Een huis van gebed en ontferming (in tijden van crisis)!

Schriftlezing: 2 Samuël 5:6-10 - Mattheüs 21:12-17
Datum: 29 maart 2020
Download PDF


Gemeente van Christus, broeders en zusters, jongelui, jongens en meisjes

1. Er was eens een koning …

Er eens een man die koning werd over verschillende stammen. Elke stam had zijn eigen gebied. De mensen van een stam wilde het liefst dat de koning zijn paleis in hun gebied zou bouwen. Dan zouden zij belangrijker zijn dan de andere stammen. Maar de koning bedacht iets anders. Hij koos een stad uit die van niemand was en daar wilde hij zijn paleis bouwen. Nu zou geen enkele stam zich beter voelen dan de anderen. Maar er was één probleem: de stad lag op een berg en in de stad woonde andere mensen. De koning zou de stad dus moeten veroveren. De mensen in de stad vertrouwden erop dat ze het leger van de koning konden tegenhouden. Ze waren zo zeker van hun zaak, dat ze de koning een bericht stuurden: ‘onze soldaten zijn met vakantie, maar we hebben blinden en mensen die verlamd zijn op de muur gezet, zij kunnen de stad makkelijk verdedigen. Maar de koning was slim en bedacht een plan. De stad was afhankelijk van een waterbron. Hij gaf zijn soldaten de opdracht door de tunnel te kruipen en de stad in te nemen. Dat lukte. En zo kon de koning de stad veroveren en zijn paleis bouwen. Maar de spottende opmerking van de inwoners over de blinden en lamme mensen was hij niet vergeten. Dus maakte hij een gebod: blinden en lamme mensen zijn in deze stad niet welkom. Hij wilde geen herinnering meer hebben aan de spot van de vijand.

We kunnen wel raden denk ik wie deze koning was. Dat is natuurlijk koning David. De stad was Jeruzalem. En de plek waar blinden en lamme mensen niet mochten komen was de tempel, het huis van God. Deze geschiedenis hebben gelezen in 2 Samuël 5. David werd koning van de 12 stammen van Israël en de hoofdstad waar zijn paleis stond, was van geen enkele stam. Een begrijpelijke keuze om deze stad te kiezen. Maar wat niet goed te begrijpen was, was het gebod dat David had gegeven. Dat geen enkele blinde en lamme in de stad naar het huis van God mocht komen. Was je gehandicapt, dan hoorde je er niet echt bij. Zo is het eeuwenlang geweest…

2. Jezus is de ware koning

Totdat de Heere Jezus kwam. Hij begint te herstellen wat sinds David is misgegaan. De fouten van David. De zonde van het volk. Zo zijn we aangekomen bij Mattheüs 21, het gedeelte over de intocht in Jeruzalem en de tempelreiniging. Als Jezus bij Jeruzalem aankomt, dan beginnen de mensen te roepen: ‘Hosanna, de Zoon van David. Gezegend Hij die komt in de Naam van de Heere’. En even later, als Jezus op het tempelplein is, roepen de kinderen het ook: ‘Hosanna, de Zoon van David’. Iedereen in Jeruzalem beseft dat er iets bijzonders gaat gebeuren. Dat blijkt uit twee dingen.

Een. Ze noemen Jezus de Zoon van David. Iedereen in de stad wist, dat de Messias, de door God beloofde Redder, een Zoon van David zou zijn. Uit het geslacht van David. De Zoon van God en tegelijk een Zoon van David. Er gebeurt dus iets bijzonders. De mensen beseffen dat de Heere Jezus de door God beloofde Redder is. Hij komt de stad bezoeken. Er gaat iets belangrijks gebeuren.

Twee. Dat hier iets bijzonders gebeurt, blijkt ook uit wat de mensen zeggen. Zowel de mensen als de kinderen roepen: ‘Hosanna’. Dat woordje kennen wij wel. Lied 298 uit de bundel Opwekking zegt: ‘Hosanna, hosanna in de hoge, Heer, ons hart is vol lof. Wij verhogen uw naam. Hosanna in de hoge.’ Hosanna klinkt als een oproep om God te loven. Dat is zeker belangrijk. Maar weet je wat ‘hosanna’ betekent? Het is Hebreeuws en betekent letterlijk: ‘Heere, redt ons toch!’ Dat roepen de mensen en de kinderen Jezus toe. U bent de Messias, Heere redt ons toch!

En dat is precies waarvoor de Heere Jezus is gekomen. Hij is de beloofde Redder. Hij komt alles goed maken. En als Hij in Jeruzalem komt, gaat de Heere Jezus gelijk naar de tempel toe. Dat is het eerste wat Hij doet.

Waarom doet Hij dat? De Heere Jezus laat in de tempel zien waarvoor Hij gekomen is. ‘Heere, redt ons toch’, roepen de mensen, Hosanna, en Jezus laat daar op het tempelplein zien wat redding inhoudt. Hij laat aan de mensen zien waarvoor Hij gekomen is. Drie dingen doet Hij daar. Je weet dat het getal 3 in de Bijbel belangrijk is. 3 dingen doet Jezus om te laten zien waarvoor Hij gekomen is.

