Kerst: het wonder van Bethlehem!

Schriftlezing: Lucas 2:1-20
Datum: 25 december 2019
Download PDF


1. Inleiding: kerst, waarom vieren we dat?

‘Ga je met Kerst nog iets leuks doen?’ vroeg hij me. ‘Ja, ik ga met kerst altijd naar de kerk, om de geboorte van Jezus te vieren’, antwoordde ik. ‘Oh, dat is ook leuk’. ‘En jij?’, vroeg ik’. ‘Nou, gezellig met de familie … ik ben niet zo gelovig. Religie, nee, daar komt allemaal gedoe van. Ik heb niet zoveel met dat kerstgebeuren. Ineens moet alles heel gezellig zijn, maar de wereld … is een puinhoop. Moet je kijken hoeveel gedoe en strijd er overal is. Zoveel mensen op de vlucht… De geboorte van Jezus heeft daar niet veel aan veranderd’, zei hij toen hij naar achteren liep met de bloemen die ik had uitgekozen.

De opmerking van de man bleef haken. Heeft de geboorte van Jezus de wereld dan niet veranderd? Is alles sinds toen bij het oude gebleven? Als dat zo is, waarom vieren we dan elk jaar nog het geboortefeest van Jezus? Zijn geboorte is toch een teken van hoop? Dat God deze wereld niet loslaat en dat echte vrede mogelijk is? Maar ja, wat zie je er van? Waarom ziet de wereld er dan nog zo onverlost uit? Het thema voor de preek was geboren.

2. De herders

De geboorte van Jezus vindt plaats in een donkere tijd. Het is de tijd van de Romeinen. Zij hebben het voor ‘t zeggen hebben in Israël. De keizer Augustus vaardigt een decreet uit voor een volkstelling. Iedereen is verplicht er aan mee te doen. Wet is wet. Dat leverde onder de Joden ook veel strijd op. De bezetters werden gehaat. Er was onrust. Er waren volksopstanden. Geestelijk voor Israël een donkere tijd. Want de beloften van een vrederijk stonden haaks op de dagelijkse realiteit. Niet God maar Rome had het voor het zeggen. De beloften van een Messias uit het geslacht van David, die redding en verlossing zou brengen, waren woorden van het verleden. Er waren al honderden jaren geen profeten meer opgestaan. Geen stem van God. Geen dromen en visioenen. De dienst aan God in de tempel ging wel door. Offers werden wel gebracht. Maar er was weinig ervaring van God. De hemel leek van koper.

Maar plotseling komt daar verandering in. Dat is het wonder achter Kerst. God begint weer te spreken! Aan Zacharias en Elisabeth. Aan Maria. Hij is de oude belofte niet vergeten. Ineens komt alles in een stroomversnelling. God is de belofte van de Messias, de Vredevorst, niet vergeten. Maria baart haar eerstgeboren zoon, wikkelt hem in doeken, legt hem in een kribbe. De Heiland, de Redder van de wereld is geboren.

Alleen, niemand op aarde weet er nog van. Zo komen we bij de herders. En er waren herders in diezelfde streek, ze hielden zich op in het open veld en hielden de nachtwacht over hun kudden. Hun nachtwacht wordt onderbroken. Zij zullen de eersten zijn die de beloofde Redder mogen zien. Ze zijn door God uitgekozen om de eerste getuigen te zijn van de geboorte van Jezus.

Waarom herders? Daar wordt verschillend over gedacht. Sommige rabbijnen, uit de tijd na het Nieuwe Testament, beschouwen herders als mensen die niet echt te vertrouwen waren (net als rovers en bandieten). In een rechtszaak mogen zij niet als getuigen optreden. Herder-zijn was in hun ogen een verachtelijk beroep. Als dat juist is, dat is het bijzonder dat God juist hen uitkiest om de eerste getuigen te zijn. Daar wordt dan iets zichtbaar dat het heil van God voor mensen is die het niet verdienen. Wat natuurlijk waar is.

Maar ik aarzel. In het OT wordt juist met veel respect over herders gesproken. Denk aan de aartsvaders met hun kudden, aan Mozes en David. David was ooit herder in Betlehem en werd daar tot het koningschap geroepen. God wordt in Psalm 23 zelfs een Herder genoemd. Voor een Jood was het herder zijn verbonden met de komst van de Messias. De beloofde Redder zou het volk als als een herder weiden en thuisbrengen.

