Gods goedheid proeven!

Schriftlezing: Psalm 34
Datum: 13 oktober 2019
Download PDF


1. Geen goedkope uitspraak

De Heere is goed, zegt de dichter vanmorgen. Hij heef dat zelf ervaren en nodigt ons uit om dat ook te gaan ervaren. God is goed. Wie zou daar niet mee in stemmen?! Toch kan het soms een hele worsteling zijn om dat te beamen. Als alles in je leven voorspoedig loopt, is het niet zo moeilijk om te beamen dat God goed is. Maar wanneer ziekte je leven treft, je midden in een scheiding zit, er een lege plek is in huis, wanneer je studie of relatie niet goed gaat, dan is dat vaak veel moeilijker. Dan zijn er juist de vragen. God is goed, maar hoe zit dat dan met deze dingen die nu gebeuren. We kunnen met ons verstand het misschien nog wel beamen, maar ons hart of de emoties zeggen vaak iets anders. Daar kun je soms heel erg mee worstelen.

Nu is wat de psalmist zegt over de goedheid van God, niet iets wat hij zomaar zegt. Als je de psalm namelijk leest, zie je dat wat de dichter van God ervaart, in de aanvechting geboren is. De dichter van dit lied worstelt met ‘vrees’ (vers 5); het grondwoord kan ook met ‘angst’ of ‘horror’ vertaald worden. Hij spreekt over benauwdheden (vers 7, 18). Over mensen die kwaad doen (vers 17). In vers 20 vat hij dit allemaal samen, als hij zegt: ‘De rechtvaardige heeft veel ellende’. Dat zijn de omstandigheden van zijn leven. En midden in die omstandigheden heeft Hij de goedheid van God geproefd.

2. De goedheid van God

De goedheid van God. Wat zou de dichter daar nu precies mee bedoelen? Zijn opmerking over de goedheid van God kan meerdere dingen betekenen.

a. Eigenschap van God.

Het kan betekenen dat hij met de goedheid van God een eigenschap van God benoemt. God is almachtig, heilig, rechtvaardig, barmhartig, alomtegenwoordig, etc. Allemaal eigenschappen van God. En onder al die eigenschappen bevindt zich ook de goedheid van God. Ik denk dat de dichter inderdaad deze eigenschap veronderstelt. Goedheid is een eigenschap die bij de God van de Bijbel hoort. God is goed en er is geen spoor van duisternis in Hem. Hij is betrouwbaar. We kunnen op Hem aan. Want Hij is intrinsiek goed.

b. Daden van God.

De dichter kan ook denken aan de daden van God. Zeggen dat God goed is betekent dan, dat Hij alleen goede dingen doet en dat Hij de dingen goed doet. Hij zal nooit de dingen halfslachtig doen. Hij zal nooit iets doen wat kwaad is.

Dat is inderdaad in lijn met de Schrift. Het vorm de rode draad door de Bijbel. In Genesis lezen we dat alles wat God bij de schepping gemaakt heeft goed was; zeer goed zelfs. In Markus 10 lezen we dat Jezus zegt dat niemand goed is dan God alleen. Paulus zegt in Romeinen 8 dat God alle dingen doet meewerken ten goede voor degenen die God liefhebben. En Psalm 34 onderstreept dit allemaal in ver 10: ‘Wie de Heere zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed’. Loof de Heere, want Hij is goed; eeuwig duurt Zijn trouw’.

De dichter beaamt dat God goed is. Maar hij gaat nog een stapje verder.

3. Een zaak van het hart!

Het gaat hem nu om het hart. Hij nodigt mensen uit om ook zelf de goedheid van God te ervaren. Op grond van wie God is en hoe Hij handelt, dat zijn de heilsfeiten, wil hij mensen deze goedheid laten proeven; de verwondering erover laten ervaren. Vroeger spraken ze dan van voorwerpelijk en onderwerpelijk, objectief en subjectief, hoofd en hart. Het ging er dan om dat de heilsfeiten (objectief, buiten ons, extra nos) toegepast werden op het hart (subjectief, binnen in ons, in nobis). Op dit laatste focust de dichter van dit lied.

