer dan wat Lucas schrijft. Hier: ‘Hij werd opgenomen in de hemel’. In Handelingen 1 voegt hij er aan toe: ‘een wolk onttrok Hem aan hun ogen’. De discipelen zien dat Jezus weg is. Maar de schrijver gaat nog een stapje verder. Hij denkt na over wat er gebeurt als Jezus dan in de hemel is opgenomen. Dat valt met het blote oog niet te zien. Maar het is niet minder waar en van betekenis.

2. In de hemel opgenomen

Wat betekent de hemelvaart voor Jezus zelf dan? Nou dat komen we op het spoor door de wolk waarover Lucas spreekt. Het is namelijk geen gewone wolk. Het is de Sjechina van God. In het OT was dat de uitdrukking voor de aanwezigheid van God. De Sjechina, de wolk van Gods tegenwoordigheid was er bij de woestijnreis van de Israëlieten, overdag in de wolkkolom en ’s nachts in de vuurzuil. Toen de tabernakel gereed was, daalde de Sjechina van God neer op de tent waarin de Ark van het Verbond stond (Ex. 40:34-38). En ook bij de inwijding van de tempel, daalde de wolk van Gods Sjechina neer (2 Kon. 5:2-14). De wolk is een een teken van Gods aanwezigheid.

Later, toen het volk ongehoorzaam werd en andere goden ging dienen en er afgodsbeelden in de tempel terecht kwamen, verlaat de Sjechina van God de tempel (Ez. 10). God kan niet langer meer wonen bij Zijn volk. En de wolk verplaatst zich dan naar de berg, ten oosten van de stad Jeruzalem, naar de Olijfberg. Op die berg komt de heerlijkheid van God tot rust. Daarom ging Jezus zo vaak op de olijfberg bidden. Dan verkeerde Hij op een bijzondere manier in de tegenwoordigheid van God.

Het is deze wolk, deze Sjechina, die de discipelen zien. En Jezus gaat deze wolk binnen. Hij wordt in de wolk opgenomen. Het Griekse woord hier gebruikt wordt, is beeldend. Het wordt in het NT gebruikt voor iets dat opgepakt wordt (Ef. 6, de wapenrusting; Hand. 20, iemand aan boord nemen). Vanuit de wolk reikt de Vader naar Zijn Zoon en haalt Hem thuis. De wolk vormt de toegangsdeur tot de hemel. De deuren van de hemel openen zich en de Vader haalt Jezus thuis.

En precies dat moment haal de schrijver zich voor ogen: ‘wij zien Jezus met eer en heerlijkheid gekroond’. Want als Jezus door Zijn Vader wordt thuisgehaald, heeft Hij zijn heilswerk op aarde volbracht. De kloof die er was tussen God en ons, is door Jezus overbrugd. De zonde die scheiding maakte, heeft Jezus gedragen aan het kruis. De dood als oordeel van God, die het einde van alles betekende; de tegenstand van satan. Jezus heeft dat alles overwonnen. Tot in de diepste diepte van de hel is Jezus trouw geweest aan Zijn Vader. Om die reden heeft God hem verhoogd. De opstanding en de hemelvaart vormen samen de verhoging van Jezus. De bekroning van zijn werk op aarde.

Wat een bijzonder moment voor Jezus. Als de poorten van de hemel zich voor Hem openen en Hij de hemelse heerlijkheid binnengaat. De hemel die overloopt van glorie en blijdschap. Liederen die klinken en vreugdegezang. De engelen die op hun trompetten blazen en zingen en in hun handen klappen. Nog nooit had men gezongen als op dit moment. Jezus die binnenkomt, geflankeerd door legers van engelen. De Vader die opstaat van Zijn troon om zijn eigen Zoon te verwelkomen.

Jezus die naast de Vader op de troon plaatsneemt en de Naam boven alle Naam ontvangt: Here der Heeren en Koning der koningen. En het loflied dat klinkt: ‘Het lam dat is geslacht is, de Leeuw van de stam van Juda, is waard te ontvangen de eer, sterkte, heerlijkheid en dankzegging.’ Indrukwekkend, moet dat geweest zijn. Voor Jezus. Voor de Vader en voor iedereen die op dat moment in de heerlijkheid van God was.