Hoe dit ook zij, God kiest herders uit. Niet de groten van de aarde (zoals Herodes en Augustus) en ook niet de geestelijke leiders van Israël (de hogepriester en het sanhedrin), maar gewone mensen die hun werk doen in de velden van Efratha. Tot hen komt het woord van God. Ik kom bij mijn eerste punt.

3. Hoe gaan de herders op pad? (1)

De herders gaan op pad naar Bethlehem om de geboren koning te bezoeken. Maar ze gaan niet uit eigen beweging op zoek. Ze gaan pas op pad nadat God een engel naar hen heeft toegestuurd. Een engel met een boodschap: ‘De Zaligmaker is geboren. De Messias. In de stad van David. Je zult Hem vinden in doeken gewikkeld. In een kribbe.’

De herders ontvangen een bericht, een boodschap van God. En als je een bericht of boodschap van God krijgt, is het altijd de vraag, wat je ermee doet. Je kunt het naast je neerleggen of je kunt er wat mee doen. De herders overleggen met elkaar en besluiten naar Bethlehem te gaan, zo lezen we in vers 15. ‘Laten wij dan naar Bethlehem gaan en dat woord zien dat er geschied is, dat de Heere ons bekendgemaakt heeft’. De herders komen in beweging. Dat is spannend. Ze weten niet precies wat hen te wachten staat. Voordat ze het Kind vinden, hebben ze er echt naar moeten zoeken, zo blijkt uit de grondtaal. Waar precies moeten we zijn? Zou het waar zijn? Vergissen we ons niet? Die zoektocht, het wagen met de woorden van God, heet in de Bijbel ‘geloof’. Geloof is niet zozeer het aanvaarden van een hele set leerstellingen of dogma’s, maar heeft iets van het avontuur. Je ontdekt de waarheid pas, als je in beweging komt. Als je net als deze herders op onderzoek uitgaat. Zo was het toen, zo is het nog steeds.

God stuurt nog steeds boodschappers naar ons toe. Vanmorgen mag ik zo’n boodschapper van God zijn. Ik heb goed nieuws de Redder is geboren, voor u en jou! Maar de stem van God kan ook op een andere manier tot je komen, via de Bijbel, via de stem van een broeder of zuster, een goede vriend of vriendin, misschien een gelovige collega: kom ga eens mee naar de kerk? Zou je Jezus niet om hulp kunnen vragen? Zou je voor dat verlangen naar vrede en acceptatie niet bij God moeten aankloppen? Misschien spreekt God wel via de stille stem in je hart door onvrede die er is, is dit het nu, is er niet meer?

De enige manier waarop dingen in ons leven kunnen veranderen, is door in beweging te komen. Door wat met die stem te doen.

In beweging komen betekent altijd dat je iets anders laat liggen. De Bijbel noemt dat bekering. Bekering is: dat je wat doet met de stem van God die op allerlei wegen tot je komt. Soms moet je het over een andere boeg gooien. Soms is het nodig dat je een U-bocht maakt. Want de tragiek van ons mensen is, dat wij het verlangen naar vrede en hoop vaak zoeken op verkeerde plaatsen; dat we de verkeerde afslag nemen; dat we de stem van God negeren en een andere weg inslaan. Maar de stem blijft ons zeggen: ga naar Bethlehem. Dat is: loop niet om Jezus heen! Bij Hem is te vinden wat je hart ten diepste verlangt. Vrede. Vrede met God. Vrede met jezelf.

Bekering. Dat zien we dus bij de herders. Ze komen in beweging. Ze wagen het met het woord van God. Al het andere moet ervoor wijken. Maar ze worden niet beschaamd. Wie waagt, die wint. Ik kom bij het tweede punt.

4. Wat de herders vinden? (2)

De herders gaan en als ze dan in Bethlehem komen vinden ze het Kind. Precies zoals de boodschapper hen gezegd had. Het is de stille werking van de heilige Geest die hen Jezus doet vinden. Dat is altijd weer de belofte die God ons geeft. Wie zoekt, die vindt. Wie klopt, wordt opengedaan. God wacht tot wij in beweging komen en gehoor geven aan Zijn liefdesstem, maar Hij staat al op de uitkijk om ons in de armen te sluiten.

