Jezus die voor ons pleit!(Hebreeën 7:25)

Schriftlezing: Mattheus 26:31-46
Datum: 6 april 2020
Download PDF


Broeders en zusters,

In het bijbelgedeelte dat we lazen zit een groot contrast. Aan de ene kant zien we Jezus, die aan het bidden is. Hij is intens in gesprek met Zijn Vader in de hemel. Bedroefd en zeer angstig is Hij, zo vertelt Mattheus. Aan de andere kant zijn daar de discipelen. Drie van de twaalf heeft Jezus meegenomen, dieper de hof in. Zij moeten Hem ondersteunen in het gebed. Maar ze kunnen dat niet. Drie keer vindt Jezus hen slapend.

Het is precies dit contrast – tussen de biddende Jezus en de slapende discipelen – wat het gebeuren in de hof van Gethsemane zo aangrijpend maakt. In de strijd die Jezus voert, staat Hij helemaal alleen. Het gebeuren in de hof legt iets bloot van wat al eeuwen lang het probleem is geweest.

Het probleem dat God had met Zijn volk. Dat als het er echt op aankwam, ze het liet afweten. De geschiedenis van Israël is een repeterende breuk geweest: van ja zeggen, maar nee doen. De geest was soms nog gewillig, maar het vlees bleek zwak te zijn.

Zo eenvoudig kan het soms gaan. Er is niets nieuws onder de zon. Je hebt het woord gehoord. Je weet wat God van je vraagt, maar je doet het niet. Je komt niet in beweging. Dat is het virus waarmee we allemaal besmet zijn geraakt.

En in de hof van Gethsemane komen die beide lijnen samen. Van de gewillige en sprekende God en de onwillige en slapende mens. Hoe kunnen die twee ooit weer bij elkaar komen?

Ze komen samen in de persoon van de Heere Jezus. Ook al laten mensen het afweten. Er is er ÉÉN die op zijn post blijft. Jezus, de Middelaar! Geknield in het stof van de hof.

Jezus bidt. Het nachtelijke gesprek gaat over drinkbeker, of die aan Hem voorbij kan gaan. De drinkbeker. In het Oude Testament is dat een beeld voor de toorn van God. De toorn die opgeroepen wordt door het menselijke kwaad en de ongehoorzaamheid. Zij vullen de beker, totdat de maat vol is. Dat geldt voor de volkeren. Dat geldt ook voor Israël, als zij ook doorgaat met zondigen en het dienen van de afgoden.

Als Jezus in gesprek is met Zijn Vader begint Hij deze toorn te ervaren. Hij begint op dat moment te ervaren, wat er gebeurt, als God zich van de mens afkeert. Hij voelt tot in het diepst van Zijn ziel, wat het betekent om voor eeuwig van God gescheiden te moeten zijn.

Want dat is het oordeel. Dat God ons loslaat. Aan onszelf overlaat. Aan de verlangens van ons hart. Dat we naar alle vrijheid kunnen doen doen wat we verlangen. Maar als we daaraan toegeven, dan raken we God kwijt, en daarmee raken we alles kwijt.

Paulus beschrijft in 2 Thessalonicenzen 1 dat het oordeel betekent, namelijk dat wij gescheiden raken van het aangezicht van de Heere en van Zijn heerlijkheid. Gescheiden betekent weg van Zijn liefde en genade, weg van Zijn heerlijke nabijheid. Gescheiden betekent over geleverd aan het kwaad en aan de willekeur van de zonde.

Daar heeft Jezus ons niet voor over. Daarom is Hij zo intens in gesprek met Zijn Vader. Hij bidt voor Zijn discipelen, voor allen die de Vader Hem heeft gegeven, Hij bidt voor Israël en deze wereld om Gods ontferming.

Net als bij het kruis, bidt Jezus: Vader vergeef het hun. Reken hun de zonde niet toe. Laat Mij het dragen. In de hof van Gethsemane draagt Jezus het nee van God over de zonde en de halfslachtigheid van ons mensen.

Het gaat er in de hof nog heftiger aan toe dan aan het kruis. Jezus is zo beangstigt dat hij druppels bloed zweet, vertelt Lucas. Waarom hier?

De Engelse opwekkingsprediker Jonathan Edwards zegt hierover iets dat raak is. Hij zegt: in de hof ervaart Jezus geheel vrijwillig het oordeel van God. Er komt geen mensenhand aan te pas. Straks zal met Hem gesold worden. Straks is Hij slachtoffer van de kwade praktijken van mensen. Straks zal Hij door anderen aan het kruis genageld worden, maar hier ondergaat Hij alles zelf en vrijwillig. Hier draagt Jezus uit eigen beweging het oordeel van God voor zondaren. Zodat niemand Hem later ooit zou kunnen verwijten, dat Hij niet anders zou kunnen.

In de hof wordt de toekomst van de geschiedenis van mens en wereld beslist. Wat als Jezus de drinkbeker niet had aanvaard, was de geschiedenis heel anders verlopen. Dan hadden wij hier niet gezeten.

Tot drie keer toe gaat Jezus kijken bij zijn leerlingen. Hij vindt ze slapend. Hij heeft geen steun aan ze. Maar terwijl zij slapen, heeft Jezus geworsteld voor hun behoud.

Lieve broeders en zusters, laten wij hier nooit te klein overdenken. Het feit dat Jezus zo geworsteld heeft met het oordeel van God, laat ons dat tot voorzichtigheid manen. Laten we nooit te gemakkelijk over de zonde denken. Laten we nooit denken, als we iets doen wat niet goed is, dat God ons wel zal vergeven. Dan hebben we het gewicht van de zonde nog niet genoeg gepeild.

Ik hoop en bidt dat dat beeld van Jezus die geknield is en voor ons bidt op ons netvlies zal blijven staan.

Een lied zegt: Zie hoe Jezus biddend strijdt met de pijn, verlatenheid. Zo alleen, verwond roept Hij: Mijn God, waarom verlaat U mij? Zie wat Jezus heeft gedaan; in zijn lijden heeft doorstaan. Zoveel liefde verwondert mij; niemand heeft zo lief als Hij.

Dat is het Evangelie van Getsemane. De drinkbeker is niet aan Jezus voorbijgegaan. Hij heeft die leeggedronken tot de laatste druppel. Daarom is er hoop voor wie gelooft. Want verbonden met Christus, is er vrijspraak en vergeving. Door het geloof rekent God ons de zonde niet toe.

Ja, wij zijn mensen, die struikelen en die zo gemakkelijk in slaap vallen als Jezus ons nodig heeft. Toch hoeven we niet te wanhopen. Want Jezus heeft de overwinning behaald. Op de Paasmorgen triomfeerde Hij over de zonde en de dood. Hij is opgestaan en leeft. Nu zit Hij aan de rechterhand van Zijn Vader. En daar bidt Hij voor ons en voor Zijn Kerk.

Neem dat mee vandaag. Wat er ook speelt in uw leven, weet één ding heel zeker: Jezus heeft voor u gebeden. Uw leven wordt gedragen door Zijn gebed.

Ja, laten wij de Heere Jezus dan hartelijk liefhebben. Kijken we naar onszelf, dan vallen we zo vaak tegen. Maar als we op Hem letten, is er altijd hoop. Amen.

Ds. G.C. Vreugdenhil