Wij zien Jezus met eer en heerlijkheid gekroond. Hemelvaart, Jezus is Koning, breng hulde, geef Hem eer! Dat vieren wij vandaag, op deze hemelvaarsdag. Jezus is Koning. Hij heeft de strijd gestreden. Hij heeft de overwinning behaald. Het is Pasen geworden. Hij regeert. Zijn koninkrijk staat vast.

3. Nog niet zichtbaar

Maar, er is een maar, je ziet het alleen als je met de verrekijker van het geloof kijkt. Je ziet het alleen als je de bijbelse feiten op je laat inwerken. Je ziet het alleen met de ogen van het geloof. Want als je vandaag om je heen kijkt, zie je dat namelijk met je gewone oog niet. Wat wij wel zien is gebrokenheid, lijden, de duivel die regeert, de aarde die verre van volmaakt is.

Ook daar legt de schrijver van Hebreeën 2 trouwens ook de vinger bij. Want vlak voordat hij spreekt over Jezus die met eer en heerlijkheid gekroond is, zegt hij ook nog iets anders, namelijk: ‘nu zien wij echter nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn’. Nog niet. De koning heeft op de troon plaats genomen, maar er is hier op aarde nog zoveel dat hiermee in strijd is.

Als je het journaal ziet, de beelden van terreur en haat, wanneer je ziet hoe mensen elkaar het leven onmogelijk maken, elkaar afslachten, waar machtshebbers mensen klein houden, onderdrukken, en politieke tegenstanders opsluiten of om het leven brengen, dan lijkt het wel alsof de duivel het voor het zeggen heeft. Maar je hoeft er helemaal niet zover van huis te gaan. Mensen die elkaar het leven zuur maken, in een gezin, in een huwelijk. Wat een stil verdriet geeft dat. We zien om ons heen de macht van de zonde en de afbraak door ziekte en de dood. De lege plek. Het lijden.

En in ons eigen leven, merken we dan wel dat Christus regeert? Ja, soms wel. Waneer we zijn nabijheid ervaren, waneer hij deuren voor ons opent, een gebed verhoort, wanneer iets moois ons toevalt, van een geboorte, een jubileum, een examenuitslag. Maar er is altijd ook dat andere, dat onvolkomene, de zonde die je er maar niet onderkrijgt, zulke goede voornemens, maar wat lastig om ze na te komen. Zoveel genade ontvangen, maar na een paar dagen val je jezelf ook weer zo tegen. De lege plek. Ziekte. Zorg. Dat is er ook allemaal.

Dat is de spanning die de schrijver van de Hebreeënbrief ook voelt. Aan de ene kant is de Zoon blijkens Zijn hemelvaart boven iedere engel, macht en kracht verheven (Ef. 1:20-22), en zijn getuigenis is bevestigd door tekenen, wonderen en allerlei krachten, ja zelfs met de gaven van de Heilige Geest, lezen we in vers 4. En tegelijkertijd is er ook nu de zichtbare realiteit, dat er vijandige machten zijn, die zich nog niet aan de heerschappij van Christus hebben onderworpen (1Kor. 15:24-28). Deze realiteit hebben de lezers aan den lijve ervaren. Zij werden namelijk om de naam van Jezus vervolgd (Heb.10:32-34). In hoofdstuk 11 lezen we zelfs dit over de gelovigen: ‘door het geloof hebben zij koninkrijken overwonnen, gerechtigheid in praktijk gebracht, beloften verkregen, muilen van leeuwen gesloten. Zij hebben de kracht van het vuur geblust, zij zijn aan de scherpte van het zwaard ontkomen, zij hebben in zwakheid kracht ontvangen, zij zijn machtig geworden in de oorlog, legers van vreemden hebben zij op de vlucht gejaagd. Vrouwen hebben hun doden teruggekregen door opstanding uit de dood. Maar anderen zijn gefolterd … En weer anderen hebben spot en geselslagen verdragen, ja zelfs boeien en gevangenis. Zij zijn gestenigd, in stukken gezaagd, in verzoeking gebracht, met het zwaard ter dood gebracht. Zij hebben rondgelopen in schapenvachten en geitenvellen. Zij leden gebrek, werden verdrukt en mishandeld.’ (11:33-37).

De machten van zonde, dood en duivel zijn onttroond, maar ze hebben ondertussen nog veel speelruimte om kwaad te doen. Het koninkrijk en koningschap van de Zoon zal pas in zijn volheid zichtbaar worden wanneer de Heer terugkomt.