3. (A) Hij reinigt de tempel en laat zien dat de tempel een huis van gebed moet zijn!

Als Jezus op het plein bij de tempel komt, ziet hij tafels staan van geldwisselaars. Hij ziet mensen die duiven verkopen. Nu moet je weten, dat dit gebruikelijk was. De Joden die de tempel bezochten, kwamen overal vandaan. Niet alleen uit Israël, maar ook uit omringende landen: Egypte, Syrië, Libanon. De handel op het tempelplein had te maken met de offers die in de tempel gebracht werden. Elke jood moest rond Pasen tempelbelasting betalen: een halve sikkel. Dat was ongeveer het loon van twee dagen werk. Maar op het geld dat de mensen hadden stonden afbeeldingen van keizers en andere machthebbers. De Joden hadden daar moeite mee. Want er was maar een Koning in de wereld, en dat was Heere God. Daarom moesten de bezoekers hun gewone geld inwisselen voor speciale munten, zonder afbeelding van een keizer. Daarom stonden de tafels van de geldwisselaars daar. En ook konden mensen daar spullen kopen voor de offers: dieren, wijn, olie, zout etc. De arme mensen, die weinig geld hadden om een groter dier te offeren, konden dan duiven kopen.

Dat was allemaal gebruikelijk. Maar het probleem was, dat de priester probeerden geld te verdienen om er zelf beter van te worden. Door de wisselkoers zo te maken, dat mensen meer moesten betalen. Of de lammetjes die de mensen zelf meenamen af te keuren, zodat ze daar moesten kopen. Dus het was dubbel. Er werden offers gebracht aan God. Als dank voor de geboorte van een kind of een bepaalde zegen en voor de verzoening van de zonden, maar tegelijk werd er misbruik gemaakt van de mensen. En: het was druk op het tempel plein. Mensen schreeuwen door elkaar heen. Je kon de dieren horen.

Als Jezus dan komt en dat alle ziet ontsteekt Hij in woedde. Hij drijft de mensen naar buiten, keert de tafels ondersteboven, gooit de stoelen om. Daarmee legt Hij alles op het tempelplein stil. Opeens is het stil. En Hij roept de mensen toe: Het huis van God moet een huis van gebed zijn! Jezus legt de tempeldienst stil en wijst naar wat de profeten al hadden gezegd (Jesaja, Jeremia): Mijn huis, zegt God, zal een huis van gebed zijn.

Dat is het eerste dat hier gebeurt. Jezus bepaalt de mensen bij hoe de tempel bedoeld is. Een huis van gebed. Een plek waar mensen samenkomen om (1) God te danken en (2) Hem te bidden.

Gemeente, ik moest deze week ook denken aan de coronacrisis. Door het virus komen heel veel dingen stil te liggen. Onze studie. Ons werk. School. Alles is ineens anders. Maar in de kerk hebben we daarmee te maken. In een keer gaat er een streep door al die dingen die we gepland hadden. Door het virus hebben we veel dingen moeten afzeggen (belijdenisdienst, huwelijk, club, catechisatie, bijbelkring). Dat is jammer. Verdrietig ook. Moeilijk. Maar ik moest toch steeds aan dit woord van de Heere Jezus denken. De tempel is een huis van gebed. In het NT wordt de gemeente en de gelovige tempels genoemd. Misschien zegt Jezus door deze crisis wel tegen ons: laat mijn huis een huis van gebed zijn. Vergeet niet dat het gebed het allerbelangrijkste is.

Ik kreeg vrijdag een berichtje van een bevriende dominee, uit Chili dat helemaal op slot zit, en hij zei: ‘ik heb heel sterk de overtuiging dat God wil dat we deze tijd gebruiken voor gebed en dat we ons meer nog dan ooit richten op Hem en op Zijn Woord’. Mijn huis zal een huis van gebed zijn. Er is immers zoveel nood. Door de crisis heen komen mensen naar ons toe met vragen. En God wil niets liever dan ons gebruiken. En daarom is het gebed voor onszelf en voor anderen zo belangrijk.

Vandaag zullen we dat ook doen in deze dienst. Danken. En bidden voor de nood van mensen, dichtbij en ver weg. Een huis van gebed. Nu het tweede. Wat doet Jezus nog meer?

4. (B) Jezus geneest lammen en blinden!

Mattheus vertelt dat blinde en kreupele mensen naar Jezus toekomen en dat Jezus hen geneest. Dat is bijzonder. Sinds Davids uitspraken waren blinden en lammen in de tempel niet welkom. Ze moesten buiten bij de poort zitten. Daar konden ze bedelen en om hulp vragen. Maar nu komen ze naar Jezus toe en Hij ontfermt zich over hen. Jezus doorbreekt de regel van David. Hij breekt de vloek die er op deze mensen lag. Ook zij mogen bij God horen.