De herders zoeken en vinden. Wat vinden ze? Een Kind! Een kleine baby. Dat is alles. Maar als zij Het gezien hebben, maken zij overal bekend het woord dat hun over dit Kind verteld was, vertelt Lucas in vers 17. En in vers 20 horen we dat ze God gaan loven en prijzen. Er is dus daar bij de kribbe iets gebeurd wat hun leven radicaal heeft veranderd.

Wat zien ze? Ze zien een Kind in doeken gehuld en liggend in een kribbe. Het is niet meer dan een schapenstal, een voerbak voor de dieren en wat doeken. De stal, de doeken, de kribbe, zijn tekenen van armoede. Er zijn veel kinderen in dergelijke omstandigheden geboren. Op de vlucht. Onder weg. Maar wat dit Kind bijzonder maakt, dat deze armoedige omstandigheden de tekenen zijn van Jezus’ vernedering. Dat is het juiste woord. In de geboorte van dit Kind vernedert Jezus zich. Want Hij kwam bij zijn hemelse Vader vandaan. Van de schoot van zijn Vader. Omringd door engelen. Omgeven door de heerlijkheid en de heiligheid van de hemel. Maar nu heeft Hij die stap gezet. Hij daalde neer van zijn troon om mens te zijn. Hier beneden. In dit aardse dal, dat zo getekend is door lijden, zonde en dood.

Jezus komt om mensen te redden. Hij is niet zomaar het Kind van Bethlehem. In Hem komt de machtige God naar ons toe. Dat zal snel daarna duidelijk worden. Jezus komt om te redden. En we weten allemaal, als je iemand wilt redden moet je daarnaar toe waar hij is. Hem achterna springen. Of achterna duiken. Of neerdalen in een grot net zo diep tot je bij hem bent. Dat is de weg die Jezus gaat. Achter de nederige geboorte zit de diepe weg die Jezus gaat. Van de hemel naar de aarde. Van de stal naar het kruis. Hij komt om de schuld en zonde van ons te dragen. Om de macht van de boze te breken. Hij komt om het goed te maken tussen God en ons. Was het dan niet goed? Nee. Dan zien we bij de herders. In vers 9. Als ze omringd worden door de heerlijkheid van de Heere, door het stralende licht van God, worden zij zeer bevreesd. Dat is opvallend. Wij mensen zijn meestal bang in het donker. We houden niet van het duister. Als je bang bent in het donker, doe je een lichtje aan op je slaapkamer. Maar hier is het andersom. Hier maakt het licht van God de herders bevreesd. Het licht van de glorie, van de heiligheid van God. Dat licht onthult. Dat is zo zuiver, dat het in één keer alles in het licht brengt wat niet goed is in ons leven. In één keer ligt alles open voor God. De herders schrikken. Wij mensen zijn niet zuiver en heilig als God.

Dat heeft te maken met wat duizenden jaren geleden gebeurd was. In het paradijs. Adam en Eva wandelden met God in het volle licht. Ze voelden zich als een vis in het water. Maar op een dag besloten ze moderne mensen te worden. Een consultant kwam naar hen toe en sprak op hen in. Als je echt mens wil zijn, moet je zelf de regie over je leven nemen; dan moet je zelf beslissen wat goed of fout is. Je bent baas over je eigen leven. Wees mens. En ze gaven gehoor aan de stem van de boze. Maar wie gemaakt is om met God te wandelen en besluit niet langer naar Hem te luisteren, verliest de verbinding met Hem die de bron van leven is. Die verliest de innerlijke vrede. Sinds dat moment staat het leven van de mens in het teken van strijd. Strijd en onvrede. Met de wereld om je heen. Met anderen. Met jezelf. En met God. Die innerlijke vrede kunnen we op heel veel plaatsen zoeken. In bezit, geld, zekerheid, aandacht, erkenning, bewondering, seks, eer en macht. Zo hoorden we gisteren in de KND. Maar je hart blijft onrustig, totdat het rust vindt in God.

Wanneer de herders in het volle licht van God staan, slaat de schrik hen om het hart. Wij kunnen niet langer om God heen. Wij kunnen het woord dat Hij spreekt niet langer negeren. Het verklaart de haast waarmee ze op pad gaan.