Proef en zie dat de Heere goed is. Dat is de uitnodiging. Proeven. Het Hebreeuwse woord gaat over dingen die je ontdekt door ervaring. Je kunt alleen iets proeven als het in je mond stopt. De dichter wil dat de goedheid van God heel diep bij mensen binnenkomt. Dat het een zaak wordt van hun hart.

4. Voorbeelden van Gods goedheid

Waar denkt de dichter aan bij de goedheid van God? Nou aan heel concrete dingen. In die soms ingewikkeld omstandigheden van zijn leven, heeft hij bijvoorbeeld de redding van God ervaren. Hij was bevangen door vrees, maar God heeft hem hieruit gered (vers 5). Op gevaarlijke momenten, was daar de engelenwacht van God die hem beschermde (vers 8). Wie de Heere vrezen hebben geen gebrek (vers 10). Hij heeft in de dagelijkse zorg voor zijn leven en misschien wel zijn gezin de zorg van de Heere ervaren. Vers 16: de oren van de Heere zijn gericht op hun hulpgeroep. De ervaring dat God je gebeden hoort. Vers 18: zij roepen en de Heere hoort, Hij redt hun uit al hun benauwdheden. Zelfs zijn leven is veilig in Gods hand (vers 21).

Met andere woorden: Hij zag de goedheid van God in het dagelijkse leven, terwijl hij zorgen had, terwijl hij soms geen grip had op zijn leven, te midden van al die omstandigheden, was daar die trouwe zorg van God. Hij beaamt de goedheid van God midden in het lijden dat hem treft. Het is de goedheid van God die hem staande hield. Die ervaring heeft de dichter overweldigd. Van die ervaring wil hij anderen deelgenoot maken. Proef en zie dat de Heere goed is.

5. Zichtbaar in het Avondmaal

Gemeente, is deze uitnodiging om Gods goedheid te proeven, niet bij uitstek iets voor het Heilig Avondmaal. De Here Jezus heeft deze maaltijd ingesteld tot versterking van het geloof. Hij heeft ons bevolen om tijdens deze maaltijd Hem te blijven gedenken. Het brood en de wijn wijzen naar Hem. Ze zijn de tekenen van zijn lichaam, brood en wijn verwijzen naar zijn dood aan het kruis. Daar heeft hij de zonde van ons mensen gedragen, daar deed Hij verzoening voor onze schuld, daar heeft Hij de overwinning behaald over de macht van de zonde, dood en duivel.

En in het avondmaal laat Hij ons delen in de vrucht van Zijn lijden en sterven. Aan tafel komt Hij voor ons staan en als hij ons het brood aanreikt, zegt Hij: ‘Ik ben het brood dat leven geeft, als iemand van dit brood eet, zal hij leven tot in eeuwigheid.’ En als we de beker krijgen aangereikt, dat spreekt Hij ons toe: ‘dit wijst op mijn bloed dat vergoten is en je reinigt van al je zonden’. Jezus heeft het avondmaal ingesteld om ons Zijn goedheid te laten proeven, zodat Zijn heil een zaak van ons hart wordt.

6. Wat is nodig?

Hoe kun je de goedheid van God proeven? Door in beweging te komen. In vers 9 en in vers 23 gebruikt hij dezelfde uitdrukking. Hij spreekt over toevlucht nemen tot God. Welzalig de man, de vrouw die tot Hem de toevlucht neemt. Toevlucht nemen is in feite een synoniem voor geloof. Dat je met heel je hebben en houden, met je leven en wat daarin allemaal speelt, God opzoekt. Dat je in gebed naar Hem toe gaat en zegt: Heere, dit is mijn leven, dit is wat er speelt, dit is mij overkomen, dit is waar ik mee worstel, dit zijn mijn wonden, dit zijn mijn zonden. Ik kom er mee naar u toe. U weet er raad mee.

En als je dat dan doet? Wat zegt het laatste vers? Allen die tot Hem de toevlucht nemen, worden niet schuldig verklaard. Dat is wat! God spreekt je vrij. Hij neemt het van je af. En je mag zijn goedheid proeven, in de vergeving, in de nieuwe kracht, in de hoop die hij geeft.

Proef en zie dat de Heere goed is. Aan Zijn tafel. Alles is volbracht. Geloof het! Amen.