Wij zien Jezus. Nu zien wij echter nog niet. In die spanning vieren wij als kerk de hemelvaart van de Here Jezus. Zijn kroning in de hemel. Terwijl hier op aarde nog zoveel strijd is. Dat roept als vanzelf de vraag op: wat beteken de hemelvaart van Christus voor ons dan? Wat is daarin dan de bemoediging voor ons?

4. Het nut van de hemelvaart

a. Meer nabij.

Het eerste is dit: sinds Zijn hemelvaart is Jezus ons meer nabij dan ooit. De hemel is niet daar boven, ver weg bij ons vandaan. Maar is hier dichtbij. Wij worden hier op aarde door de hemel omringt. Denk maar even aan de Here Jezus. Na zijn opstanding kon Hij zomaar de huiskamer van de discipelen binnenkomen. Hij kon zomaar verschijnen aan de twee Emmausgangers en ook weer uit hun zicht verdwijnen. Vanuit de hemel kan de Here Jezus het leven van mensen op aarde binnenkomen. Omdat de hemel de aarde op zo’n manier omgeeft, dat iemand die in de hemel is overal op aarde aanwezig kan zijn. Dat is voor ons moeilijk voor te stellen. Maar voor wie het gelooft, is dat een geweldige troost. Door Zijn hemelvaart heeft Jezus de aardse beperkingen achter zich gelaten, om ons dichter nabij te kunnen zijn.

b. Op de troon.

En het tweede, ons leven is geen speelbal van het toeval of van duistere machten. Jezus hemelvaart zegt mij dat niet machthebbers en niet de duivel, maar Jezus op de troon zit. Hij heeft overwonnen. Hij draagt ons op het hart en is ons geen ogenblik kwijt, ook nu Hij op de troon zit. Niemand kan ons uit Zijn hand rukken. Er kan wel hardnekkig verzet zijn tegen de heerschappij van Christus, maar dat verzet loop op niks uit. Eenmaal zal iedereen Hem als Heer moeten erkennen. Het evangelie vraagt van ons dat wij Jezus als Koning erkennen in ons leven. Hebt u en jij dat ook gedaan? Dan mag je echt weten dat niets je van de liefde van Christus zal scheiden.

c. voortdurend gebed.

Als derde mag de hemelvaart van Jezus ons tot troost zijn, omdat Hij in de hemel onze belangen behartigt bij de Vader. Als de Middelaar bemiddelt Hij voortdurend ten behoeven van ons. Hij bidt voor ons, zonder ophouden. Hij pleit voor ons. leidt ons door Zijn Geest. Omdat Hij maar een verlangen heeft: ‘Vader, Ik wil dat waar Ik ben ook zij zullen zijn die U mij gegeven heeft.’

Ons leven wordt gedragen door het gebed van Jezus. Zo is de hemelvaart van Jezus ons tot troost. Opdat wij in dit dal de moed niet verliezen, maar moedig stand zullen houden en eenmaal de overwinning zullen behalen.

5. Met blijde verwachting

Het is als met ouders, van wie hun zoon of dochter in het buitenland is. Ze hebben contact met ‘skype’. Ze kunnen elkaar horen en spreken, soms zelfs zien. Hoewel hun kind duizenden kilometers ver weg is, is hij of zij veraf en toch dichtbij. Maar via skype kun je elkaar niet omhelzen, dat kan pas als elkaar op Schiphol weer ziet.

Of die vader, die weggegaan is voor zijn werk naar het buitenland, maar aan zijn dochter belooft heeft als ze jarig is weer thuis te zijn. Wat doet ze. Ze telt de dagen af. Tot dat het moment komt dat ze haar vader weer in de armen kan sluiten.

Zo richt de hemelvaart van Jezus onze blik vooruit. Naar de dag dat Hij terugkomt en alles anders zal zijn. Wie door het geloof met Hem verbonden is, zal naar die dag uitzien, met groot verlangen. Ik hoop en bidt dat je dat doet. Wanneer zal Hij komen? We weten het niet. Maar als Hij komt, dan vliegen we Hem om de hals en zeggen we tegen Hem: dank u Here Jezus. U zij de lof en de eer tot in heerlijkheid. Dan zien we Jezus met eer en heerlijkheid gekroond. Met eigen ogen. Wat een feest zal dat zijn. Amen.