Maar … het mooie van het Kerstevangelie is, dat in de ontmoeting met Jezus, het Kerstkind dat geboren is, een wonder plaatsvindt. Dat wat Luther de vrolijke ruil noemde. Wanneer ze oog in oog met Jezus staan, opent de Geest hun hart. Ze zien het Kind met nieuwe ogen. Dat gebeurt steeds weer als iemand Jezus vindt of door Hem gevonden wordt. Dan gaan de ogen open. Wat zien we dan? Dan zien we de geweldige liefde van God. Die zich vernedert om ons te verhogen. Dan zien we dat Jezus kwam in de toorn van God om ons eruit te trekken. Dat Hij uit de gunst van Zijn Vader komt om ons erin te brengen. Dat Hij met schamele doeken wordt bekleed om ons te bekleden met eer en heerlijkheid. Dat Hij komt in een kribbe om voor ons de hemel te openen. Dat voor Hem geen plaats was in de herberg, opdat er voor ons plaats zou zijn in de schoot van de Vader.

Gods Geest laat je dat allemaal ontdekken. En Hij spoort je aan om je verzet op te geven en bij de kribbe te knielen. Dat is: hij spoort je aan om je leven aan Jezus te geven, voor het eerst of weer opnieuw. Waar wij ons leven geven aan Jezus, daar omhelst God ons. ‘En weet u, omhelzen kun je er maar één tegelijk. De Vader heeft de Zoon van eeuwigheid omhelst. En nu stoot de Vader Zijn Zoon weg uit Zijn armen om ons te kunnen omhelzen. Zijn armen zijn open. Omdat de Zoon eruit weggegaan is.’ Dat is het evangelie van Kerst. Geloof je dat? Geef je verzet op en laat je door deze God omhelzen, en je leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Dat zien we bij de herders.

5. Hoe de herders teruggaan (3)

Bij de kribbe ontvangen ze de vrolijke ruil. Hun vrees maakt plaats voor blijdschap. Dat had de engel ook tegen hen gezegd. ‘Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap’. Na de ontmoeting met Jezus begrijpen ze het. Er komt een diepe vrede in hun hart. Jezus ontmoeten is thuis komen bij God. Geen vrees meer, maar vreugde.

Na hun ontmoeting met de beloofde Redder, keren de herders terug. Ze vertellen wat ze gezien en gehoord hebben. Wie het maar horen wil. Hun hart is vol, de mond loopt over. Maar ze keren ook weer terug naar de schapen. Ze bouwen geen kappelletje naast de stal, ze gaan niet hun leven lang alleen maar liederen zingen, ze gaan gewoon weer terug naar de schapen. Ze nemen hun beroep weer ter hand. Ze moeten weer hard werken voor hun dagelijkse brood. In de velden is het gewoon weer donker. Keizer Augustus is nog even machtig als voorheen. Het leven gaat door. Maar er is één verschil: hun hart is anders. Ze hebben Jezus ontmoet in Bethlehem. Ze hebben de ontferming van God geproefd bij de kribbe. Dat heeft hun leven veranderd. Ze doen hetzelfde werk, ze zijn bezig met dezelfde dingen, maar van binnen is het anders. Jezus zit nu in hun hart. Dat is een wereld van verschil.

6. Slot

Ik ga eindigen. Nog even terug naar de bloemist van het begin. De geboorte van Jezus heeft niet veel aan deze wereld veranderd, zei hij. Had de man gelijk. Ja en nee. Nee, in Jezus ziet God naar deze wereld om. Dankzij Jezus is de liefde van God binnen handbereik. Dankzij Jezus is echte vrede mogelijk. En vergeving. En een nieuw begin! Er is hoop!

Maar de man heeft wel gelijk, als wij de uitnodiging van het evangelie aan ons voorbij laten gaan. Als wij om Jezus heen lopen. Dan verandert er niet veel in deze wereld. Dan is er geen vrede in ons hart. Dan zullen wij die vrede ook niet voorleven en uitdelen. Dan blijft alles bij het oude.

Kerst is een appél. Geef je verzet op. Laat je door Jezus omarmen. Hij brengt je thuis. Nu komt Hij als Redder, straks als Rechter. Er komt een moment dat je geen tijd meer hebt voor een keuze. Als je niet kiest, sta je buiten. Buiten de vreugde. Buiten de vrede. Maar daarvoor heeft God ons niet over. In Jezus komt God om ons te omarmen. En wie zijn verzet opgeeft, en zich door God laat omarmen, ontvangt vergeving en een diepe vrede in zijn hart. En weet je, Hij stuurt je ook weer op pad, als getuige en als vredestichter, want de Redder heeft heel de wereld op het oog. Zo heeft God het bedoeld. Amen.