Jezus geneest ze. Waarom? Om aan de mensen te laten zien dat Hij de Messias is. En als de Messias zou komen, wat zou er dan gebeuren? De profeet Jesaja zegt in hoofdstuk 35: ‘Dan zullen de ogen van de blinden worden geopend, de oren van doven worden ontsloten. Dan zullen verlamden springen als hert, en de de mond van stommen zal jubelen’. Jezus laat zien dat Hij gekomen is om alle dingen nieuw te maken. Jezus is gekomen om elke vloek te verbreken. Natuurlijk, voor alles de vloek van de zonde. Door de zonde zijn wij buiten gesloten van de gemeenschap met God. Daarom gaat Hij de weg naar het kruis om verzoening te doen, zodat u, jij en ik, met God verbonden kunnen zijn.

Jezus is gekomen om mensen die buiten gesloten zijn, te vertellen dat zij erbij horen. Bij God is geen aanziens des persoon. Wie je ook bent, wat je verleden ook is, niemand is te slecht, te zondig, te beperkt, om een relatie met God te kunnen hebben. Wat een wonder is dat. Daarom heeft Jezus extra oog voor kwetsbare mensen, die buitengesloten waren. Zo heeft Hij oog voor elk mensenkind, hoe getekend dat is door zonde, ziekte, verdriet en lijden. Hij weet raad. Hij is de Heiland, gekomen om alles nieuw te maken. Hier in de tempel doet Hij een teken. Kijk, zo zal het straks in het Koninkrijk zijn: geen ziekte, geen zonde, maar eeuwige vreugde. Geloof je dat?

Het enige wat je hoeft te doen: is met je leven naar Jezus gaan en zeggen: Heer, wees mijn Heiland. Zo mogen wij ook in deze dienst bidden tot de Heere Jezus, die onze hemelse dokter is, voor zieken en zwakke mensen, met het gebed dat Hij zich over hen ontfermt. Hij kan en wil en zal in nood volkomen uitkomst geven! Hij is een God van ontferming!

En dan het derde.

5. (C) Er zijn kinderen die Hosanna roepen

Mattheus legt ook hier even de vinger bij. Op het plein staan priesters en schriftgeleerden. Ze zien de wonderen die Jezus doet en ze horen de kinderen Hosanna roepen, en dan worden ze boos. Jezus, laat ze hun mond houden. Ze zijn er niet van gediend. Maar waarom niet? Wat is er mooier dan dat de ogen van kinderen opengaan voor wie Jezus is? Dat is toch wat je als ouder verlangt en waar je om bidt. Dat ze van de Heere Jezus houden. Dat Hij hun Heiland is. Maar de geestelijker leiders moeten niet van Jezus weten. Ze wijzen Hem af.

Maar Jezus heeft een bijzonder plekje in Zijn hart voor kinderen. Zij vormen de nieuwe generatie. Zij horen er ook bij. Jezus hoort wat de kinderen zeggen. Ik weet niet hoe oud jij bent, maar denk nooit dat de Heere Jezus je niet hoort. Als je alleen op je kamer bent. Als je verdrietig bent. Als je je zorgen maakt. Hij hoort het en je mag alles tegen Hem zeggen.

Wij bidden voor twee kinderen vandaag. Ze zijn kwetsbaar. Zo zijn er meer in de kring van de gemeente. Soms vragen ze veel van ons als ouders. Hoe zal hun leven verder zijn? Wat zal er van hen worden? Maar hier bemoedigt Jezus ons. Want uit de mond van jonge kinderen en zuigelingen laat God een lofzang zingen. Hij ziet wat wij niet kunnen zien. Hij hoort wat wij niet kunnen horen. In hun gebrabbel. In hun avondgebedje. In wat ze zeggen hoort God een loflied. Hij ziet daarin het werk van Zijn Geest. Hij heeft oog voor het kleine en zwakke. Wees erdoor bemoedigd. Zo’n goede Heiland is de Heere Jezus. Voor groten en voor kleinen.

6. Wat een Heiland!

Gemeente, drie tekenen verricht Jezus. Alle drie laten ze zien waarvoor Hij gekomen is. Jezus gaat de weg naar het kruis. Hij zal gaan sterven. Dat is door onze zonden veroorzaakt. Deze wereld is ziek. Ze bloedt uit zoveel wonden. Mensen zijn in nood. Ze kunnen zomaar sterven aan een virus. Maar als ze de Heere Jezus kennen, is er toch hoop. Want dan is de dood niet het einde, maar de toegang tot het eeuwige leven. Wij kunnen mensen het geloof niet geven, maar we kunnen wel voor ze bidden. Mijn huis zal een huis van gebed zijn. Laten we dat doen in deze crisistijd. Wij hier beneden op aarde. De Heere Jezus doet het in de hemel. Want Hij leeft om voor ons en deze wereld te bidden.

En in geloof weten wij, dat onder ons leven, wat er ook gebeurt, Gods eeuwige handen zijn. Wij zijn in goede handen. Dat geeft moed om te bidden en om te zien naar anderen. Amen.